PETRUS

clip_image002

 

clip_image004

22 Jezus zei zijn leerlingen dat ze in de boot moesten stappen om alvast naar de overkant te varen. Hij zou intussen de mensen naar huis sturen. 23 Toen hij dat gedaan had, ging hij de berg op om er te bidden zonder dat er anderen bij waren. De avond viel en hij was daar alleen.24 De boot had zich al honderden meters van de kust verwijderd. De golven beukten het schip, want de wind was tegen. 25 In de nanacht kwam hij naar de leerlingen toe, lopend over het meer. 26 Toen ze hem over het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. ‘Een spook!’ riepen ze en ze schreeuwden van angst.27 Maar Jezus riep hun onmiddellijk toe: ‘Blijf kalm! Ik ben het; wees niet bang!’28 ‘Heer, als u het bent,’ zei Petrus, ‘laat me dan over het water naar u toe komen.’

29 ‘Kom!’ zei Jezus. En Petrus stapte de boot uit en liep over het water naar Jezus toe. 30 Maar toen hij merkte hoe hard het waaide, werd hij bang. Hij begon te zinken en riep: ‘Heer, red mij!’ 31 Meteen stak Jezus zijn hand uit en pakte hem vast. ‘Wat is je geloof klein!’ zei hij. ‘Waarom twijfelde je?’32 Toen ze in de boot waren gestapt, ging de wind liggen. 33 De leerlingen in de boot vielen voor hem op de knieën en zeiden: ‘Werkelijk, u bent de Zoon van God.’ Matth.14

Wat kunnen wij van dit gebeuren leren?

Het gebeuren begint met gebed van Jezus die alleen wilde zijn. Hij zond schare en discipelen weg.

Bidden alleen, in de stilte, vandaag moeten wij reeds moeite doen om de stilte en de rust te vinden. Men ziet Jezus niet meer. Dit gebeurt bij het vallen van de avond.

Het einde van de dag. De nacht breekt aan, duisternis over de ganse wereld.

Ook vandaag zien wij Hem niet letterlijk, maar we weten dat Hij bezig is met ons

Zijn gemeente, en Zijn volk Israël.

Vers 24.

Terwijl Jezus bad, zitten de discipelen in een storm op het meer.

Deze wereld is een beeld van een ongelovige wereld, dat geen rust kent, strijd en oorlog stoppen niet. De golven die hen op en neer slingeren, maken hen angstig.

Wij lezen in Jesaja 51:

7 Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid kent, gij volk, in welks hart mijn wet is. Vreest niet voor de smaad van stervelingen, wordt niet verschrikt vanwege hun beschimpingen.

Christenen die gaan getuigen vangen veel wind, ze worden uitgelachen enz. Het zijn dingen die ze angstig maakt. Het zijn golven die je willen doen verdrinken.

11 De vrijgekochten des HEREN zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd wezen, blijdschap en vreugde zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvluchten.

Er komt een einde aan kommer en zucht.

Wij weten dat er een zegen voor ons is weggelegd. Blijdschap en vreugde welke hemels zullen zijn. Sion de hoofdstad van de toekomstige wereld.

13 dat gij vergeet de HERE, uw Maker, die de hemel uitspande en de aarde grondvestte; dat gij bestendig, de gehele dag, verschrikt zijt vanwege de grimmigheid van de verdrukker, wanneer hij uit is op verderven? Waar is nu de grimmigheid van de verdrukker?

In deze grimmigheid zien wij vandaag de winden van dwalingen, ongeloof, de wereld die de christenen opnieuw de wereld willen vangen, die opnieuw wereldse begeerten willen doen groeien enz.

Wij roeien om vooruit te geraken, maar blijven stilstaan.

Het moedeloos worden van de christenen komt er niet vanzelf. Spreken over het evangelie

Krijgt geen gehoor meer, wie wil nog luisteren?

Vers 25/26

In al hun angsten, komt Jezus hen tegemoet. Ze herkennen Hem niet meer. Ze dachten dat ze een spook zagen.Ze schreeuwden nog meer van angst.

Wat een beeld!Het zien van spoken komt weer in. De TV doet zijn best.

Het lijkt ook wanneer wij in moeilijkheden zitten, dat Jezus ons tegemoet komt op een onherkenbare wijze. Dan openbaart Hij zich, en alle schrik verdwijnt. Er komt gerustheid.

Vers 28.

Petrus zag het wonderlijke gebeuren door Jezus over het water te zien lopen.

Ook hij wilde dit doen! Hij vroeg het. Stellen wij ook wel eens zo’n vraag, om wonderlijke geloofstappen te mogen zetten?

Het zijn stappen ziende en vertrouwende op Jezus.

Hier breken vele theologen, geloven dat Jezus over het water liep is voor hen niet letterlijk te nemen. Ze twijfelen en geloven niet.

Vers 29.

Jezus indien gij wilt, ik kom! Jezus beloonde Petrus en riep : kom!

Petrus een visser, die wel mensen zal hebben gekend, welke verdronken waren in zulk weer, zet hier stappen in geloof, ziende op zijn Heer.

Petrus heeft al een en ander meegemaakt en ervaren, vandaar dat hij hier ook zulke stappen durfde te zetten.

Vers 30- 33.

Petrus lette op de wind en de golven. Zorgen en kommer kunnen christenen in gevaar brengen. Lukas 21:34 Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud , en die dag niet plotseling over u kome,

Hij krijgt hier in inzinking. Hij gaat onder!

Wij moeten waakzaam zijn dat wij kijken naar de golven die groter en krachtiger zijn dan

Ons wezen. Jezus redt en neemt zijn hand.

Hij laat ons niet vallen!Twijfel. Petrus begon te twijfelen. Dit is menselijk, en wijst op kleingelovigheid.

Wanneer wij stappen zetten, dienen het stappen te zijn, NADAT Jezus ons roept om zulke stappen te zetten! Wanneer wij stappen zetten op eigen initiatief, dan kan men wel een inzinking verwachten die ons geloof schade kan toebrengen. De storm ging slechts over toen Jezus in het schip kwam!