BIDDEN IS STRIJDEN BLIJVEN BIDDEN IS OVERWINNEN

BIDDEN IS STRIJDEN,

BLIJVEN BIDDEN IS OVERWINNEN!

clip_image002

 

Voor de naam “christenen” was gekend, werden deze mensen ander betiteld. Het waren “zij die de Here aanroepen”.Dit wees erop dat men deze mensen hoorde bidden in de tempel en elders. Zij baden en noemden God, hun Vader, Abba. De Hebreeuwse stam voor het woord aanroepen betekent : “iemand lastig vallen”.

Dit geeft ons een betere weergave van wat het bidden kan inhouden.

Wij weten dat de ene mens vlugger iemand zal lastig vallen voor zijn probleem dan anderen. Er zijn mensen die niemand willen lastig vallen, ze proberen het altijd zelf op te lossen. Als men iemand lastig valt, is het iemand die je vertrouwt dat hij u kan helpen. Zo was het voor de eerste christenen heel normaal, dat ze met al hun problemen nu bij God terecht konden, en Hem zelfs Abba, Vader mochten noemen. Zo was dan ook hun gebedsleven een weerspiegeling van hun geloofsleven. De eerste christenen in Jeruzalem werden reeds verdrukt, hun aanroepen werd hun overleven!

Deze morgen nemen wij een voorbeeld uit het O.T.waarbij wij kunnen zien en leren hoe Mozes een ernstig probleem door gebedsstrijd overwint.

Wij lezen Exodus 17 : 8-16.

8 Toen kwam Amalek en streed tegen Israël te Refidim.

9 En Mozes zeide tot Jozua: Kies ons mannen uit, trek uit, strijd tegen Amalek, morgen zal ik op de heuveltop staan met de staf Gods in mijn hand.

10 Jozua nu deed, zoals Mozes tot hem gezegd had en streed tegen Amalek; maar Mozes, Aaron en Chur hadden de heuveltop bestegen.

11 En wanneer Mozes zijn hand ophief, had Israel de overhand, maar wanneer hij zijn hand liet zakken, had Amalek de overhand.

12 Toen de handen van Mozes zwaar werden, namen zij een steen, legden die onder hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten; en Aaron en Chur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere zijde, zodat zijn handen onbeweeglijk bleven tot zonsondergang.

13 Zo overwon Jozua Amalek en diens volk door de scherpte des zwaards.

14 En de HERE zeide tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en prent het Jozua in, dat Ik de herinnering aan Amalek onder de hemel volledig zal uitwissen. {}

15 Toen bouwde Mozes een altaar en noemde het: de HERE is mijn banier.

16 En hij zeide: De hand op de troon des HEREN! De HERE heeft een strijd tegen Amalek, van geslacht tot geslacht. {}

Het probleem: Aanval door de Amalekieten.

Dit volk was verwant aan Edom en Israël (evenals de Edomieten waren zij afstammelingen van Esau). Ze waren nomaden en vielen Israël aan ten tijde van de uittocht in de Sinaï-woestijn en verder naar het noorden. Tijdens de periode van de Richteren trokken ze vaak Israël binnen om te plunderen. Vele eeuwen lang waren het bittere vijanden van Israël.

clip_image004Het volk van God had een probleem, namelijk er kwam een vijand opdagen, om hen de weg te versperren. Ze kwamen pas uit Egypte. Egypte is een beeld van de wereld in de bijbel.

Ook wanneer wij de wereld hebben verlaten om Jezus te volgen is er zich een strijd gaan ontwikkelen om (het beloofde land) de hemel binnen te gaan. Hoewel wij de hemel nog niet zien, kennen wij al de geestelijke hemelvreugde in ons leven.

Het Amelek-beeld, kan om het even wat zijn wat een Christen op zijn weg krijgt, doch met de bedoeling dat die christen de weg zou verlaten.

Het beeld van Amelek kan vandaag voor de christenen de “dwalingen en valse leringen” zijn, die weleens zouden kunnen worden opgedrongen vanuit een wereldkerk. Uiteindelijk de vijand van allen die door God worden geleid!

Amelekieten, nakomelingen van Esau, met nog steeds hun wrok tegenover Israel.(Jacob). Het was de onverschillige Esau die zo weinig gaf om de beloften van God, Gods woord. Hij verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een bord soep! De nakomelingen waren en zijn mensen die het Woord van God hebben gekend en gehoord, maar voorrang gaven aan het wereldse leven, en zichzelf. Zelfs soep was voor Esau belangrijker dan de bijbel!

Amelekieten van toen, zijn de antichristen van nu!

2 Johannes 1:7 Want er zijn veel dwaalleraren in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in vlees komt. Dat is de dwaalleraar en de Antichrist.

2 Johannes 1:7 Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in het vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist.

Dat Jezus in het vlees gekomen is, betekent niet dat Hij hier heeft geleefd, maar dat Hij Zijn Geest in de mensen (vlees) laat wonen, de wedergeboren christenen.

De H.Geest is de vervanger van God op aarde, en woont slechts in de aangenomen kinderen Gods!

Die dit niet geloofd is een antichrist!

Amelekieten, cfr. Deut.25:17

17 Gedenk wat Amalek u gedaan heeft op uw tocht, toen gij uit Egypte getrokken waart;

18 hoe hij u onderweg tegenkwam en al de zwakken in uw achterhoede afsneed, terwijl gij vermoeid en uitgeput waart, en hoe hij God niet vreesde.

Wij zien de Amalekieten, als een goddeloos nomadenvolk, strijdend tegen het volk van God. Ze zijn het eerste volk dat Gods volk aanvalt.

Ze vielen de achterhoede van Gods volk aan in de woestijn, dat uitgeput was van gaan, en welke de stap van de marcherende mannen niet meer konden volgen.

Ze doden zwangeren, oude mensen, vermoeide kinderen en de zieken! Ze lijken heel goed op de terroristen van vandaag, die zovele onschuldigen de dood injagen in Israël en de vrienden van Israël.

Dit is ook een beeld van zwakke christenen, die van verre volgen, zij zijn ook de eerste slachtoffers van de antichristelijke aanvallen op de christenen vandaag. Ze nemen de bijbel niet ernstig. Misbruiken de genade.

De toekomst van Amelek:

Num.24

20 Toen hij Amalek zag, hief hij zijn spreuk aan en zeide: Eerste der volken is Amalek, maar zijn einde zal ondergang zijn.

STV

20 Toen hij de Amalekieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Amalek is de eersteling der heidenen; maar zijn uiterste is ten verderve!

Toen ze achtervolgd werden door het leger van de Farao, greep God zelf in, en dienden ze geen slag te geven. Nu echter, na hun morren en klagen in de woestijn, hebben ze opnieuw een ernstig probleem, opnieuw komt hun nieuw leven in gevaar.

Les: Wij moeten waakzaam zijn over onze houding tegenover God. Houden wij genoeg rekening met wat God wil. Wij kunnen ons in nesten werken, en dan de schuld aan God proberen te geven. Het gekende: “ God waarom laat Gij dit toe?”

Mozes vertrouwt op God !

Ik ga naar de heuveltop met Gods staf in mijn hand! Mozes had al wat ervaring met God opgedaan, en trekt ten strijde. Mozes had in zijn hand een staf, wij hebben vandaag Gods Woord in onze handen! Gods beloften! Wij moeten Gods woord hoog in de lucht houden, in ere houden. De bijbel is het gezag van God! Zolang wij Gods beloften vertrouwen, zijn wij aan de winnende hand. Mozes opnieuw ten einde raad, heft de handen op tot God, hulpvragende en biddende handen.

Jozua vecht beneden, en Mozes boven! Mozes zag van boven wat er gebeurde.

En zo is het vandaag nog steeds. Wij vechten beneden en Jezus boven!

Romeinen 8:34 wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.

Wat boven gebeurt is heel belangrijk. Let op Mozes: Wanneer hij zijn hand ophief, waren Israël in overwinning, zijn hand beneden, waren de Amalekieten aan het winnen.

Telkens de kracht in de armen verzwakte bij Mozes, was de vijand opnieuw aan het winnen. Zijn opgeheven handen, zijn een houding welke van “opzien naar God” verbeelden.

De geestelijke strijd en houding zijn bepalend voor de overwinning. Ook mogen wij het uithoudingsvermogen van Mozes niet uit het oog verliezen. Mozes was al 81 jaar.

Wat op het veld gebeurde was ondergeschikt, aan het bidden van Mozes.

Dat werd opgemerkt, en men ondersteunde de armen van Mozes en de overwinning kwam. De hulp die Mozes kreeg bracht de oplossing.

Wij zien als christenen niet altijd voor ogen, wat er bezig is. Wij bidden voor iets, een probleem, doch worden moe als de armen van Mozes.

Zwakte in het gebed, kan pijn doen, verliezen lijden, teleurstelling geven, kan leiden tot opgave, depressie, niet meer zien naar de overwinning… enz. Christenen welke bijna niet meer volharden

Hand.2:41 Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.

42 En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden., verzwakken en lopen aan de staart van de uittocht, de gevaarszone, want daar kwam Amalek.

VOLHARDEN !

Ook Jezus gaf een gelijkenis: Lukas 18

1 Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.

2 En Hij zeide: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde.

3 En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zeide: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij.

4 En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens,

5 (18-#4B) toch zal ik, (18-#5A) omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan.

6 En de Here zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt.

7 Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?

8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

Wij zagen dat de Farao hen had willen tegenhouden. Dit is een sterke macht, welke mensen ervan wil afhouden zich te bekeren, de wereldliefde te verlaten. Amalek is een macht die Gods volk wilde verstoren en ontmoedigen in de wandel met hun God in de woestijn.

Alles wat ons wil tegenhouden om Jezus te volgen behoort tot Amalek, de duisternis.

Vers 14-15 De gedachtenis.

God zelf laat dit acteren in een boek. Mozes kon schrijven. Doch het moest dienen omwille van Jozua, opdat hij dit gebeuren nooit meer zou vergeten, hoe God hem de overwinning gaf. Ik lees in de bijbel regelmatig, dat God de mens iets geeft opdat hij niet zou vergeten,

Maar gedenken.Ook Jezus stelde het avondmaal in ter nagedachtenis aan Hem.

De Here zegen u, die het hebt gelezen!