KERK OF GEMEENTE?

Bijbelstudie over

DE KERK – KYRIAKON

VEURNE

kuriakon

Als je een christen op zondagochtend vraagt: “Waar ga jij naar toe?” is de kans groot dat hij zal zeggen: “Ik ga naar de kerk”, ongeacht van welke denominatie hij is. Zelfs christenen die geen lid zijn van een officiële kerk, maar van een vrije gemeente, heb ik doorgaans horen zeggen dat ze naar ‘de kerk’ gaan. Weten ze eigenlijk wel waarover ze het hebben? Ik vrees van niet! Nu zult u waarschijnlijk zeggen: “So what? Wat is daar dan mis mee?” Wel, daar is juist een heleboel mis mee, maar alleen staat daar blijkbaar bijna niemand meer bij stil. Weet u, mensen die naar de kerk gaan zijn er vanzelfsprekend van overtuigd dat ze daarmee aan een bijbelse opdracht voldoen, maar kunt u mij misschien de tekst aanwijzen waarin staat dat wij op zondag naar de kerk moeten gaan? Ik heb die tekst namelijk tot op heden nog niet kunnen vinden, en u kunt van mij rustig aannemen dat ik mij echt rotgezocht heb naar een tekst met een dergelijke strekking. Maar ja, ik kan er wel naar zoeken totdat ik een ons weeg, maar dat heeft geen enkel nut want het staat er gewoon niet! Nergens in de bijbel staat dat de gelovigen op zondag naar de kerk moeten gaan. Men doet het wel, maar dat staat er niet! In de bijbel worden de gelovigen weliswaar opgeroepen om naar de synagoge te gaan (Hnd 15:21) omdat daar elke week de Tora en de Profeten gelezen worden, toch dat is niet op zondag, maar op zaterdag, op Shabat. Dus de dag klopt al niet, maar dat wist u natuurlijk allang, want daarover heb ik reeds in eerdere studies het een en ander geschreven. Maar de dag waarop men naar de samenkomst gaat is niet het enige wat hier niet klopt. Ook de naam van de plaats waar die samenkomst gehouden wordt, klopt niet, want nergens staat geschreven dat u naar de kerk moet gaan. In Hebreeën 10:25 lezen wij weliswaar dat we onze eigen bijeenkomsten niet moeten verzuimen, maar daar staat echt niet bij dat die in een kerk zouden plaats vinden. Dat kan ook niet, want volgens andere teksten, die we later zullen bestuderen, was hier sprake van huissamenkomsten. Dus als er nergens in de bijbel staat dat de gelovigen naar de kerk moeten gaan, waarom doet men dat dan? En waar komt het woord ‘kerk’ eigenlijk vandaan? Dit woord heeft namelijk geen bijbelse oorsprong en dus is de vraag wel voor de hand liggend waar de oorsprong van de kerk te vinden is. Weet u, daarover zijn de meningen verdeeld, want sommigen zijn van mening dat het Nederlandse woord ‘kerk’ is afgeleid van het Griekse woord ‘kyriakon’ (tot de Heer behorend), anderen zien de oorsprong van het woord ‘kerk’ in Kirke ofwel Circe, de dochter van de Griekse zonnegod. Weer anderen vinden dat het woord ‘kerk’ afkomstig is van het Latijnse woord ‘quercus’ (eik) en tenslotte zijn er ook geleerden die een verband leggen tussen het Nederlandse woord ‘kerk’ en het Keltische woord ‘cyrch’ dat evenals het Latijnse woord ‘circum’, hetgeen ‘rond’ betekent en waarvan ook het woord ‘circus’ is afgeleid. In deze studie wil ik al deze theorieën de revue laten passeren en nader toelichten.

Kyriakon

Door verreweg de meeste theologen en taalwetenschappers wordt aangenomen dat het woord ‘kerk’ van het Griekse woord ‘kuriakon kyriakon’ komt. Letterlijk vertaald betekent het: ‘behorende tot de Heer’, ‘van de Heer zijnde’ ofwel ‘hetgeen van de Heer is’. Het cruciale zelfstandige naamwoord ontbreekt weliswaar, namelijk ‘het gebouw’, toch in het toenmalige taalgebruik schijnt het zo ingeburgerd geweest te zijn dat iedereen wist wat ermee bedoeld was, ongeveer vergelijkbaar met de Nederlandse uitdrukking ‘patat met’, waar eveneens het zelfstandige naamwoord ontbreekt en toch iedereen weet dat daar de frietsaus mee bedoeld is. ‘Kyriakon’ ofwel ‘Kerk’ had dus de oorspronkelijke betekenis van: ‘het aan de Heer toebehorende gebouw’, het ‘huis van G’d’ (kurioV kyrios = heer, heerser, kuriakh kyriake = aan de Heer toebehorend). Er bestaan echter slechts twee voorbeelden waarin dit woord in de Bijbel toegepast wordt, en wel in verband met twee andere zelfstandige naamwoorden, namelijk: kuriakon deipnon kyriakon deipnon = de maaltijd des Heren (Mt.26:26 en 1 Kor.11:20) en kuriakh hmera kyriake hemera = de dag des Heren (Openbaring 1:10), maar juist het woord waar het in deze studie om gaat, kuriakon oikoV kyriakon oikos = het huis des Heren zoeken wij tevergeefs in de Bijbel, want dat staat er niet. Pas vanaf de derde eeuw werd het woord kuriakon kyriakon of kuriakh kyriake algemeen toegepast als informele naam voor het gebouw en ook voor de samenkomst van de christenen, de zogenaamde ‘kerkdienst’. In de traditie werd de kerk, het ‘huis van G’d’, al gauw een soort christelijke versie van de tempel. Deze ontwikkeling is niet verrassend. In de laat-Romeinse periode werd namelijk elke religie met haar tempels in samenhang gebracht, inhoudelijk, maar ook in taalkundig opzicht. Zowel de Messiasbelijdende Joden alsook de gelovigen uit de volken kwamen weliswaar aanvankelijk in hun privé-woningen bij elkaar als huisgemeenten, terwijl zij op de Shabat voor het lezen van de Tora en de Haftara naar de synagoge gingen, maar zodra het christendom zich van haar Joodse roots ontdaan had, werden de eerste kerken gebouwd. Zo werd geleidelijk aan het idee ontwikkeld van een geloofsgemeenschap die georiënteerd is op een bepaald gebouw. In de daaropvolgende periode van de wereldgeschiedenis werd het kerkgebouw steeds meer het kenmerk van de kerk zelf! Een christen is sindsdien dus lid van de kerk en hij gaat naar de kerk. Het gebouw en de gemeente zijn dus synoniem aan elkaar. Toch wil ik er nogmaals met nadruk op wijzen dat wij het woord kuriakoV kyriakos, dat Sha’ul [Paulus] verscheidene keren gebruikte, niet één keer in combinatie met het ‘huis van G’d’ in de Bijbel tegenkomen! Nada! En toch werd vanaf de derde eeuw het woord ‘kerk’ de belichaming van de institutionele kerk, die met de oorspronkelijke Messiasbelijdende Joodse gemeente uit het boek Handelingen en de brieven van Paulus nogal weinig te maken had. Helaas ging de ‘kerk’ een andere kant op dan Yeshua en Zijn volgelingen voor ogen hadden. De eerste kerkgebouwen in de vorm van basilieken werden omstreeks 313 AD gebouwd toen het christendom onder keizer Constantijn een soort staatsgodsdienst begon te worden. Constantijn de Grote gaf persoonlijk opdracht om een prachtige basiliek in Rome te bouwen boven het vermoedelijke graf van Petrus, een voorloper van de huidige Sint-Pieterskathedraal. Het is bijzonder tragisch dat daardoor de oorspronkelijke betekenis van de nieuwtestamentische gemeente steeds meer naar de achtergrond werd verdrongen en de echte kern van de gemeenschap van gelovigen in de Mashiach Yeshua ofwel Christus Jezus zoals Hij door de christenen genoemd wordt, onherkenbaar is gemaakt. De christenen ruilden hun huizen als ruimte voor hun samenkomsten in voor speciaal daarvoor opgerichte sacrale gebouwen en ontwikkelden daardoor een soort tempelchristendom in plaats van het plaatselijk lichaam van Yeshua en zo werd van het organisme een organisatie, wat dus nooit G’ds bedoeling was! De gemeente zoals de Eeuwige die bedoeld heeft, is een Mishpacha, een gezin bestaande uit broertjes en zusjes, kinderen van één vader, en niet een geregistreerd kerkgenootschap met een vaste lidmaatschap en een eigen vaste gebouw. Voor G’d is niet het gebouw belangrijk, maar de mensen, en ook niet het lidmaatschap, dat we evenals de kerk nergens in de Bijbel tegen komen, maar de onderlinge liefdesband zoals Yochanan schrijft: “Ieder die gelooft dat Yeshua de Mashiach is, is uit G’d geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit Hem geboren zijn. Dat wij G’ds kinderen liefhebben weten we doordat we G’d liefhebben en Zijn geboden naleven. Want G’d liefhebben houdt in dat we ons aan Zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last, want ieder die uit G’d geboren is, overwint de wereld. En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof.” (]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 5:1-5). Vanaf het begin was het dus de bedoeling dat de gemeente net als een gezin bij elkaar zou komen in huiskamers, als huisgemeenten, niet in kerkgebouwen. Maar om zo een kerk dan ook nog het ‘huis van G’d’ te gaan noemen is al helemaal onbijbels, want nooit heeft G’d ons gevraagd om een huis voor Hem te bouwen. Nooit! Zelfs de tempel was niet eens Zijn bedoeling! Het was de mens die voor Hem een huis wilde bouwen, maar Hij zelf gaf daar nooit de opdracht toe. U gelooft mij niet? Laten we dan maar TeNaCH daarover raadplegen: In b lavm> Sh’mu’el bet [2 Samuël] 7:1-12 lezen wij dat David voor de Eeuwige een huis, een tempel, wilde bouwen. David had zonder twijfel de beste bedoelingen, want hij wilde Adonai daarmee eren. Interessant is echter het antwoord van G’d bij monde van de profeet Natan: “Dit zegt de Eeuwige: Wil jij voor Mij een huis bouwen om in te wonen? Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok ik rond in tent en tabernakel. Overal heb ik met de Israëlieten rondgetrokken, en heb ik ooit aan een van de herders van Israël, die ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor mij een huis van cederhout te bouwen?” (vers 5-7). De Eeuwige heeft nooit gevraagd om een huis voor Hem te bouwen. Het was het idee van de mens om een tempel te bouwen zoals ook de andere volken doen evenals de wens van het volk Israël om een koning te hebben zoals alle andere volken. Ook dat was nooit G’ds bedoeling! De opdracht om de Mish’kan [tabernakel] te bouwen was daarentegen wel van G’d afkomstig evenals de opdracht voor het bouwen van de ark. Beide keren was het duidelijk Zijn wil en Zijn opdracht. Maar in het geval van de tempel was dat niet het geval! G’d heeft nooit de opdracht gegeven om voor Hem een huis te bouwen. Geen tempel, maar zeer zeker ook geen kerk! Vlak voordat Stefanus gestenigd werd heeft ook hij in een toespraak door het citeren van vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 66:1-2 geprobeerd duidelijk te maken hoe de Eeuwige denkt over de tempel als zijnde het huis van G’d: “Onze voorouders hadden in de woestijn de verbondstent bij zich, gemaakt in opdracht van de engel die met Moshe [Mozes] sprak, naar het ontwerp dat Moshe had gezien. Onze voorouders hadden deze tent bij zich toen ze onder leiding van Yehoshua [Jozua] het land veroverden van de volken die G’d voor hen verdreef; dit duurde tot in de tijd van David. David werd door G’d begunstigd en vroeg om een heiligdom voor het volk van Ya’aqov [Jakob]. Maar het was Sh’lomo [Salomo] die voor G’d een tempel bouwde. Toch woont de Allerhoogste niet in een huis dat door mensenhanden is gemaakt, zoals de profeet zegt: ‘De hemel is Mijn troon, de aarde Mijn voetenbank. Hoe zouden jullie dan een huis voor Mij kunnen bouwen’ zegt de Eeuwige, ‘een plaats waar Ik kan rusten? Heb ik dit alles niet met eigen handen gemaakt?’” (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 7:44-50). De Eeuwige wil niet, dat wij bepaalde gebouwen zoals tempels, kerken en kathedralen de eer geven, maar slechts aan Hem. Het laten bouwen, aankopen en onderhouden van kerkgebouwen kosten handen vol geld, sommige zelfs miljoenen. Daar gaan dus de tienden van ontelbare kerkgangers naartoe in plaats van naar de armen, de weduwen en de wezen zoals de Bijbel zegt. Dat kan nooit G’ds bedoeling zijn, en dat is het ook niet! G’d wil in ons wonen. Wijzelf zijn het huis waarin Hij wil wonen, niet de kerk. G’d woont niet in een kerk en ook niet in een tot kerk omgebouwde sportzaal of in een evangelisatietent. Nee, G’d woont in ons lichaam. Wij zijn G’ds tempel! Ons lichaam is nu een tempel van Ruach haQodesh [de Heilige Geest] die in ons woont (1 Korintiërs 6:19). Als het dus nooit G’ds bedoeling was dat wij voor Hem een huis zouden bouwen, dan is het niet zo verwonderlijk dat wij kuriakon oikoV kyriakon oikos ofwel ‘het huis des Heren’ nergens in de Bijbel kunnen vinden. Dat lijkt mij nogal logisch. Maar indien het Nederlandse woord ‘kerk’ inderdaad afgeleid zou zijn van het Griekse kuriakon kyriakon, dan is dit woord, dat betrekking heeft op een gebouw, in elk geval niet Bijbels gefundeerd. Een ander Griekse woord, dat we daarentegen in dit verband wel in de Bijbel tegenkomen is ekklesia ekklēsia, en maar liefst 115 keer! Toch dat woord heeft geen betrekking op een gebouw, maar op de mensen, de gelovigen, en is in totaal 112 keer vertaald met ‘gemeente’ en 3 keer met ‘samenkomst’ of ‘vergadering’. En toch zijn er velen die het verschil niet kunnen of willen zien tussen de kerk en de gemeente en dus kuriakon kyriakon en ekklesia ekklēsia als synoniemen van elkaar beschouwen. Daarom wordt er in vele landen één van deze beide Griekse woorden gebruikt als basis voor de benaming van zowel de christelijke geloofsgemeenschap alsook voor het gebouw waarin deze samenkomt. In de ene taal kreeg het eerste woord de overhand en in de andere taal het tweede. Voor de Germaanse taalfamilie is dat bijvoorbeeld in het Nederlands en Afrikaans ‘kerk’ en in het Duits ‘Kirche’, in het Engels ‘church’, het Schots ‘kirk’, het Deens ‘kirke’, Zweeds ‘kyrka’, Fries ‘tsjerk’, alsook in de Slavische talen zoals Russisch ‘tserk’ en Tsjechisch ‘cirkev’, enz. In de Latijnse taalgroep daarentegen vindt je het Latijnse grondwoord “ecclesia” b.v. terug in het Franse église, het Spaanse ‘iglesia’ en het Portugese ‘igreja’. Maar vindt u het niet vreemd, dat het Griekse woord kuriakon kyriakon met betrekking tot de kerk uitsluitend terug te vinden is in de Germaanse en Slavische talen, maar in geen enkele Latijnse taal en zelfs niet in het hedendaagse Grieks? Hoe kan dat? Wel, er wordt gezegd dat de bekeerde Goten destijds het woord kyriakon te Constantinopel, waar het gebruikt werd, hebben overgenomen en eerst langs de Donau hebben verspreid onder de Slavische volken en daarna onder de Germaanse stammen. Zo ontstond volgens sommige geleerden geleidelijk aan de overgang van kyriakon via kiriaka, kirieka, kirika en kirk naar kerk. Toch heb ik er sterke twijfels bij of het Nederlandse woord ‘kerk’ daadwerkelijk vanuit het Grieks ontleend, via het Gotisch, in de Germaanse talen geïntegreerd zou zijn. Als dat zo was dan zou het toch ook in de Slavische en Romaanse talen terecht zijn gekomen, hetgeen niet het geval is. Daar koos men voor het Bijbelse woord ekklesia ekklēsia en het zou dus voor de hand moeten liggen dat dit ook in het Germaanse taalgebied het geval had moeten zijn. Nader onderzoek doet vermoeden dat het woord ‘kerk’ dus niet vanuit het Griekse kyriakon via het Gotisch in West-Germaanse talen terechtgekomen is, en zeker niet niet via de beroemde eerste Germaanse bijbelvertaling van de Gotische bisschop Wulfila is gegaan, want daarin wordt in Efezen 5:23 namelijk het Griekse woord ekklēsia ontleend en vertaald tot aikklesjon: “A unte wair ist haubiþ qenais swaswe jah Xristus haubiþ aikklesjons, jah is ist nasjands leikis.” [want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt]. Maar als het zelfstandig naamwoord ‘kerk’ niet van het Griekse bijvoeglijk naamwoord ‘kyriakon’ afstamt, dan zitten we nog steeds met de vraag waar het dan wel vandaan komt. Weet u, ik heb zo een sterk vermoeden dat het woord ‘kerk’ of beter gezegd een voorloper daarvan, waarschijnlijk al door Germaanse stammen gebruikt werd vóór hun kerstening en dus helemaal niets met de Bijbel, niets met de G’d van Israël en ook niets met Yeshua te maken heeft en ik ben blijkbaar niet de enige die daar zo over denkt.

Cyrch ofwel circum

Met betrekking tot de oorsprong van het Engelse woord ‘church’ en dus ook het Nederlandse woord ‘kerk’ staat in de ‘Ebenezer Cobham Dictionary of Phrase and Fable’ uit 1898 het volgende: “Over het algemeen wordt aangenomen dat het woord ‘kerk’ etymologisch van het Griekse Kuriou oikos [huis van G’d] stamt.. Dit is hoogst onwaarschijnlijk omdat lang voordat het Grieks geïntroduceerd werd, het woord al in alle Keltische dialecten bestond. Ongetwijfeld betekend het woord ‘cirkel’. De heilige plaatsen van de Germanen en Kelten waren altijd cirkelvormig. (Welsh cyrch, Frans cirque, Schots kirk, Grieks kirkos, etc). Vergelijk het Angel-Saksische circe [kerk] met circol [cirkel]. Maar als het woord ‘kerk’ afstamt van het woord ‘cirkel’, hoe heeft het Griekse woord ekklēsia dan kunnen veranderen in ‘kerk’ of ‘cirkel’? Heidense religieuze samenkomsten vonden door heel Engeland in cirkels plaats. De Druïden met hun Stonehenge, evenzo hadden de Kelten en Saksen hun steencirkels om de goden te aanbidden. Vele van deze steencirkels bestaan nog steeds, en achtentwintig ervan werden gevonden in het Yorkshire van Wyclife. Menig christelijk G’dshuis werd op de plaats van deze cirkels gebouwd, of de stenen ervan werden gebruikt voor de gebouwen. Juist door deze associatie bleven de mensen uit de dagen van Wyclife deze gebouwen ‘kirk’ (Schots), ‘cirice’ (Oud Engels) of ‘chirche’ (Wyclife’s versie) noemen. Elke variatie betekent ‘cirkel’ en beschrijft een plaats -occult- en niet de mensen.” Tot zover de ‘Ebenezer Cobham Dictionary of Phrase and Fable’ uit 1898. Eigenlijk vind ik deze uitleg zo gek nog niet, want het is inderdaad bekend dat de oudste kerkgebouwen rond waren naar het voorbeeld van de θόλος tholos, de Griekse ronde tempel. De oudste ronde kerk schijnt volgens de overlevering de Grafkerk in Jeruzalem te zijn uit 335 van de gewone jaartelling. Andere bekende ronde kerken zijn de Santo Stefano Rotondo uit de 5e eeuw in Rome, de Tempio di San Michele Arcangelo in Perugia, eveneens uit de 5e eeuw, alsook talrijke ronde kerken in Denemarken, waarvan alleen al op het eiland Bornholm maar liefst vier voorbeelden te zien zijn. Ook in Hongarije en Transylvanië komt men heel veel ronde kerken uit de 11e eeuw tegen, die in het Hongaars Körtemplom [ronde tempel!!!] genoemd worden. Toeval? Ik dacht het niet. Hoe dan ook, het Keltische woord ‘cyrch’, dat veel weg heeft van het Engelse ‘church’, heeft de betekenis van ‘het middelpunt, waarom zich iets verzamelt’, en het werkwoord daarvan is cyrchu, ‘het verzamelen om een middelpunt’. De ‘cyrch’ is dus een cirkel. Het Latijnse woord voor cirkel is ‘circulus’. Hierin herkennen wij het woord ‘circus’, hetgeen ‘loopbaan’ ofwel ‘renbaan’ betekent, afgeleid van ‘circum’ [rondom]. Enkele andere voorbeelden zijn ‘circuit’ van het Latijnse circuitus [rondgang], ‘circulaire’ van het Latijnse ‘circularis’ [rond] en het werkwoord ‘circuleren’, dat afgeleid is van het Latijnse woord ‘circulare’ en ‘rondgaan’ betekent. U ziet dus dat het idee nog niet zo gek is dat het Nederlandse woord ‘kerk’ misschien verband kan houden met ‘cirkel’, want zoals gezegd waren de meeste heilige plaatsen bij de Kelten en Germanen cirkelvormig, alsook veel Griekse en Romeinse tempels en oude kerken. Toch was dit niet overal zo. In grote delen van Noord-Europa maakte men geen steencirkels, maar offerde men bij de eik, en dan komen we meteen bij het volgende woord, waarvan ‘kerk’ zou kunnen zijn afgeleid.

Quercus

Op onze speurtocht naar de oorsprong van het woord ‘kerk’ zijn we nog niet veel verder gekomen. Wij hebben gezien dat het niet erg waarschijnlijk is dat ‘kerk’ afgeleid zou zijn van het Griekse woord kyriakon [des Heren], omdat hierbij het zelfstandig naamwoord ontbreekt en het bovendien erg twijfelachtig is dat dit Griekse leenwoord uitsluitend in Noord- en Oost-Europa in allerlei vormen werd toegepast, maar niet in Zuid-Europa en vreemd genoeg niet eens in Griekenland zelf. Daarom is het aannemelijker te veronderstellen dat het woord ‘kerk’ of iets wat erop lijkt in onze streken reeds lang in gebruik was voordat het christendom hier verspreid werd en derhalve niet met de G’d van de Bijbel, maar met andere goden verbonden was. Zo kan het woord ‘kerk’ dus ook afkomstig zijn van het Latijnse woord voor eik, ‘Quercus’ omdat de rituele samenkomsten van de Germanen onder eiken plaatsvonden en waarschijnlijk om deze reden de eerste christelijke gebedshuizen in het Germaanse gebied van eikenhout werden gemaakt. Toch niet alleen hier, maar ook in Zuid-Europa was de eik in voorchristelijke tijden een heilige boom. Bij de Grieken leefde bijvoorbeeld de oppergod Zeus in een eikenboom, die bekend staat als het orakel van Dodōni, dat dateert van vóór 2000 v.Chr. en daarmee het oudste heiligdom van Griekenland is. Na het orakel van Delphi genoot dat van Dodōni het hoogste aanzien. Het orakel bestond uit een heilige eikenboom, omringd door een kring van bronzen ketels, zodanig opgehangen dat ze tegen elkaar konden kletteren. Voorspellingen werden gedaan aan de hand van de geluiden die de ketels maakten, in harmonie met het ruisen van de eikenbladeren en het gekir van de zwarte duiven die in het heiligdom leefden en in de boom nestelden. De macht van de eik werd zo groot geacht, dat Jason een van zijn takken kwam halen om ze aan zijn schip, de Argo, te bevestigen alvorens te vertrekken op zijn zoektocht naar het Gulden Vlies. Aan de cultus van Dodōni kwam echter een definitief einde met de verspreiding van het christendom: in 392 liet keizer Theodosius I de heilige eik omhakken en de wortels verwijderen. (Wikipedia). De Romeinse geschiedschrijver Maximus van Tyrus schrijft in de tweede eeuw dat ook de Kelten Zeus vereerden als een grote eikenboom, want de meest heilige boom van de Kelten was de eik. Alles wat op eiken groeide, was in Keltische ogen heilig en een bewijs dat hun oppergod deze boom had uitgekozen en daarom vereerden de Kelten hun oppergod Dragda in een eikenboom. Dragda was de vader van godin Brigid, de hoogste van alle godinnen, die ook in bomen werd vereerd. Maar wat de vergelijking met Zeus aangaat zou het ook kunnen gaan om de Kelto-Romaanse dondergod Taranis, die in inscripties weer gelijk was gesteld aan Jupiter. Taranis moet overigens ook wel iets te maken hebben met de Hittitische dondergod Taru, die ook weer terugkomt bij de legendarische of mythische eerste Romeinse koningen. In de namen Taru en Taranis herkennen wij ook vrij makkelijk de Skandinavische dondergod Thor, die bij de Westgermaanse stammen bekend stond als Donar. En inderdaad was de eik hier in Nederland en Duitsland bij onze voorouders aan Donar gewijd. Vanuit de Kaspische Zee trokken Keltische stammen in oostelijke richting naar India en Perzië. Hun verhalen, mythen en liederen gaven zij mondeling door want het geschreven woord kenden zij niet. Wat wij van hen weten, komt voort uit de geschriften van Romeinse geschiedschrijvers zoals Maximus van Tyrus en Plinius. Zo bestond er volgens Strabo in Klein-Azië een Keltisch heiligdom dat ‘drunemeton’ werd genoemd, wat ‘eikheiligdom’ betekent. Van het Germaanse woord ‘dru’, dat ‘eik’ betekende, schijnt ook het woord ‘druide’ afgeleid te zijn. Plinius daarentegen zegt dat ‘druide’ van het Griekse woord voor eik, ‘drus’ komt. Maar eigenlijk doet het er niet toe of het nou onder invloed van het Grieks of van het Germaans van eik werd afgeleid, feit is echter dat het een eikcultus betrof en dat de Romeinen voor de eik het Latijnse woord Quercus gebruikten. Na of tijdens de kerstening van Europa zijn op een gegeven moment de heilige eikenbossen overal omgehakt en is dit hout veelal gebruikt om kerken van te bouwen. Nog steeds bestaat het interieur van veel oude kerken uit eikenhout. Zoals u weet was de kerkelijke taal in vroegere tijden het Latijn en alles met betrekking op de Bijbel en de kerk werd in het Latijn geschreven. Zo is wellicht destijds door het vele gebruik van eikenhout de Latijnse naam Quercus aan het heilige gebouw gegeven, die in de loop der tijden verbasterde tot kerk.

Circe

Het laatste woord dat wij zullen bestuderen op onze zoektocht naar de oorsprong van het Nederlandse woord ‘kerk’ is ‘circe’. Het Angel-Saksische woord ‘circe’, dat tussen 600 en 1000 g.t. werd toegepast voor de kerk, heeft zich rond 1100 g.t. via het oud-Engelse ‘chirche’ verder ontwikkeld tot het huidige Engelse woord ‘church’. Ook het Schotse woord ‘kirk’ en het Duitse woord ‘Kirche’ vinden wij hierin terug. Maar als ons woord ‘kerk’ afgeleid is van ‘kirke’ ofwel ‘circe’, dan blijven we nog steeds zitten met de vraag, waar ‘circe’ op haar beurt dan weer vandaan komt. Wel, daarvoor moeten we nog verder teruggaan in de tijd en komen uiteindelijk toch weer bij het Grieks terecht, want ‘circe’ komt namelijk uit de Griekse mythologie. Circe of op z’n Grieks kirkh Kirke, dochter van de zon, was in de Griekse mythologie een tovenares, die leefde op het eiland Aeaea. Circe’s vader was Helios, de zonnegod, en haar moeder was Perseis, één van de Oceaniden. Ze was een getalenteerd tovenares en veranderde haar vijanden in beesten door middel van toverdranken. Circe en haar eiland zijn vooral bekend van Homerus’ Odyssee, waarin Odysseus na veel omzwervingen op Aeaea terechtkomt. Zijn bemanning doet zich tegoed aan het feestmaal van Circe, die hen allemaal in zwijnen verandert. Alleen Eurylochos ontsnapt en vertelt Odysseus wat er is gebeurd. Toen Odysseus zijn reisgenoten wilde gaan redden, kwam de god Hermes tot hem, die hem aanraadde een speciaal kruid, moly, te eten dat hem zou beschermen tegen Circe’s magie. De tovenares was nu gedwongen om de mannen hun menselijke lichaam terug te geven. Later wordt ze verliefd op Odysseus. Volgens Hesiodus baarde ze hem drie zonen: Agrius, Latinus en Telegonus. Telegonus zou later de koning van de Etrusken worden. Latere schrijvers noemen alleen Telegonus als zoon van Odysseus en Circe. Volgens een andere mythe veranderde Circe Glaucus in een specht omdat hij haar liefde afwees, en ook transformeerde ze het meisje Scylla in een zeemonster met zes hondenkoppen, omdat Glaucus, op wie Circe verliefd was, verliefd was op Scylla. (Wikipedia). De naam Circe ofwel Kirke komt van het Griekse woord ‘kirkō’, dat de betekenis heeft van ‘omringen’ of ‘zich in een kring om iets bewegen’. Volgens de Webster’s Dictionary is hiervan ook het woord ‘cirkel’ afgeleid en we zien meteen de overeenkomst met het Latijnse woord ‘circum’, dat we reeds eerder hebben behandeld. Ook hier is namelijk weer sprake van een kring. Circe, de dochter van de zonnegod, werd in de oudheid namelijk door haar priesters en priesteressen aanbeden in een kring, een cirkel, waarin soms ook mensenoffers werden gebracht. Ook de Kelten aanbaden hun zonnegod in een cirkel, die zij ‘kirch’ noemden, waar het huidige woord ‘Kirche’ vandaan komt. U ziet hier dus duidelijk dat het woord ‘Kirche’ veel ouder is dan het christendom. De cirkels voor de heidense aanbiddingdiensten en offerdiensten moesten de ronde vorm van de zon symboliseren. De Griekse zonnegod Helios en zijn dochter Circe werden ook in het oude Rome aanbeden. De Romeinen kenden Helios als Mithra. Tijdens de regeringstijd van Septimus Severus (193-211 g.t.) breidde de aanbidding van de zonnegod zich uit over het hele Romeinse Rijk. De verering van de zonnegod nam dermate toe dat men de eerste dag der week officieel tot een vrije dag ter ere van de zonnegod verklaarde en hem om deze reden ook zondag noemde. Een ieder die op deze dag werk verrichtte, riskeerde de doodstraf. Toen keizer Elagabalus regeerde (218-222 g.t.), voerde hij in het jaar 220 g.t. de cultus van ‘Sol Invictus’ [de onoverwinnelijke zon] in. Twee jaar later, in het jaar 222 g.t., introduceerde Elagabalus een feest om de verjaardag van ‘Sol Invictus’ te vieren op 25 december. De priesters die keizer Constantijn de Grote (306-337 g.t.) vóór zijn zogenaamde bekering tot het christendom in zijn dienst had, stonden bekend als ‘de cirkel’. Zij kwamen in een kring bij elkaar om de zonnegod te aanbidden. Keizer Constantijn vermengde het vroege christendom met het Romeinse heidendom, waaruit uiteindelijk de rooms-katholieke kerk ontstond. Door zijn verering van de zonnegod verklaarde hij in het jaar 321 ook voor de christenen en Joden de zondag tot rustdag in plaats van de Shabat, en dit heeft ertoe geleid dat men kerstmis op 25 december, het feest van de zonnegod ging vieren en daarmee rukte deze Romeinse keizer de Joodse Messias Yeshua niet alleen los van het Joodse volk om de Gemeente daardoor haar oorspronkelijke Joodse identiteit te ontnemen, maar hij koppelde de geboorte van Jezus Christus nu ook nog aan het door de Romeinen gevierde populaire feest van “Sol invictus” [de onoverwinnelijke zon]! De dochter van deze zonnegod is Circe ofwel Kirke waarvan mogelijk het woord ‘kerk’ is afgeleid.

Conclusie

Hebben we nu eindelijk de oorsprong van de kerk gevonden? Welke is het? Kyriakon, Circum, Quercus of Circe? Ik denk een combinatie van allen, want de oorsprong blijft Heidens en wij zagen bovendien de onderlinge overeenkomsten en raakvlakten. In elk geval heeft de kerk geen Bijbels fundament, maar wel de gemeente, de Ekklēsia! Samenvattend moet ik toch wel even kwijt, dat ik het ronduit schokkend en verbazingwekkend vind, hoe naïef miljoenen goedgelovige christenen door een gebrek aan kennis in de heilige Schriften door de eeuwen heen elke zondag, de dag van de zonnegod, naar een samenkomst gaan in een gebouw dat de naam draagt van de dochter van de zonnegod, lid zijn van een organisatie die eveneens de naam draagt van de dochter van de zonnegod, en dan bovendien op 25 december ook nog de geboorte vieren van de zonnegod zonder dat zelf te beseffen omdat hen is wijsgemaakt dat ze met Bijbelse dingen bezig zijn. Daarom wil ik eenieder van harte aanbevelen om zelf de Bijbel te gaan lezen. Niet zomaar lezen als een boek, maar zorgvuldig doornemen, bestuderen en memoriseren zoals de gebruiksaanwijzing voor heel ingewikkelde apparatuur! Ga niet zomaar af op hetgeen anderen voor u reeds voorgekauwd hebben (en dat geldt natuurlijk ook voor mij), maar ga zelf op onderzoek, begin tekst met tekst te vergelijken en geef gehoor aan de vele waarschuwingen in de Bijbel om u niet te laten misleiden. Neem de woorden van Sha’ul [Paulus] ter harte: “Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie G’d ongehoorzaam is, wordt getroffen door Zijn toorn. Gedraag u dus niet zoals zij, want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Eeuwige. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. Onderzoek wat de wil van de Eeuwige is. Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en de Mashiach zal over u stralen.’ Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Eeuwige wil. Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Ruach [Geest] u vervullen en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Ruach u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Eeuwige en dank G’d, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Yeshua haMashiach.” (Efeziërs 5:6-20). Amen!

Bron: Werner Stauder