HOER VAN BABEL

Gezaghebbende pauselijke theoloog schrijft dat Katholieke Kerk

rol als ‘hoer van Babylon’ moet omhelzen

clip_image002Gisteren kondigde paus Benedictus XVI tijdens zijn laatste zondagsgebed voor een 50.000 koppig publiek aan dat ‘de tijd voor beproeving is aangebroken’. Deze indirecte verwijzing naar de ‘grote verdrukking’, de in de Bijbel voorzegde laatste fase van de eindtijd, onderstreept de cruciale profetische rol die de laatste paus, Petrus Romanus, in deze voor de hele mensheid ongekend zware periode lijkt te gaan vervullen.

‘Tijdens extreme vervolgingen zal de troon van de heilige Roomse Kerk worden bezet door Petrus Romanus, die de schapen in grote verdrukkingen zal voeden. Als deze voorbij zijn zal de stad van de zeven heuvelen (Rome) worden vernietigd en zal de vreselijke en afschrikwekkende Rechter zijn volk oordelen: het Einde.’ Zo luidt het laatste gedeelte van de ‘profetie der pausen’, die zo’n 900 jaar geleden door St. Malachy zou zijn opgetekend en die we uitgebreid besproken hebben in de serie ‘De komst van de laatste paus Petrus Romanus’.

Kardinaal voorzag afval en vernietiging Rome

Dat de laatste paus in de Grote Verdrukking de opkomst van de Antichrist mogelijk zal maken en mede hierdoor de vernietiging van Rome over zich zal afroepen werd in de loop der eeuwen door een groot aantal gezaghebbende katholieke theologen bevestigd. Eén van hen was kardinaal Henry Edward Manning, die in 1861 een serie lezingen hield waarin hij de in de Bijbel genoemde beschrijvingen van het ‘mysterie Babylon’ of de ‘hoer van Babylon’ identificeerde als de Kerk van Rome: ‘Wij lezen in het boek Openbaring (18:7) over de stad Rome, dat ze met trots in haar hart zegt ‘Ik troon als koningin, ik ben geen weduwe en geen rouw zal ik zien. Daarom zullen haar plagen op één dag komen: dood en rouw en hongersnood, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God, die haar geoordeeld heeft.’ Enkelen van de grootste schrijvers van de Kerk zeggen ons dat de grote stad op zeven heuvelen de stad Rome is, die waarschijnlijk afvallig zal worden en opnieuw zal worden gestraft door het oordeel van God.’

‘De afvalligheid van de stad Rome… en diens vernietiging door de Antichrist zullen voor veel katholieken dermate nieuwe gedachten zijn dat ik het goed acht om teksten van de meest eerbare theologen aan te halen,’ vervolgde Manning. Alle door hem genoemde en andere namen -Ribera, Gaspar Melus, Viegas, Suarez, Bellarmine, Bosius, Malvenda, Lessius, Erbermann- voorzagen dat de Kerk van Rome zal afvallen van het geloof, de ‘echte’ paus zal afzetten en ‘wreder dan ooit het bloed van martelaren zal doen vloeien’ (Malvenda).

‘Vernietigd door een verschrikkelijk vuur’

Lessius schreef bijvoorbeeld: ‘In de tijd van de Antichrist zal Rome worden vernietigd, zoals we openlijk lezen in Openbaring 13… En de vrouw, die gij zaagt, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde (Opb.17:18). Hiermee wordt het goddeloze Rome bedoeld, zoals het was in de tijd van Johannes en opnieuw zal zijn in de tijd van het einde van de wereld.’ De vrouw wordt in vers 4 als ‘het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde’ omschreven.

Onder andere Viegas bevestigde dit in zijn commentaar op Openbaring 18: ‘Rome zal in het laatste tijdperk van de wereld na afgevallen te zijn van het geloof enorme macht en weelde verkrijgen, zijn invloed over de hele wereld verspreiden en krachtig opbloeien. Al levend in weelde en overvloed zal het afgoden vereren, doordrenkt zijn van bijgeloof en eer bewijzen aan valse goden. Vanwege de enorme verspilling van het bloed van martelaren door de heersers zal God hen rechtvaardig en zeer hevig wreken… (De stad) zal totaal worden vernietigd en verbrand door een meest verschrikkelijk en kwellend vuur.’

‘Laatste paus ontvlucht over lijken het Vaticaan’

In het licht van de aanstaande verkiezing van de door al die katholieke theologen voorziene laatste paus Petrus Romanus, die Rome op het pad van vernietiging en in de Grote Verdrukking zal leiden, wijzen we op een 61 jaar oude codex geschreven door de Jezuïet Rene Thibault, die na grondige studie van de Profetie der Pausen concludeerde dat de laatste paus zich waarschijnlijk Pius zal noemen. Een vorige Pius, de tiende, zat van 1903 tot 1914 op de ‘heilige stoel’ en zag in visioenen hoe een toekomstige paus Pius over de lijken van dode geestelijken het Vaticaan zal ontvluchten en zal worden vermoord, wat volgens Pius X ‘niets minder dan het begin van de laatste dagen van de wereld zal zijn.’

Ook het derde deel van het ‘Geheim van Fatima’, dat op 26 juni 2000 door het Vaticaan bekend zou zijn gemaakt, lijkt de visioenen van paus Pius X te bevestigen. Een passage: ‘… voordat hij daar aankwam trok de heilige vader door een grote stad die half in puin lag. Trillend en met aarzelende stappen, gekweld door pijn en verdriet, bad hij voor de zielen van de lijken die hij tegenkwam. Toen hij de top van de berg bereikte werd hij, op zijn knieën zittend voor een groot kruis, vermoord door een groep soldaten die kogels en pijlen op hem afvuurden. De andere bisschoppen, priesters, mannen en vrouwen, gelovigen en allerlei andere mensen van verschillende rangen en standen stierven op dezelfde wijze, de één na de ander.’

Ultieme beproeving en komst Antichrist

Veel katholieken geloven dat het ‘echte’ derde ‘Geheim van Fatima’, alsmede ook de visioenen van paus Pius X en andere voorspellingen over de profetische rol van de Rooms Katholieke kerk, door het Vaticaan verborgen worden gehouden voor het publiek. Allerlei veronderstelde Maria verschijningen, visioenen van pausen, uitleggingen over de aard van de Apocalyps door kardinalen en diverse bevestigde mystieke profetieën zijn vaak in strijd met recente publicaties van het Vaticaan.

Zelfs de ‘Catechismus van de Katholieke Kerk’, die werd uitgevaardigd door paus Johannes Paulus II (1994, de eerste nieuwe catechismus in ruim 400 jaar), spreekt echter van een ultieme beproeving voor de kerk: ‘Vóór de tweede komst van Christus zal de Kerk door een laatste beproeving moeten gaan die het geloof van velen zal doen wankelen. Tijdens deze bij haar pelgrimsreis optredende vervolging zal het geheimenis der wetteloosheid (2 Tess.2:7) in de vorm van een religieuze misleiding als een klaarblijkelijke oplossing voor de problemen van de mensen worden gepresenteerd. De prijs is het afvallen van de Waarheid. De ultieme religieuze misleiding is die van de Antichrist, een pseudomessianisme waarbij de mens zichzelf zal verheerlijken in plaats van God en Zijn Messias die in het vlees is gekomen.’

‘Laatste paus is de Valse Profeet’

Recente katholieke priesters, waaronder John F. O’ Connor, Alfred Kunz, Malachi Martin, E. Sylvester Berry en Herman B. Kramer, hebben deze visioenen over de toekomstige vernietiging van het afvallige Rome bevestigd. Sommigen wezen zelfs letterlijk op het inmiddels aanstaande conclaaf en het gevaar dat de Valse Profeet juist vanuit de Katholieke Kerk zou kunnen komen. In zijn boek ‘De Apocalyps van St. Johannes’ voorspelde E. Sylvester Berry dat het pauselijke ambt zal worden overgenomen door een valse profeet. Herman Bernard Kramer schetste in zijn boek ‘The Book of Destiny’ een afschrikwekkend scenario waarin Satan de kerk binnendringt en de ware paus (mogelijk tijdens een conclaaf) vermoordt, zodat de valse paus op de troon kan stijgen en over de wereld kan gaan heersen.

Rol als hoer van Babylon verwelkomd

John O’Connor maakte voor zijn dood een twee uur durende (op DVD verkrijgbare) documentaire waarin hij uitvoerig de veranderingen in de Rooms Katholieke Kerk en de voorbereidingen die worden getroffen voor de komst van de Antichrist beschreef. Zijn ergste vermoedens lijken te worden bevestigd door Hans Urs von Balthasar, een collega van de pausen Johannes Paulus II en Benedictus XVI en tevens één van de belangrijkste katholieke theologen van de 20e eeuw, die in zijn essay ‘Casta Meretrix’ (Kuise Hoer) niet alleen bevestigde dat de Katholieke Kerk de ‘hoer van Babylon’ is, maar dit concept zelfs verwelkomde:

‘De persoon van de prostituee (forma meretricis) is zó toepasselijk voor de Kerk… dat het de Kerk van het Nieuwe Verbond in haar meest schitterende mysterie van verlossing beschrijft. Het feit dat de Synagoge het Heilige Land verliet om onder de heidenen te gaan was ontrouw aan Jeruzalem, het feit dat ‘zij haar benen opende voor iedere weg in de wereld.’ Maar dezelfde beweging, die alle volken tot haar brengt, is de missie van de Kerk. Ze moet zich verenigen en samengaan met alle volken. Deze nieuwe apostolische vorm van eendracht kan niet worden vermeden.’

‘Gaat uit van haar’

De bevestiging en zelfs omhelzing van de rol van de afvallige ‘hoer van Babylon’ door één van de prominentste katholieke theologen uit de vorige eeuw zal met name voor katholieke gelovigen verbijsterend zijn. Niet voor niets roept God (middels een engel) in Openbaring 18:4 de gelovigen op: ‘Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.’ Nu Petrus Romanus op het punt staat de troon van het Vaticaan te bestijgen lijkt er maar heel weinig tijd over waarin gelovigen nog gehoor kunnen geven aan deze oproep en kunnen voorkomen mede gestraft te worden voor het vasthouden aan een door God verworpen kerk.

Bron: Xander

Nota: Zie Bijbelstudie boek openbaring 18 . Geef “Openbaring” in het zoekvenster!

Biblespace Huisgemeenten

TABERNAKEL STUDIE

clip_image002

WAT WAS DE TABERNAKEL?

clip_image004

Het woord tabernakel komt van het Latijn voor tent of hut, een woning. De S.Vert. noemt hem “de tent der getuigenis of der verzameling”. Het was een verplaatsbare grote maar speciale tent.

De Bijbel stelt met grote nadruk dat de woning van God tot in de kleinste details niet gebouwd was volgens een menselijk plan, maar volgens de wil en de aanwijzing van God. Mozes zag op de Sinaï een model van de hemelse tabernakel met toebehoren.

8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.

9 Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei. Exodus 25

Wij leren meteen dat het Gods wil en verlangen is om bij de mensen te wonen. In het O.T. was Hij samen met Zijn volk en wilde tot hun hart spreken in de woestijn of de wildernis. De woestijn is een beeld van de wereld. De wolkkolom was een teken van zijn aanwezigheid.

In het N.T. woont Hij door Zijn Geest in Zijn wedergeboren kinderen. Ons lichaam is ook een tent, maar zal hersteld worden in zijn heerlijkheid.

2 Corinthiërs 5:4 Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden.

2 Corinthiërs 6:16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

Openbaring 21:3 En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn,

HET PLAN VAN DE TABERNAKEL en DE VOORWERPEN.

clip_image008EXODUS 26. (lezen)

Wij vinden hier een complete beschrijving hoe Mozes de tabernakel diende te laten maken. Wij herkennen eerst de afsluiting in het wit. Wit spreekt van reinheid en heiligheid van God.

Verboden toegang voor de zondaars en wereldse mensen. Zij hadden de wereld verlaten (Egypte). Deze afsluiting bestaat nog steeds voor ons want wij scheiden ons af van elk werelds gedrag. Toch werd een poort gemaakt, welke het mogelijk maakt tot God te naderen. Deze poort had andere kleuren, deels blauw(hemel), wit (reiniging) en scharlaken ( zonde). Je kwam er slechts in met een offerdier, wanneer men had gezondigd. Een ongelovige die spijt heeft over zijn zondig leven kan nu ook door deze ingang, en dit is Jezus! Als men dankbaar was, met een dankoffer. Er waren dankbaren onder hen die door Jezus werden genezen naar lichaam en ziel. Het offerdier wijst rechtstreeks naar het offer van Jezus op Golgotha, dit is de sleutel. Johannes 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

HET BRONZEN BRANDOFFERALTAAR

clip_image010Het eerste wat je zag als je binnenkwam in de voorhof, was het bronzen altaar. Het was gemaakt van hout en overtrokken met koper.

29 Het brandofferaltaar zette hij bij de ingang van de tabernakel, de tent der samenkomst, en hij offerde daarop het brandoffer en het spijsoffer, zoals de HERE Mozes geboden had. Exod.40

19 Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,20 langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, Hebr.10

clip_image012De zondaar kwam met een dier om te offeren, lammeren, stieren of bokken. Hij legde zijn hand op de stier en gaf daarmede te kennen dat hij al zijn eigen zonden op dat onschuldige beest legde. Dat dier werd geslacht en geofferd in zijn plaats. Wij hebben medelijden met dat dier. Zo werd Jezus het Lam Gods op Golgotha en geofferd in onze plaats! Jezus was onschuldig. Wij moeten weten dat Jezus stierf omwille van onze zonden. Wij stierven mee,om later ook op te staan.

Galaten 2:20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

Jezus is het volmaakte offer. Wij krijgen nu telkens vergeving van onze zonden NA BELIJDENIS. Wij kunnen ze nu telkens belijden en dan weten de Here heeft ze mij vergeven. Het niet belijden van zonde is ongezond zowel voor geest als het lichaam.

1 ¶ Van David. Een leerdicht. (32-2) Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is;

2 welzalig de mens, wie de HERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.3 Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag;

4 want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte. Sela Psalm 32

HET WASBEKKEN

clip_image014

Gij nu zult een vat van koper maken met een voetstuk van koper, voor de afwassingen, het plaatsen tussen de tent der samenkomst en het altaar, en daar water in doen. Exod.30

Het wasbekken was voor de priesters om hun handen en voeten te wassen vooraleer ze zouden binnengaan in de tabernakel. Het bekken werd ook gebruikt om de dieren van hun as te ontdoen. Ook wij moeten gewassen worden van onze hand(el) en wandel (voeten). Het wasbekken stond vol water, en telkens de priesters er bij kwamen om zich te wassen konden zij hun eigen spiegelbeeld daarin zien.

Wanneer wij het offer van Jezus hebben aangenomen, dan komt de afwassing, de belijdenis van onze zonden. Dit is ons reinigingsleven.

23 Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; 24 want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. 25 Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.

Jacobus 1

25 Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, 26 om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, 27 en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet. Efeze.

Het wasbekken in het N.T. is het beeld dat Jezus Zijn gemeente zal reinigen, denk aan de voetwassing. De invloed van de bijbel op de christenen is van groot belang, wie het niet gelooft, zal er ook geen rekening mee houden. Deze reiniging is nodig om straks bij God te zijn. Zalig de reinen van hart, ze zullen God zien.

Het werk van de Here zal volmaakt zijn, geen vlekken meer, geen zonden meer! 10 Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen.

11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.Joh.13

De deur van het tabernakel is hetzelfde als de deur van de ingang van het voorhof. Ook hier geldt dat Jezus de deur is.

WAT IS ER IN HET HEILIGDOM?

clip_image016Daarin vinden wij de tafel der toonbroden, de gouden kandelaar en het reukofferaltaar.

Wij bekijken eerst de kandelaar.

31 Gij zult een kandelaar van louter goud maken, van gedreven werk zal de kandelaar gemaakt worden, het voetstuk zowel als de schacht; de bloemkelken met knoppen en bloesems, zullen daarmee een geheel vormen.

32 Zes armen nu zullen uit zijn zijden uitsteken: drie armen van de kandelaar uit de ene zijde en drie armen van de kandelaar uit de andere zijde. Exodus 25

DE KANDELAAR OF DE MENORA.

clip_image018

Het was de enige lichtbron in het heilige. De zevenarmige kandelaar brandde de dag en nacht. Zonder dit licht konden de priesters hun werk niet doen, ook wij niet! Er is in het leven ook maar één geloof om zich te behoeden in deze duistere wereld voor allerlei onheil en verdriet. Slechts door dat licht kunnen wij naderen tot bij Gods aanwezigheid. Vandaag is er veel namaaklicht, valse godsdienst, levensovertuigingen die falen. Olie was de bron om licht te maken, vandaag zijn er vele kandelaren, maar zonder olie, dus ook geen licht. Kerken zonder de H.Geest. Wie niet voorbij het offeraltaar is gekomen is nog zondig en blind. Wie het onschuldig Lam Gods, Jezus, niet aanneemt als verlosser en Heer, kan het licht niet zien in het heiligdom. De ongelovige zal nooit de zin van het leven kunnen begrijpen.

6 Ik tobde erover om dit te begrijpen, een kwelling was het in mijn ogen,17 totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde lette. Ps.73

Asaf begreep niet hoe het kwam dat de goddelozen rijk werden en onbezorgd leefden als de hemel op aarde totdat…hij het heiligdom binnenging! Zijn ogen gingen open, en zo is ieder mens die God leert kennen in zijn leven door Jezus persoonlijk te leren kennen. In het N.T. is het licht een tegenbeeld van de H.Geest en het Woord. De H.Geest is onze gids die in ons woont. ( Joh.14:26). Hij verlicht ons verstand.

Het boek Spreuken geeft ons ook hier inzicht want de kandelaar is als een lamp:

23 Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven, Spr.6

(Openbar.2:5). Het afvallen van de eerste liefde betekent de eerste gehoorzaamheid aan de bijbel, de eerste bekeringsstappen in geloof, de eerste stappen om vrede proberen te maken met je naaste, te stoppen en geen inspanningen meer te doen. (Jesaja 2:5).

Wanneer een gemeente of kerk de bijbel laat vallen als het gezag, verdwijnt het licht. Zo een kerk komt in het duister, onbegrip, en gelooft opnieuw in zichzelf of fabels, en niet meer in God, maar houdt wel de schijn! Enkel uiterlijk vertoon of levensloze godsdienst.

2 Corinthiërs 6:16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

Ps. 119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

DE TAFEL MET DE TOONBRODEN

clip_image020clip_image022Opnieuw vinden wij hier een tegenbeeld van onze Here. Het brood des levens. Deze twaalf broden of koeken werden gemaakt van het manna. Het manna, het hemelsbrood, leek op korianderzaad. Ons lichaam wordt gevoed met voedsel dat de aarde voortbrengt, het betekent kracht voor ons lichaam. Maar ook voedsel uit de hemel is nodig voor onze geest!.

Deze toonbroden werden dagelijks getoond, en elke week op de sabbat vernieuwd. Er waren twaalf broden naar de stammen van Israël. Men wilde in feite ook de zegen aan God tonen van hun streven, hun goede werken uit geloof.

De broden waren een offer, voortkomende uit Gods akkerland, Israël. God is de levenskracht, de wasdom. Onze toonbroden vandaag kunnen wij vergelijken met de vruchten van de Geest

Galaten 5:17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander) zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

Galaten 5:22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

1 Corinthiërs 1:18 Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.

Johannes 6:35 Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.

Vandaag is er in ons landje geen gebrek aan voedsel voor het lichaam. Maar de mens leeft niet van brood alleen. De zelfmoorden in ons landje bewijzen dat. Geen enkel mens kan echt gelukkig en doelgericht leven zonder de bijbel, zonder Jezus, het brood des levens. Men moet Jezus persoonlijk te leren kennen. De geest moet de nodige kracht hebben, net als het lichaam. De menselijke geest vraagt geestelijke voeding. Dit soort van voeding is slechts te vinden in de heilige schrift.

1 Corinthiërs 4:20 Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.

HET REUKOFFERALTAAR

clip_image024

Dit gouden altaar staat voor het voorhangsel van het allerheiligste met de ark.

Exodus 35:15 het reukofferaltaar met zijn draagstokken, de zalfolie en het welriekend reukwerk; het gordijn van de ingang, voor de ingang van de tabernakel;

Eerst had men de kandelaar links, de toonbroden rechts en nu het reukofferaltaar.

Bij de kandelaar zien wij dat de zes armen UIT de middelste werd gedreven. Bij de toonbroden als een zegen, als beeld van Jezus, tenslotte DOOR Hem. Wie eet van dit brood uit de hemel zal DOOR Hem leven. Het reukoffer is TOT Hem. Ons gebedsleven is een gevolg van onze bekering, verlicht ( kandelaar) door Gods woord, en geestelijke voeding (toonbroden) en zal een reukwerk zijn TOT Hem.

33 O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!

34 Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest?

35 Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet?

36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. Rom.11

Openbaring 5:8 En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen.

HET HEILIGE DER HEILIGEN

DE ARK VAN HET VERBOND

clip_image026clip_image028In het achterste gedeelte van het tabernakel staat enkel de ark van het verbond, met daarin de tien geboden aan Mozes gegeven. Twee cherubs kijken naar het verzoendeksel, waaronder de wet. Eenmaal per jaar, met Yom Kipur, keken ze naar het gestorte bloed van het zondoffer, binnengebracht door de hogepriester. Hebreeën 9:12 en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.

HET VOORHANGSEL EN HET VERZOENDEKSEL.

Het allerheiligste was afgesloten door een voorhangsel, een neerhangend overgordijn. Het was een bedekking voor de heerlijkheid in de hemel.

Een beeld van scheiding tussen God en de mens. De ark was het beeld van de aanwezigheid van de ene levende God, de God van Israël. De ark was als een troon van God te vergelijken. Het woord ‘hilastèrion’ werd in Rom. 3:25 vertaald door ‘genadetroon’ en in Hebr. 9:5 door ‘verzoendeksel’. Niemand mocht er binnen behalve de hogepriester, anders zou hij sterven.

clip_image030

27:50 Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest. 51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden, Matth.27

Deze gebeurtenis was heel belangrijk, God liet zelfs de aarde beven en dit was niet toevallig, neen, het is God die de timing in handen heeft en niet de mens.

Hebreeën 10:20 langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees,

Jezus is de weg niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Bij God komen er geen gebeden toe, van mensen die niet geloven in Jezus alleen en bidden in Zijn naam. Enkel het bekeringsgebed en vertrouwend op Jezus reinigende bloed.

15 Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart, 16 maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen. 2 Cor.3

De Bijbel geeft zelf de uitleg over het voorhangsel om alles duidelijk te stellen. Het voorhangsel scheurde, als een teken dat de mens die zich bekeert heeft, tot bij God zal komen, net als Jezus. Hij heeft de liefde van Jezus kunnen begrijpen, want geloof is een gave Gods. ( Efeze 2:8).

RAAD BIJ PERSOONLIJKE BIJBELSTUDIE

LEIDRAAD VOOR PERSOONLIJKE BIJBELSTUDIE.

clip_image002

De bedoeling van deze Bijbelstudie is de mogelijkheid scheppen, opdat ieder zelf een persoonlijke Bijbelstudie kan maken. Het is niet de bedoeling dat ieder een Bijbelleraar zal worden, doch het is in onze tijd zeer nuttig zelf na te gaan, of de leer die gegeven wordt, een gezonde leer is. Het profeteren in het N.T. dient te worden beoordeeld. Dit was niet zo in het O.T. Het is ook niet de bedoeling om dan geen Bijbelstudie meer te volgen, dat zou onbijbels zijn. Wij leven in de eindtijd, en Jezus heeft gewaarschuwd voor ernstige dwalingen.

Markus 13:22 Want er zullen valse Christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.

Het is wel van belang, wanneer men iets wil doorgeven, als een ervaring op zondag, dat dit ook strikt Bijbels en zeer stichtend zal werken. Let op met het gebruik van het Internet, wees op uw hoede, het lijkt een jungle!

EERSTE STAP.

De eerste stap die noodzakelijk is, is het gebed. Wie de Bijbel wil onderzoeken en begrijpen dient te bidden tot de Schrijver voor wijsheid en inzicht. De bijbel is geen boek als een ander, het is uniek en heilig. Een zeer oud boek, waarvan de Schrijver eeuwig leeft! Ware christenen zijn zeer sterk afhankelijk van de Heer. Om te bidden en te studeren is het goed om met volgende puntjes rekening te houden:

  • Afzonderen in de stilte, weg van lawaai en muziek.
  • Zet TV, GSM, radio, en alles wat kan storen, af, voor uw studietijd in uw eigen belang.
  • ’s morgens vroeg is een goede mogelijkheid, het is een opoffering eens vroeg op te staan, veel profeten deden dit ook!

Wat is wijsheid?

28 maar tot de mens zeide Hij: Zie, de vreze des Heren, dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht. Job 28:28

Wijsheid is ontzag hebben voor Gods woord. Het is tevens een levensstijl, om alles te mijden wat ingaat tegen Gods wil. Wat je leert probeer dat toe te passen, zo zal de Bijbel meer en meer opengaan voor u.

Het begrijpen van de Bijbel is afhankelijk van onze gehoorzaamheid, niet van onze intelligentie.

Deuteronomium 4:6 Onderhoudt ze dan naarstig, want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn in de ogen der volken, die bij het horen van al deze inzettingen zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie.

Bidden om wijsheid en inzicht.

Jacobus 1

5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bid hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

Iedereen schiet te kort aan wijsheid. Daarom moet ook iedere christen bidden om de bijbel te begrijpen.

Wijsheid maakt gelukkige mensen.

13 Welzalig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstandigheid verkrijgt;

14 want wat zij opbrengt, is beter dan de opbrengst van zilver, wat zij doet gewinnen, is beter dan goud. Spreuken 3

Zilver en goud zijn in de Bijbel een beeld van geld en rijkdom. Wijsheid brengt meer op dan geld en aandelen. Onze maatschappij wordt steeds ongelukkiger omdat ze meer en meer geldzuchtiger word.

TWEEDE STAP

De tweede stap is een gedeelte uit de Bijbel te lezen. Dit gedeelte moet niet altijd lang zijn.

U hebt verschillende mogelijkheden:

1. U kunt een dagboek nemen met iedere dag een paar verzen, en u leest een bepaalde opgegeven tekst. Dit is wel de gemakkelijkste methode en vergt ook minder eigen inspanning. Doch deze methode sluit geen dwalingen uit. Voor jonge christenen is het wel een goed begin. Doch een baby blijft ook geen baby.

2. U kiest zelf een gedeelte.

In het begin dient men geen moeilijke gedeelten te kiezen. Neem gewoon een verhaal uit het Nieuwe testament. Leest aandachtig en in rust.

Iets lezen en met je gedachten ergens anders zijn, is verloren tijd en zonde.

Wij gaan nu echter verder op basis van de tweede mogelijkheid. U kiest zelf een gedeelte.

Wanneer u hiervoor kiest wat goed is, hebt u nog wat instrumenten nodig die u zullen helpen.

Het aanschaffen van enkele studieboeken is noodzakelijk en kunnen zeer nuttig zijn.

– Een Nederlands woordenboek.

– Een bijbelse concordantie.

– Een bijbelse encyclopedie

– Een bijbels namenboek.

– Een goede Bijbelvertaling, STV, King James, Complete Jewish Bible, enz.

DE DERDE STAP : HET OBSERVEREN VAN UW TEKST.

Met het observeren,is bedoeld de tekst aan een analyse te onderwerpen. Opgelet! Let goed op de context en tekstverwijzingen. Een stuk zinsontleding is wel van belang.

Voorbeeld:

Wie op jacht gaat of meegaat met de jagers, en daar niets vanaf weet, zal geleerd worden waarop hij dient te letten. De jager kent de sporen van de dieren, hij let op het gedrag van zijn honden die mee zijn. Hij let op de holen enz. Men moet letten op de veiligheid van de mensen in de omtrek.

– Wij zoeken de woorden die meer dan driemaal voorkomen, en zetten die op een blad.

– Wij zetten de woorden, waarvan wij weinig kennis hebben op een blad met vraagtekens.

– De detailwoorden onderlijnen. Dit zijn woorden die een reden, een gevolg, een omschrijving, een voorwaarde of een tijdsbepaling aangeven.

– Schrijf plaatsnamen op, kijk waar dat ligt. ( een geografische kaart kan belangrijk zijn )

– Waar uw aandacht naartoe gaat.

– Wat u niet begrijpt, opschrijven en vragen naar uitleg bij degene die onderwijs geeft in uw kring of huisgemeente.

DE VIERDE STAP : TIPS BIJ HET INTERPRETEREN.

1.Waar vind ik een gelijkaardige tekst? Bv : concordantie.

2.zoek andere teksten over woorden die meermaals voorkomen.

3.Maak een samenvatting van deze woorden.

4. Zoek een verband tussen de meest voorkomende woorden.

5. Gebruik de woorden waaraan een symboliek zijn verbonden, en welke u hebt geleerd tijdens een Bijbelstudie. De ervaring leert dat Bijbelse symboliek zeer belangrijk is.

6. Probeer nu vast te stellen : Wat wil God nu tot mij zeggen?

7. Hou rekening met :

19 En wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten.

20 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; 21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. 2 petrus 1:19

GEEN EIGENMACHTIGE UITLEG!

Inderdaad, geeft nooit je eigen interpretatie, laat de Bijbel zelf spreken.

Uw streven moet zijn te vinden wat Gods Geest duidelijk maakt. Dit wil zeggen dat een goede verklaring zeker heeft rekening gehouden om een schrift met schrift te vergelijken.

Wij dienen steeds rekening te houden met de context van het gedeelte.

Psalm 53 (53-2) De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.

Je zou kunnen zeggen er staat in de Bijbel dat er geen God is!

Dit wil zeggen haal nooit geen teksten uit zijn verband.

Veel onenigheid ontstaat er onder de christenen omdat deze regel niet wordt gerespecteerd.

Andere regel: Neem eerst de tekst letterlijk. Indien deze niet mogelijk is, mag men gaan vergeestelijken of naar de figuurlijke taal gaan.

Besluiten.

1. Wat kan ik voor mezelf vinden in de tekst die ik heb gelezen?

2. Is er een belofte? Voorbeeld? Bevel? Waarschuwing? Bemoediging? Raad?

3. Wat verwacht God nu van mij?

4. Wil ik toepassen wat ik las als levenstijl?

clip_image003

Een eerste oefening kunt bekomen via mail: biblespace@hotmail.com

VOOR OF TEGEN JEZUS CHRISTUS

clip_image001

clip_image003

49 Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is mijn wil, als het reeds ontstoken is?

50 Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is.

51 Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen?

Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid Luc.12

Tijdens het aardse leven, dienen mensen soms belangrijke beslissingen te nemen. De ene maal valt dit ook beter mee dan de andere keer. Je moet eens kiezen met wie je wilt huwen, in welke richting je wilt studeren, waar je gaat wonen enz. Over de bijzonderste keuze welke een mens in zijn leven dient te maken, hoor je vandaag zeer weinig. Toch zal de keuze van de mens tegenover God heel belangrijk zijn, en bijzonder in de aankomende jaren van oordelen, rampen en oorlogsgeweld, welke zal worden voorafgegaan door allerlei vormen van chaos.

Vooraleer Jezus de bovenstaande uitspraak deed, gaf Hij rust en bevel dat Zijn discpelen niet angstig zouden worden, en ook vandaag niet! (32) Hij leerde ook niet te beleggen in aandelen, maar wel om aalmoezen te geven! Hij wilde rechtvaardigheid, en dat kan nooit in een wereld met rijk en arm!

(33) Jezus sprak over een vergankelijke aardse rijkdom, en een geestelijke rijkdom, welke niet zal vergaan, maar zijn waarde zal blijven bestaan in de eeuwigheid. Hij stelt ieder mens voor een belangrijke keuze, ook in de rijke jongeling koos zijn vergankelijke rijkdom, bezittingen en geld of aandelen, en volgde Jezus niet verder. De rijke jongeling kan wel eens een profetisch beeld zijn van het rijke westen. Daarbij heeft het Babelse of Roomse christendom gekozen voor een andere god, de Mammon! Tot al wie voor Hem willen kiezen, gaf Hij de raad waakzaam te zijn en trouw te blijven aan het Woord, tot Zijn wederkomst.

“VUUR BEN IK KOMEN WERPEN OP AARDE”

clip_image005Wat een beeldspraak! De symboliek van vuur in de Bijbel, is in de eerste plaats oordeel. Het evangelie welke Jezus bracht heeft de uitwerking van uitbreidend vuur, namelijk vuur dat reinigt en alles zuivert, zoals goddeloosheid en ook alle valse leer! God sprak door de profeet Jeremia het volgende:

29 Is niet mijn woord zo: als een vuur, luidt het woord des Heren, of als een hamer, die een steenrots vermorzelt? 30 Daarom zie, Ik zal de profeten! luidt het woord des Heren, die mijn woorden van elkander stelen; (Jer.23)

Sodom kwam om door vuur en zwavel! Ook Gog en al zijn legers welke Israël straks willen aanvallen zullen omkomen! Als Jezus zich zal openbaren, en zichtbaar terugkomt naar Jeruzalem, zal dit op dezelfde wijze gebeuren! (Luc.16:29,30). (1 Kor.3:13).

De vurige liefde van God voor Zijn schepping, Zijn volk, Zijn gemeente, zal de toekomst aantonen. God kijkt en verlangt meer naar de toekomst dan iedere christen, want Hij heeft een plan gemaakt. Het evangelievuur van Jezus, zal alle ongelovigen en alle afgoderij en bijgeloof laten verdwijnen, er komt een andere wereld zonder onrechtvaardigheid.(Hebr.12:29). 29 want onze God is een verterend vuur.

6 Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand.(Joh.15)

De mens heeft de keuze: Jezus volgen of de tweede dood, de vurige hel! Het klinkt ouderwets, maar het blijft de waarheid, wat je ook onder die hel begrijpt. Het evangelie toont twee levenswegen: De autostrade naar de hel, of de lastige bergwegel naar het nieuwe Jeruzalem! Jezus sprak:

50 IK MOET GEDOOPT WORDEN MET EEN DOOP, EN HOE BEKLEMT HET MIJ,

TOTDAT HET VOLBRACHT IS.

3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Rom.6

12 daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook medeopgewekt door het geloof

aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.Kol.2

…toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden. 21 Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus, 22 die aan de rechterhand Gods is, naar de hemel gegaan, terwijl engelen en machten en krachten Hem onderworpen zijn.1 Petr.3

Hier sprak Jezus duidelijk over Zijn lijden en sterven, en wat een stress in de gedachtewereld van Jezus, tot het zou zijn volbracht. Hij wist wanneer en hoe hij onschuldig zou sterven in onze plaats! Indien een mens zou weten hoe en wanneer hij sterven zou, hij zou een lijdensweg krijgen.

clip_image007De doop waarover Jezus het hier heeft, is zijn bloedige doop in Zijn dood, een offer tot vergeving van alle zonden, enkel niet de zonde van ongeloof! Wie zich laat dopen, gaat helemaal onder water, zoals in een graf, als symbool. Zijn zondig leven is vergeven en begraven, door geloof in Jezus offer. Daarom dat een besprenkeling of kinderdoop verduistering en dwaling brengt. Wie dan uit het water komt, getuigt van zijn opstanding en nieuw leven welke hij heeft ontvangen, en dit gebeurt normaal in de gemeente tot een sterk getuigenis van iedere aanwezige!

Petrus legt een bijzonder mooi verband tussen de doop, en het ingaan in de ark van Noach! Jezus toonde aan dat de tijd voor Zijn wederkomst zou zijn als in de dagen van Noach. Vandaag naderen wij met snelle schreden dezelfde tijd.

Er komen nog reuzen terug, gedemoniseerde mensen van tegen de drie meter groot, met uitzonderlijke lichaamskracht. Spotten, lachen, en kwaadspreken met Bijbelgetrouwe christenen, is er vandaag als voor de zondvloed. Noach had zijn keuze gemaakt: Hij geloofde wat God sprak, en werd gered!

Wie in deze dagen wil behouden worden, dient enkel te geloven wat God zegt. Je kunt God niet zien, maar je kunt Hem helemaal ontdekken en leren kennen, in de Bijbel.

51 MEENT GIJ, DAT IK GEKOMEN BEN OM VREDE OP AARDE TE BRENGEN?

NEEN, ZEG IK U, VEELEER VERDEELDHEID

Wie zou nu kiezen voor iemand die verdeeldheid en strijd brengt onder het volk in plaats van vrede en rust? De Zoon van God kwam eerst naar deze aarde, als het “Lam van God”, dat geofferd diende te worden ter vergeving van ieders zonden, voor wie in Jezus zou gaan geloven.

Is Jezus niet de steen waaraan de ongelovige ezels zich stoten en zullen stoten?

11 Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden.

12 En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.

Vandaag stellen wij vast, dat religieuze leiders en ook politieke leiders zoeken naar een eenheid onder alle godsdiensten via oecumene, allianties, enz. zonder de waarheid te zoeken of te volgen!

6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven;

niemand komt tot de Vader dan door Mij.

De verdeeldheid tussen mensen zal geen overwinning zijn voor de meerderheid, zoals in ons democratisch bestel, maar het zal een overwinning worden voor een minderheid. Bijbelgetrouwe christenen zijn in de geschiedenis altijd een minderheid geweest. Ze werden vervolgd en vermoord door staatskerken, omwille van de naam van Jezus.

Ook Gods uitverkoren volk Israël werd en wordt opnieuw bedreigd met vernietiging, welke een apocalyptische wereldoorlog zal veroorzaken. Hun God is de schepper van hemel en aarde. Hitler volgde een oude filosofie van de Übermensch, maar hij werd een “looser”!

God zal overwinnen met Zijn nieuwe mens, de wedergeboren christenen, zij die gestorven zijn, en zullen opstaan uit de dood, en zij die vandaag nog in leven zijn, welke heimelijk zullen worden opgenomen. De mens kan opnieuw kiezen tussen een aankomende antichrist en Jezus! Zo gaan we straks de laatste strijd kennen tussen licht en duisternis, met nog meer geloofsafval! Bijbelgetrouwe christenen zullen mogelijks nog een korte hevige strijd kennen, doch wij denken aan de woorden van de apostel Paulus:

17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking. 18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. 19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.Rom.8

DE ZICHTBARE VERDEELDHEID

clip_image00952 Want van nu aan zullen vijf in een huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen verdeeld zijn,53 vader tegen zoon en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder. Luc.12

Toen Jezus predikte, kwam er al verdeeldheid bij de schare luisteraars.(Joh.7:43). Verdeeldheid onder de Farizeeën.(Joh.9:16).De verdeeldheid tussen Joden en christenen zal wegvallen.(Joh.10:19) Verdeeldheid onder christenen is vandaag enorm, doch niets nieuws onder zon! (1 Kor.11:18)

Het loopt dwars door de gemeenten, de gezinnen en families, en dit met veel verdriet.

De verdeeldheid was al te zien op Golgotha, een zondaar links en een zondaar rechts van Jezus, de ene koos de kant van Jezus de andere spotte, en had geen spijt.

Barabbas of Jezus?

clip_image011

De keuze tussen Barabbas en Jezus, kwam er ook, door manipulatie van het volk, via de toenmalige media koos de meerderheid voor een moordenaar, een minderheid koos Jezus! Doch Jezus komt terug en zal duizend jaar regeren in Jeruzalem!

Wat is uw keuze?

HET MERKTEKEN 666

17

Volgens de bekende onderzoeksjournalist James Tucker wil de beruchte Bilderberg groep het dragen van een ID kaart wereldwijd verplicht stellen, te beginnen met alle burgers in Europa en Amerika. De Wall Street Journal en de Washington Post schrijven dat diverse leden van de Amerikaanse senaat voorstanders zijn van het invoeren van een verplichte biometrische ID kaart, die de vingerafdrukken en/of een scan van de aderen in de bovenkant van iemands hand (of voorhoofd?) moet gaan bevatten.

In de VS is de inmiddels gepensioneerde Libertarische afgevaardigde Ron Paul feitelijk de enige geweest die zich jarenlang met succes heeft verzet tegen de invoering van een verplichte wereldwijde biometrische ID kaart. Nu hij weg is bestaat er volgens Thomas E. Donilon, Nationale Veiligheid Adviseur in het Witte Huis en tevens Bilderberger, een goede kans dat het Congres akkoord gaat met de invoering van de kaart. Ron Pauls zoon Rand zou zich er volgens ingewijden niet tegen verzetten omdat hij hoopt in 2016 presidentskandidaat te worden. (1)

Uit een gelekt overheidsdocument blijkt dat het Witte Huis plannen heeft om illegale immigranten en buitenlandse arbeiders verplicht biometrische informatie te laten afstaan voor een nieuw type visum. Volgens de Wall Street Journal kan deze nieuwe ID kaart, die gebaseerd is op vingerafdrukken en/of een scan van de aderen in de bovenkant van een hand, vervolgens verplicht worden gesteld voor alle Amerikaanse werknemers. De stap naar een gedwongen invoering voor alle burgers is dan nog maar een kleine. (2)

Teken van het Beest

Met name de genoemde hand scan zal onder sommige christenen voor de nodige consternatie zorgen. In het Bijbelboek Openbaring wordt namelijk voorzegd dat mensen in de eindtijd een verplicht teken op hun hand of voorhoofd zullen krijgen, het bekende ‘666’ teken van het Beest (de Antichrist / het systeem van de Antichrist). Vooral evangelische- en pinksterchristenen geloven al tientallen jaren dat dit een geïmplanteerde chip zal zijn waarzonder niemand meer kan kopen, verkopen of kan werken. Sinds enige jaren behoort ook een elektronisch leesbare -zichtbare of onzichtbare- tatoeage tot de mogelijkheden.

Nota biblespace: Het merkteken kan geplaatst per injectie worden in hand of arm. In het Hebreeuws staat Yad voor hand en arm.

NAAM BOVEN ALLE NAAM

DE NAAM YESHUA – HASHEM YESHUA

clip_image001

 

Een van de meest opvallende kenmerken van een Messiasbelijdend >rdm=tyb Beit Midrash [leerhuis] is het consequente gebruik van de Hebreeuwse namen van de Bijbelse personen in plaats van hun Griekse varianten, want vertalingen kan men ze nauwelijks noemen. Elizabeth (Eleisabet) en Jacobus (IakwboV) zijn beslist geen Griekse vertalingen van ib>yla Elisheva en bqiy Ya’aqov maar veeleer vergrieksingen daarvan. Hetzelfde is het ook geval met de naam Johannes (IwauhV) die eigenlijk ]nxvy Yochanan zou moeten zijn. De Griekse schrijfwijze van Hebreeuwse namen was meestal niet gebaseerd op een vertaling, maar was veelal een impressionistische weergave van wat men méénde te horen. In veel gevallen ging de juiste betekenis van de oorspronkelijke namen, die deel uitmaken van de Joodse cultuur en identiteit, in de Griekse versie verloren en doortranscriberen naar het Nederlands louter op grond van de Griekse verbastering maakte de Joodse namen in onze christelijke Bijbels vrijwel onherkenbaar. En juist de diepere betekenis van een naam speelt sinds van ouds in het Joodse denken een uitermate belangrijke rol, want reeds in a lavm> Sh’mu’el alef [1 Samuël] 25:25 werd er gezegd: “Zoals iemand heet, zo is hij!” De eigennaam geeft de persoon aan en is een deel hiervan. G’d heeft in Zijn heilsplan niets aan het toeval overgelaten en dat geldt zeer zeker ook voor de keuze van de namen. Deze bijbelstudie is derhalve vooral bedoeld om een ieder ervan bewust te maken, dat wij met het uitspreken (of juist niet uitspreken) van namen héél zorgvuldig moeten leren omgaan. Neem als het meest in het oog springende voorbeeld de naam Jezus (IhsouV) eens. Weet u hoe Zijn familie en vrienden Hem in de dagelijkse omgang noemden toen Hij in Nazareth opgroeide, of onder welke naam Hij destijds door de overpriesters en schriftgeleerden in Jeruzalem werd aangeklaagd voor de religieuze rechtbank? Het was pertinent niet Jezus! En toch zijn veel christenen daarin erg hardleers. De bijbelvertalers probéérden niet eens om de oorspronkelijke Hebreeuwse uitspraak van de “naam boven alle naam” enigszins te benaderen maar gaven consequent de vergriekste vorm daarvan, IhsouV Iesous, weer op verschillende manieren, afhankelijk van de denominatie en de taal waarin men de Bijbel leest. Spaanse lezers bijvoorbeeld komen Jesús [spreek: Gesoes] tegen. De Italianen spellen Gesù [spreek: Dzjeezoe] en in het Engels zegt men zoals algemeen bekend Jesus [Dzjieses]. De Duitsers gebruiken eveneens de spelling Jesus, maar spreken het uit als Jeesoes. In het Latijn schrijft men de naam Jezus afwisselend als Iesus, Iesu, en Iesum, afhankelijk van de naamvallen. Dat is ook in het Duits het geval: Jesus Christus, Jesu Christi en Jesum Christum. Hetzelfde geldt ook voor alle andere namen in de Bijbel. Men doet geen enkele poging om de oorspronkelijke uitspraak na te bootsen. Maar wat is er zo moeilijk aan om Chava te zeggen in plaats van Eva, en waarom kan men de naam Moshe niet over de lippen krijgen als men het over Mozes heeft, terwijl men geen enkele moeite heeft met het uitspreken van de zelfde naam in verband met de voormalige Israëlische minister van defensie Moshe Dayan? Dat het uitspreken van een Hebreeuwse naam moeilijker zou zijn dan de Griekse variant daarvan wijs ik derhalve als argument van de hand, want zelfs geleerden die met de oorspronkelijke uitspraak van deze namen op de hoogte zijn, gebruiken bij voorkeur de Griekse en niet de Hebreeuwse namen, wanneer zij het hebben over Bijbelse personen. Volstrekte onzin is volgens mij ook het veel gehoorde argument: “Waarom zou ik Jezus op z’n Hebreeuws Yeshua moeten noemen? Ik ben toch geen Jood?” – Wel, een Griek bent u ook niet, dus waarom gebruikt u dan wel een Griekse naam? Bovendien was Yeshua zelf wél een Jood, dus wat is er op tegen om Hem bij zijn eigen naam te noemen? Interessant in dit verband is ook de manier hoe de vertalers omgaan met de personen in de Bijbel, die dezelfde naam dragen als onze Mashiach.

Naamgenoten van Yeshua

Nemen we als voorbeeld één van diens voorouders in het geslachtsregister, die in Lucas 3:29 in het Grieks Ihsou Iesou wordt genoemd en in het Latein Iesu. In de Leidse Vertaling staat dan ook Jezus, maar de Statenvertaling heeft er Joses van gemaakt en in onze NBG-vertaling lezen wij tenslotte Jozua, maar in de Hebreeuwse versie van dezelfde tekst is het uiteraard iv>y Yeshua. Maar ook in TeNaCH [het Oude Testament] komen wij de Hebreeuwse naam Yeshua diverse keren tegen. Zo wordt er bijvoorbeeld in arzi Ez’ra [Ezra] 2:2 alsook in hymxn Nechem‘ya [Nehemia] 7:7 en 12:1 gesproken over de ]hvk Kohen [priester] qdjvy=]b iv>y Yeshua Ben Yotzadaq [Jesua, de zoon van Josadak], die samen met lbbrz Z’rubavel [Zerubbabel] in het jaar 537 vóór de gewone jaartelling uit de ballingschap terugkeerde. Hij leidde de wederopbouw van het altaar (arzi Ez’ra [Ezra] 3:2) en van de tempel (arzi Ez’ra [Ezra] 3:8, 4:3 en 5:2). Na alle eerder genoemde versies (Jezus, Joses en Jozua) komt de hier genoemde Jesua het meest in de buurt van Yeshua. De logische vraag is dan: als de vertalers dus wel in staat blijken te zijn de oorspronkelijke naam Yeshua in de vorm van Jesua enigszins te benaderen, waarom doen ze dat dan wel bij een gewone aardse priester, maar niet bij onze hemelse Hogepriester? Of wil men Hem soms bewust van Zijn volk Israël loskoppelen?

In Mijn Naam…

Bij Zijn afscheid, vlak voordat Hij ten hemel gevaren was, zei de xy>m Mashiach [Messias] tegen Zijn mydymlt Talmidim [discipelen]: “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in Mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marcus 16:17-18). – “In Mijn naam…” Welke naam zou hier wel bedoeld zijn? Jezus??? Ik denk van niet! Als ú het over úw naam hebt, welke naam zult u dan bedoelen? De naam die u van uw ouders hebt gekregen en die dan ook officieel geregistreerd staat, of gebruikt u de naam, die anderen aan u hebben gegeven? Dat kan dus een bijnaam zijn of een verbastering van uw naam omdat die misschien moeilijk is uit te spreken of zelfs een scheldnaam. Welnu, ik ga ervan uit, dat een ieder de naam voor zichzelf opeist, die legitiem is en elke verbastering daarvan afwijst. Als u tegen iemand die Monique heet Mona of Moontje zegt, zult u gegarandeerd te horen krijgen: “Zo heet ik niet!”. Een Marokkaanse collega van mij heet Sulayman, maar iedereen noemt hem gewoon Simon want dat is makkelijker. En toch heet hij niet zo. Een Hindoestaanse collega heet Chander, maar iedereen noemt hem Sander. Dat lijkt er op, klinkt Hollands, maar zo heet hij niet. Maar om terug te komen op de vraag, welke naam de Mashiach bedoeld zal hebben toen Hij zei: ”In Mijn naam…” zullen wij eerst een andere vraag moeten beantwoorden: Wie heeft Hem Zijn naam überhaupt gegeven? Waren het Zijn aardse ouders zoals normaal gebruikelijk is? Het antwoord vinden wij in vhyttm Matityahu [Matthéüs] 1:21, waarin een engel als boodschapper van de Eeuwige tegen [cvy Yosef [Jozef] over ,yrm Miryam [Maria] zegt: “Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam iv>y Yeshua [spreek: Jesjoea] geven want Hij is het die Zijn volk zal redden van hun zonden”. Hier hoort dus eigenlijk Yeshua te staan ongeacht of de engel nou Hebreeuws of Aramees gesproken heeft, want die naam is in beide talen hetzelfde, maar in elk geval niet Jezus! Het zou namelijk wel erg naïef zijn om te denken dat een engel als boodschapper van de G’d van Israël tegen een Israëliet uit het huis van David in het Grieks gesproken zou hebben! Bovendien zou het in het Grieks ook nergens op slaan, want de diepere betekenis van de Hebreeuwse naam iv>y Yeshua is namelijk “Redder”. Dat is in het Grieks niet het geval. In die taal is “Redder” namelijk SwthraV Sotiras en “Verlosser” is LutrwthV Litrotis. Beide woorden lijken in de verste verte niet op IhsouV Iesous, waarvan de Nederlandse variant Jezus is afgeleid. Neen, de enig legitieme naam, die “Redder” betekent, is iv>y Yeshua! Hierbij ligt de klemtoon op de u. Maar als men de klemtoon plaatst op de a, dan wordt het hiv>y Yeshu’a hetgeen “redding” betekent. Interessant is daarom de woordspeling in de bovengenoemde tekst: “Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam Redder geven, want Hij is het, die Zijn volk zal redden van hun zonden.” – In het Hebreeuws is dit:

.,hytauxm vmi9ta iy>vy avh yk iv>y vm>9ta tarqv ]b tdly ayhv

“V’hi y’leded Ben v’qarat et-sh’mo Yeshua ki hu yoshia et-amo mechatoteihem”.

Het werkwoord redden is hier iy>vy yoshia, dat dus duidelijk in verband met de naam iv>y Yeshua wordt gebruikt. In het Grieks missen wij deze link. Onze in Nederland zeer bekende Joodse zuster Rebecca de Graaf-van Gelder heeft eens over de naamgeving van de Mashiach het volgende geschreven: “Die vergriekste naam is een eigen leven gaan leiden en hierdoor is de identiteit van Israëls Messias verloren gegaan, zodat men steeds moet uitleggen: ‘Ja, maar Jezus was een Jood’. Zo’n 2000 jaren hebben de kerken dit (zeker voor Israël) verduisterd. Men heeft van Hem en Zijn volgelingen een christen, christenen gemaakt. Wat denkt u van die Joodse herders daar in de velden van Efrata, bij de aankondiging van de geboorte van de Messias, dat de engel gezegd zou hebben: ‘Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk (Israël) wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Here, in de stad Davids’. Die eenvoudige herders verstonden geen Grieks neem ik aan. Ook komt het mij vreemd voor dat vanuit de geopende hemel Grieks gesproken is. In alle geval hebben de herders de taal uit de hemel verstaan, want ze zijn meteen gaan kijken en hebben gevonden waarvan de engel hen vertelde: zij gingen het Woord zien!” Tot zover tante Rebecca. Wat voor de herders gold, is ook voor Yosef [Jozef] van toepassing: ook hij als eenvoudige timmerman zal volgens mij geen Grieks hebben gesproken en zo zal de boodschapper van de Eeuwige beslist niet de naam Jezus genoemd hebben zoals in de christelijke bijbels staat, maar Zijn echte Hebreeuwse naam iv>y Yeshua! Dezelfde engel maakte deze naam ook aan Miryam [Maria] bekend, zoals wij in Lucas 1:31 lezen: “En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren en gij zult Hem de naam Yeshua geven”.

.iv>y vm> tarqv]b tdlyv hrh ;nhv

“V’hinach hara v’yaladet Ben v’qarat sh’mo Yeshua.” – Wanneer vond de naamgeving plaats? Hier in Europa is het de gewoonte, dat dit reeds bij de geboorte van een baby gedaan wordt i.v.m. de geboortekaartjes en bij de rooms-katholieken bij de doop, vandaar dat men spreekt van ‘doopnaam’. Bij de Joden krijgt een jongetje zijn naam echter bij de hlym=tyrb B’rit-mila, [besnijdenis], die acht dagen na de geboorte plaats vindt. Bij de ceremoniële orde van de hlym=tyrb B’rit-mila [besnijdenis] wordt door de lhvm Mohel [besnijder] het volgende gebed uitgesproken: “Behoud dit kind voor zijn vader en zijn moeder. Zijn naam zal in Israël zijn: N.N., de zoon van N.N. Moge de vader zich verheugen over zijn eigen kind en moge zijn moeder zich verblijden over de vrucht van haar schoot”. Zo was het ook met Yeshua. Ook Hij kreeg Zijn naam pas bij de hlym=tyrb B’rit-mila: “En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam iv>y Yeshua, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen” (Lucas 2:21). Vanaf het begin heeft de Eeuwige dus al de naam Yeshua voorbestemd voor Zijn Zoon, niet een Griekse variant daarvan, en uitsluitend door de naam Yeshua kunnen wij behouden worden, zoals Keifa haShaliach [de apostel Petrus] in tvlipm Mif’alot [Handelingen] 4:12 duidelijk zegt: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden!” – Als wij er van uitgaan dat de engel geen Grieks sprak in zijn boodschap aan Yosef [Jozef] en Miryam [Maria] en dus de oorspronkelijke Hebreeuwse naam Yeshua noemde, dan sluit bovengenoemde tekst dus elke andere naam uit. Helaas zijn er tegenwoordig maar weinigen in de christelijke wereld, die de naam Yeshua kennen, laat staan dagelijks gebruiken, behalve dan de Messiasbelijdende gelovigen. Maar in de eerste hrv>b B’sora [het eerste Evangelie] lezen wij, dat ook de ,yvg Goyim [heidenen ofwel niet-joden] de naam Yeshua behoren te kennen: “En op Zijn naam zullen de heidenen hopen” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 12:21). Het kennen en gebruiken van Zijn echte naam heeft uiteraard ook onaangename gevolgen voor ons, want de vijand vindt dat natuurlijk niet leuk. Daarom wilde Yeshua ons reeds daar op voorbereiden, toen Hij zei: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om Mijns Naams wil (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 24:9). Welke naam hier op de eerste plaats wordt bedoeld, blijkt heel duidelijk in het land van de Mashiach zelf, want zolang de staat Israël bestaat hebben daar de christenen, die de naam “Jezus” belijden en verkondigen, nooit noemenswaardige problemen gehad met religieuze Joden. Maar sinds er in toenemende mate Joodse mensen tot bekering komen, die de naam “Yeshua” belijden, is het hek van de dam! Vooral de orthodoxe Joden reageren heel agressief en vijandig op de aanwezigheid van de Messiasbelijdende Joodse gemeenten, terwijl de “gewone” christelijke kerken min of meer onaangetast blijven. In Israël maakt het dus wel degelijk iets uit of je nu de ene of de andere naam van onze Zaligmaker gebruikt! Het is dus zeker waar, wat Yeshua zei ten opzichte van het belijden van Zijn naam, maar Hij voegt er nog een belangrijke zin aan toe om ons te bemoedigen om vooral daarmee door te gaan: “En gij zult door allen gehaat worden om Mijns Naams wil; maar wie volhardt tot het einde die zal behouden worden” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 10:22). Natuurlijk hangt onze behoudenis niet uitsluitend af van het al dan niet kennen van Zijn naam. Gelukkig niet! Onze G’d is immers een Vader die van Zijn kinderen houdt en Hij is genadig om óók de gebeden te verhoren die in de naam van “Jezus” worden uitgesproken. Maar let wel: iedereen vindt het fijn om bij zijn eigen naam genoemd te worden. Dat geldt óók voor Yeshua!

Noodoplossing

Ik ben het volgende van mening: indien het Nieuwe Verbond in de plaats van het Oude zou zijn gekomen, wat dikwijls wordt beweerd, en als de christelijke Kerk als G’ds volk in de plaats van Israël zou zijn gekomen, dan was onze Verlosser niet in Israël geboren, en zeker niet in de stad van David, maar in Griekenland, Rome of elders. En als de Eeuwige had gewild dat Zijn Zoon een Griekse naam zou dragen en onder die naam wereldwijd bekend gemaakt zou worden, dan was Hij wel als Griek of Romein op aarde gekomen en niet als Jood uit het geslacht van David! Er werd eens aan mij gevraagd: “Als het G’ds bedoeling was dat Zijn Zoon uitsluitend bij Zijn Hebreeuwse naam Yeshua zou worden genoemd, hoe is het dan te verklaren dat Paulus in zijn brieven, die hij toch echt wel in het Grieks heeft geschreven en niet in het Hebreeuws, consequent de Griekse naam IhsouV Iesous gebruikte en niet de Hebreeuwse naam iv>y Yeshua? Die brieven maken toch ook deel uit van G’ds Woord en als Paulus er geen moeite mee had om de Griekse naam Jezus te gebruiken, dan zou dit voor ons toch ook geen probleem mogen zijn?” Inderdaad, Paulus had werkelijk geen enkele moeite met het schrijven van Iesous (IhsouV) in zijn Griekse brieven, maar het probleem is, dat hij daarentegen wel de grootste moeite had om de naam Yeshua in Griekse letters op papier te krijgen. Sterker nog: het was en is zelfs volstrekt onmogelijk! Paulus kon niet eens zijn eigen Hebreeuwse naam lva> Sha’ul in het Grieks schrijven, omdat de letter w Shin in het Griekse alfabet helemaal niet bestaat! Het wordt dus behelpen met een vage benadering. Als er geen w Shin is, moeten we het maar doen met de s Sin, en dat is in het Grieks dus de sSigma (S bij het begin, s in het midden en V aan het einde van een woord of naam). Zo is de gehelleniseerde vorm van Sha’ul dan ook Saoul Saoul of Sauloz Saulos. Hetzelfde geldt ook voor de w Shin in iv>y Yeshua. Daar komt nog bij dat de i Ayin oorspronkelijk een keelklank was die men nauwelijks kon horen, en zo veranderde iv>y Yeshua [spreek: Jesjoea] in Ihsou Iesou [spreek: Jesoe]. Afhankelijk van de naamval komt daar nog een sluit-“s” bij: Ihsouz Iesous [spreek: Jesoes]. Zo ontstond dus de naam Jezus als noodoplossing, want in het Grieks was het dus maar behelpen! Dat het maar behelpen was en geen officiële naam blijkt uit de onmogelijke Grieks/Hebreeuwse constructie van de naam Barjezus in Handelingen 13:6 Daar staat in het Grieks Barihsouz Bariesous. Dat betekent “zoon van Jezus”. In het Hebreeuws staat er inderdaad: iv>y=rb Bar-Yeshua want rb Bar is namelijk geen Grieks woord, maar een Hebreeuws woord en betekent “zoon”. Als die naam echt helemaal op z’n Grieks geschreven was zou er moeten staan: uioz tou Ihsouz Huios tou Iesous. Toch dat staat er niet, maar daarvoor wel een merkwaardig mengsel. Daaruit blijkt, dat de naam Bar-Yeshua hier weliswaar met Griekse letters geschreven is, maar niet in het Grieks vertaald. Het schrijven van Iesous wil dus niet zeggen dat die naam voortaan ook een officiële status zou krijgen. De Grieken hadden geen keus, maar zoals ik reeds opmerkte, zijn wij geen Grieken en Nederlanders kunnen de w Shin in tegenstelling tot de Grieken moeiteloos uitspreken en door middel van de combinatie “sj” of “sh” ook schrijven, dus wat houdt ons nog tegen om de naam Yeshua zo uit te spreken als het oorspronkelijk ook bedoeld was?

De Naam boven alle naam

Het is dus van groot belang voor ons om de naam Yeshua te kennen en om te weten, dat deze Hebreeuwse naam door de Eeuwige zelf aan Zijn Zoon is gegeven. In Filippenzen 2:9-11 lezen wij: “Daarom heeft G’d Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Yeshua zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Yeshua haMashiach is Heer, tot eer van G’d, de Vader!” – Hier wordt er gesproken over de naam boven alle naam, dus naam in enkelvoud. Niet Jezus én Yeshua én Isa, zoals Hij in de Qur’an [Koran] heet. Slechts één naam wordt genoemd: Yeshua! Dàt en niets anders zegt Keifa [Petrus] dus zoals reeds eerder geciteerd: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven. waardoor wij moeten behouden worden!” (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 4:12).

Hellenistische invloeden

Voorstanders van de vergriekste vorm van de naam Yeshua beroepen zich op de sterke hellenistische invloeden binnen het toenmalige Jodendom en de Septuaginta, de eerste Griekse vertaling van TeNaCH, waarin deze naam reeds wordt weergegeven als Ihsouz Iesous, dus Jezus. En zo was Jezus onder de hellenistische Joden een heel gebruikelijke naam, en ook Jezus Christus zou daarin geen uitzondering vormen. Maar dat doet Hij wél, want als zoon van een eenvoudige timmerman uit Galilea was Hij helemaal geen hellenistische Jood, maar een rasechte Israëli, en Hij had dan ook niets te maken met de Septuaginta! Deze Griekse vertaling van de Hebreeuwse Geschriften ontstond omstreeks 280 vóór de gewone jaartelling uit de behoefte voor de eredienst van de Joden in de diaspora van de hellenistische wereld, die vervreemd waren van de taal van hun voorvaderen. Maar zowel Yeshua alsook Zijn Talmidim [discipelen], de Sh’lichim [apostelen] en drie van de vier evangelisten waren absoluut niet vervreemd van hun moedertaal, maar spraken het Aramees in hun dagelijkse omgang en het Hebreeuws in de eredienst! Bovendien bezat de Septuaginta als vertaling geen openbaringskarakter en in haar bestaan als kopie van het origineel bleef zij binnen het Jodendom slechts ondergeschikt aan de oorspronkelijke Hebreeuwse canon. Het christendom bracht daar verandering in door de canonisatie van de nieuwtestamentische Griekse geschriften en daardoor dus ook van de Septuaginta. Haar overname door de christenen was de diepste ingreep in de geschiedenis van de Septuaginta. In het Jodendom werd dit de reden tot een nieuwe bezinning op de relatie tussen de oorspronkelijke openbaring en de vertaling en een verscherping van opvattingen die oorspronkelijk reeds onder de Joden aanwezig waren. Hun houding tot deze Griekse vertaling van de Heilige Schrift werd mede bepaald door de diepe kloof die er bestond tussen de hellenistische en palestijnse Joden. De hellenistische Joden onderscheidden zich van hun volksgenoten principieel wat betreft hun geestelijke structuur (Grieks denken), taal (Grieks praten), politieke overtuiging (bekleden van openbare functies bij de heidenen) en hun culturele opvattingen (in sterk gehelleniseerde kringen bezocht men theaters, droeg Griekse kleding en men gebruikte Griekse of gehelleniseerde namen). De brede kloof tussen beide Joodse volksgroepen wordt tegenwoordig vaak over het hoofd gezien of men plaatst hem binnen het kader van de christelijke opvattingen omtrent de tegenstellingen tussen Jodendom en christendom, oudtestamentisch en nieuwtestamentisch, waarbij de hellenistische Joden uiteraard aan de “goede kant” staan. Vandaar dus het consequente gebruik van Griekse of Latijnse namen als Jezus, Petrus, Paulus, Jacobus en Johannes in plaats van Yeshua, Keifa, Sha’ul, Ya’aqov en Yochanan. Deze opvatting komt bijzonder duidelijk naar voren in de misvatting dat de vermeende naamsverandering van Sha’ul iets te maken zou hebben met zijn bekering. Wie kent niet de veel gebruikte uitspraak: “Van Saulus werd een Paulus” als iemand zijn leven positief heeft veranderd. Dus toen Sha’ul nog een religieuze Jood was heette hij Saulus, en toen was hij een slecht mens. Maar toen hij een christen werd, dus een goed mens, noemde hij zich Paulus en deed afstand van zijn Joodse naam. Deze verandering van slecht naar goed, van Jood naar christen, van de Hebreeuwse naam naar de Romeinse naam was één van de voedingsbodems voor christelijk antisemitisme en het berust in het geheel niet op waarheid. In tegenstelling tot Joden die de Bijbel woord voor woord uitpluizen, zijn christenen vaak gewend om over een heleboel dingen heen te lezen, zo ook wat Paulus betreft. Er staat nergens dat zijn naam ooit veranderd is, laat staan dat die naamsverandering iets te maken zou hebben met zijn bekering en nieuw leven. Hij heette namelijk vanaf zijn geboorte tot zijn dood aan toe zowel lva> Sha’ul voor de Joden alsook Paulus voor de Romeinen en Pauloz Paulos voor de Grieken. Als Romeins staatsburger genoot hij namelijk het voorrecht om twee namen te mogen dragen. Zijn familie leefde in twee werelden en stond met de ene voet in de Griekse en met de andere voet in de Joodse cultuur. Van zijn ouders kreeg hij derhalve zowel de Hebreeuwse naam Sha’ul, hetgeen betekent: “Hij om wie gebeden is” alsook de Latijnse naam Paulus, hetgeen “de kleine” betekent. Er is dus geen sprake van, dat hij na zijn bekering zijn Joodse naam zou hebben afgelegd. Leest u het zelf maar: in tvlipm Mif’alot [Handelingen] 9 lezen we over de bekering van Saulus, en in de hoofdstukken 11 en 13 op zijn zendingsreizen naar Fenicië, Cyprus en Antiochië, heet hij nog steeds Saulus terwijl hij al lang bekeerd was. In Handelingen 13:9 in de vertaling van “Het Boek” wordt het zelfs nadrukkelijk vermeldt, dat hij reeds zijn hele leven lang beide namen naast elkaar had: “Saulus, die toen al Paulus werd genoemd…”. In de NBG-vertaling lezen wij: “Doch Saulus, anders gezegd Paulus…”, maar de statenvertaling“ is zelfs nog duidelijker: “Doch Saulus, die ook Paulus genaamd is…”. Ook in het Engels staat er: “Then Saul, who also is called Paul…”. U ziet dat veel christelijke opvattingen niet berusten op bijbelse waarheden, maar op persoonlijke interpretaties, die een eigen leven zijn gaan leiden. Zo ook het gebruik van Griekse namen voor Joodse mensen. Sha’ul zou het niet in zijn hoofd gehaald hebben om in de omgang met zijn eigen Joodse volksgenoten de Romeinse naam Paulus te gebruiken. En Shim’on, door Yeshua ook Keifa genoemd, die een eenvoudige visser was en derhalve geen woord Grieks sprak, wist niet eens, dat hij later onder de Romeinse naam Petrus wereldwijd bekend zou worden. Weet u, Europeanen kunnen zich over het algemeen moeilijk verplaatsen in de gevoelens van een gekoloniseerd volk jegens de kolonisatoren, omdat zij gedurende de koloniale geschiedenis meestal zelf de kolonisatoren waren! Daarom ben ik genoodzaakt om terug te grijpen op de jongste geschiedenis. Tijdens de Duitse bezetting in ‘40-‘45 waren er ook talrijke Nederlanders, die pro-Duits waren, maar vertegenwoordigden zij het Nederlandse volk? Natuurlijk niet! En datzelfde geldt dus ook voor de hellenistische Joden. Het Grieks was voor de Joden, die hun taal en cultuur trouw gebleven waren (óók in de diaspora) toch de taal van de vijand, en zo werden de hellenistische Joden dan ook vaak gezien als overlopers. Zo is het gebruik van Griekse namen het grootste struikelblok bij de poging van christenen om Joden met het Evangelie te bereiken. Wil men de kloof tussen Jodendom (al dan niet Messiasbelijdend) en christendom overbruggen, zou men toch ook binnen de kerken op zijn minst op de hoogte moeten zijn van de oorspronkelijke Hebreeuwse namen en sowieso in de omgang met Joden dan ook toepassen.

Joodse opvatting van namen:

Een veelgehoorde kreet in de westerse wereld is tegenwoordig helaas: “What’s in a name?” In Nederland zegt men: “Als het beestje maar een naam heeft”. Een naam is tegenwoordig dus van ondergeschikt belang. Ouders letten bij de naamgeving voornamelijk op de leuke klank van een naam. Een naam moet gewoon lekker klinken zegt men. Een modeverschijnsel is ook, dat men kinderen vernoemt naar pop-, sport- of filmsterren. Sommige ouders geven hun kinderen zelfs fantasienamen, die ze zelf verzonnen hebben. Bijna niemand let nog op de betekenis van een naam. Heel anders is het in het Jodendom! Het Joodse denken hecht bijzonder veel waarde aan de naamgeving. Reeds de namen van het Joodse volk zélf en haar taal hebben een speciale betekenis: de Israëlieten worden ook Ivrim ,yrbi [Hebreeën] genoemd en hun taal heet Ivrit tyrbi [Hebreeuws]. De stam van deze worden is ayin i vet b en resh r hetgeen ever rbi ofwel “overkant” of “de andere kant” betekent. De Ivrim [Hebreeën] stonden “aan de andere kant” in oppositie tegenover de heidense afgodencultuur. Zij proclameerden het zuivere monotheïsme in een hun vijandig gezinde wereld. In feite is dat nog steeds zo. Maar het verschil met toen is, dat er nu ook miljoenen gelovigen uit de volken naast hun Joodse broeders en zusters “aan de andere kant” staan (of behoren te staan), en dat maakt eigenlijk ook hun tot Ivrim. We zien dus, dat de naamgeving in het Jodendom van groot belang is. Om dat te begrijpen, moeten wij ons steeds voor de geest houden dat, volgens de Joodse opvatting, een naam de persoon zelf vertegenwoordigt en er een natuurlijk geheel mee vormt. De naam is niet alleen uitdrukking van het wezen, maar is er ook mee geladen. Dit hangt samen met de manier waarop de oosterling denkt: reeds de gedachten en de plannen van de menselijke geest staan veel dichter bij de werkelijkheid dan in de westerse manier van denken het geval is. We komen het in B’rit haChadasha h>dxh tyrb [het z.g. Nieuwe Testament] tegen, als Yeshua toorn jegens een broeder gelijk stelt met moord en het kijken naar een vrouw gelijk stelt met echtbreuk. Dat geldt voor de gedachte, maar nog meer voor het gesproken woord. Er gaat een kracht van uit die gestalte geeft aan de werkelijkheid. De naam is dus onvervreemdbaar eigen aan een persoon, een plaats of een voorwerp. Rabbi Eliahu Dessler stelt, dat een pasgeboren kind niet toevallig een naam krijgt. De naam die de ouders in gedachten hebben, geldt als een n’vua ketana, een kleine profetie, omdat in de naam het wezen van het nieuwe mensje tot uitdrukking komt. Bewijzen voor deze stelling vinden we zowel in de TeNaCH alsook in B’rit haChadasha, het z.g. Oude- en Nieuwe Testament. Het begint reeds in ty>arb B’reshit [Genesis] met ,da Adam hetgeen simpelweg mens betekent. Het Hebreeuwse woord ,da Adam [mens] laat zich echter gemakkelijk met Adama h,da [aarde] associëren, hetgeen verwijst naar het feit, dat Adam van aarde is gemaakt. Over de naamgeving van hvx Chava [Eva] lezen we in ty>arb B’reshit [Genesis] 3:20 het volgende: “En de mens noemde zijn vrouw Chava [de leven gevende], omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”. U ziet dat ook hier de verbastering Eva totaal zonder betekenis is terwijl het Hebreeuwse origineel Chava hvx duidelijk verband houdt met yx Chai (leven). We gaan verder met Genesis 4:1, waarin staat: “De mens nu had gemeenschap met Chava, en zij werd zwanger en baarde ]yq Qa’in [Kaïn]; en zij zeide: Ik heb met de hulp van Adonai een man verkregen”. Deze uitspraak van Chava slaat op de naam die ze aan het kind heeft gegeven, want ]yq Qa’in betekent: “de verworvene”. De naam van haar tweede kind geeft reeds bij zijn geboorte aan, dat hij geen lang leven had te verwachten, want in vers 2 lezen wij, dat ze hem lbh Hevel [Abel] heeft genoemd, dat is “de vergankelijke”. Hij werd door zijn broer vermoord. Hier gaat de stelling dat de naamgeving een kleine profetie is, beslist heel letterlijk op. Onze opvatting, dat bij een vergrieksing van Joodse namen daarentegen de diepere betekenis daarvan verloren gaat, zien wij duidelijk bevestigd bij de naam Elizabeth (Eleisabet). Het Hebreeuwse origineel ib>yla Elisheva betekent “mijn G’d is volmaakt”. la El betekent “G’d”, yla Eli is “mijn G’d” en ib> Sheva betekent “volmaakt”. Typisch Joods is hierbij het feit, dat ib> Sheva tevens ook de Hebreeuwse naam van het getal “zeven” is, en zoals u weet is de zeven het getal van de volmaaktheid! De combinatie “El” en “Sheva”, dus “G’d” en “volmaaktheid” missen wij in de Griekse versie Elizabeth!

De namen van de stamvaders:

Het typisch Joodse verschijnsel, dat er bij de naamgeving meteen een uitspraak over de betekenis daarvan wordt gedaan vinden we o.a. bij de stamvaders van Israël: “En Lea werd zwanger, baarde een zoon, en gaf hem de naam ]bvar R’uven [zie: een zoon!], want, zo zeide zij, voorwaar, de Eeuwige heeft mijn ellende aangezien; voorwaar nu zal mijn man mij liefhebben. En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zeide: Voorwaar, de Eeuwige heeft gehoord, dat ik niet bemind ben, en heeft mij ook deze geschonken; en zij gaf hem de naam ]vim> Shim’on [de verhoorde]. Wederom werd zij zwanger, baarde een zoon, en zeide: Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen gebaard heb; daarom gaf ze hem de naam yvl Levi [de zich aansluitende]. En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zeide: Nu zal ik de Eeuwige loven; daarom gaf zij hem de naam hdvhy Y’huda (hij die de Eeuwige looft). Toen hield zij op met baren.” (ty>arb B’reshit [Genesis 29:32-35]. “Toen zeide Rachel: G’d heeft mij recht verschaft, ook heeft Hij mij verhoord en mij een zoon gegeven; daarom gaf zij hem de naam ]d Dan [rechter]. Wederom werd Bil’ha, de slavin van Rachel, zwanger en baarde Ya’aqov een tweede zoon. Toen zeide Rachel: Op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zuster geworsteld, ook heb ik overmocht; en zij gaf hem de naam yltpn Naf’tali [lvtpn Naf’tul = conflict].” (30:6-8). “En Zil’pa, de slavin van Lea baarde Ya’aqov een zoon. Toen zeide Lea: Het geluk is gekomen, en zij gaf hem de naam dg Gad [trots, groot]. En Zil’pa, de slavin van Lea, baarde Ya’aqov een tweede zoon. Toen zeide Lea: Ik gelukkige! Voorzeker zullen de jongedochters mij gelukkig prijzen; en zij gaf hem de naam r>a Asher [gelukzaligheid].” (30:10-13). “En G’d hoorde naar Lea, zij werd zwanger en baarde Ya’aqov een vijfde zoon. Toen zeide Lea: G’d heeft mij mijn loon gegeven, omdat ik mijn slavin aan mijn man gegeven heb; en zij gaf hem de naam rk>>y Yisas’char [G’d geeft loon]. Wederom werd Lea zwanger en baarde Ya’aqov een zesde zoon. Toen zeide Lea: G’d heeft mij een schoon geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik hem zes zonen gebaard heb; en zij gaf hem de naam ]vlbz Z’vulon [de vorstelijke].” (30:17-20). “Toen gedacht G’d Rachel, en G’d verhoorde haar; Hij opende haar schoot, en zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zeide zij: G’d heeft mijn smart weggenomen; en zij gaf hem de naam [cvy Yosef [de Eeuwige heeft toegevoegd], zeggende: Moge de Eeuwige mij er nog een andere zoon bijvoegen.” (30:22-24). “En voordat er een jaar van hongersnood kwam, werden Yosef twee zonen geboren, die Ash’nat, de dochter van Potifera, de priester van On, hem baarde. Yosef gaf aan de eerstgeborene de naam h>nm M’nashe [Hij die doet vergeten], want zeide hij: G’d heeft mij al mijn moeite doen vergeten, en ook het gehele huis mijns vaders. En aan de tweede gaf hij de naam ,yrpi Efrayim [de vruchtbare], want zeide hij: G’d heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land mijner ellende” (41:50-52). Aan de hand van deze opsomming wordt duidelijk dat elke Joodse naam een diepere betekenis heeft.

De naam in de Joodse traditie:

Een Jood leeft in zijn naam en leeft er in voort. Hij sterft gerust in de zekerheid, dat zijn naam voort zal leven in zijn nageslacht of tenminste in een duurzaam grafmonument. De grootste ramp die iemand kan treffen, is, dat zijn naam wordt uitgeroeid, dat hij geen nageslacht heeft. Dat verklaart ook, waarom de zorg voor het nageslacht zo een centrale plaats inneemt in de Bijbel. Om de naam te laten voortleven, worden Joodse kinderen doorgaans naar overleden familieleden vernoemd. Een ander aanknopingspunt voor een naam vormt het tijdstip van de geboorte. Een kind, dat op tb> Shabat geboren is, wordt dikwijls ytb> Shab’tai genoemd. Maar een Purim-kind heet uiteraard rtca Ester of ykdrm Mordechai en een Chanuka-kind wordt meestal naar vhyttm Matityahu vernoemd, de leider van de Maccabeeën in de opstand tegen de Hellenisten. Een kind, dat op Yom Kipur [Grote Verzoendag] wordt geboren, heet meestal ,ymxr Rachamim [barmhartigheid]. Volgens de >rdm Midrash (verzameling van verklaringen van Torateksten) heeft ieder mens drie namen: de naam die hij krijgt van zijn ouders, de naam waaronder hij bekend staat bij derden en als belangrijkste de naam die hij zich door zijn daden heeft verworven. Dit laatste vinden wij in yl>m Mishlei [Spreuken] 22:1, waarin wij aldus lezen: “Een goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom”. Ook het boek tlhq Qohelet [Prediker] haakt hierop in: “Een goede naam is beter dan goede olie” (7:1).

Namen van de Allerhoogste:

Over de naam van G’d volgt later een aparte bijbelstudie. Maar in dit kader wil ik mij nu beperken tot enkele van de vele namen, die gebruikt worden om Zijn echte naam te omzeilen. De bekendste is natuurlijk ynvda Adonai [Heer]. In B’reshit [Genesis] 17:1 wordt Hij yd> la El-Shadai [de Almachtige] genoemd. In Lucas 1:32 kennen wij Hem als ]vylih haElyon [de Allerhoogste], in Marcus 5:7 als ]vyli la El-Elyon [de allerhoogste G’d], in Marcus 14:61 daarentegen als !rbmh haM’vorach [de Gezegende]. In Matthéüs 26:64 noemt men Hem hrvbgh haG’vura [de Macht] en in Yochanan Alef [1 Johannes] 2:20 wordt Hij >vdqh haQadosh [de Heilige] genoemd. Een van de tegenwoordig meest gebruikte namen voor de Eeuwige vinden wij in Yochanan Gimel [3 Johannes] 1:7, namelijk: ,>h haShem [de Naam]. En met de naam boven alle naam wil ik deze bijbelstudie afsluiten, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden: Yeshua!

THUIS ROND DE BIJBEL

clip_image001

 

Jezus en Nicodemus

 

 

Vandaag zijn wij opnieuw samengekomen voor onze wekelijkse eredienst. Vroeger hadden voor hen die eens katholiek waren, de heilige missen, met een priester, gouden beker, en een altaar in een groot kerkgebouw.

Er was een koele en een mysterieuze sfeer, welke vroeger werd beklemtoond met de Latijnse taal, waarbij het volk er niets van begreep. Mensen werden psychisch dwangmatig en traditioneel naar de kerk geleid, om deel te nemen in de aangeleerde tradities en afgoderij!

Nu zitten wij, als de eerste christenen, opnieuw samen, wel niet in een kerkgebouw, maar in een huis, een huisgemeente genaamd.

Wij komen samen op een andere manier dan vroeger, wij zingen nu “Ik zal opgaan naar Gods huis met gejubel en gejuich!” Dat spreekt van blijdschap en verlangen om samen te zijn met broeders en zusters in de Here. Wanneer die blijdschap en verlangen om samen te komen verminderd of wegblijft, dan is dat gelijk koorts die men krijgt, een teken dat er iets wijst op ziek zijn, een infectie veroorzaakt door zonde.

Wat opvalt bij iedereen die voor het eerst naar een dergelijke samenkomst gaat, is dat er veel lofprijs,en muziek wordt gemaakt ter ere van God. Er zijn hier geen rituelen, met kaarsen, of wierook. Ook geen repetitieve gebeden.

WAT IS EEN BIJBELSE CHRISTELIJKE EREDIENST?

Wij kijken even naar een samenkomst in het O.T.

31 Toen zag Israël, welk een machtige daad de HERE tegen Egypte gedaan had; en het volk vreesde de HERE en zij geloofden in de HERE en in Mozes, zijn knecht.

1 Toen zong Mozes met de Israëlieten de HERE dit lied en zij zeiden: Ik wil de HERE zingen, want Hij is hoog verheven, het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee.

2 De HERE is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God mijns vaders, Hem prijs ik.

3 De HERE is een krijgsheld; HERE is zijn naam. Exodus 15

 

Wij vinden hier een spontane samenkomst, een dankdienst ter ere van God die hen redde van de dood door het Egyptische leger van de Farao. De eerste reden die wij hebben om hier te zijn is God te danken dat wij behouden zijn, en die vreugde aan Hem laten zien die ons genas van geestelijke blindheid. Egypte is een beeld van de wereld, en zo zijn wij behouden uit deze goddeloze wereld en kregen eeuwig leven.

Wij brengen God de eer iedere zondag, het is een tonen van onze wederliefde voor wat Hij deed voor ons. Iedere week is er een reden om Hem te komen danken en eren en te aanbidden!

Col 3:16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.

Voorbeeld van een vorm van aanbidding.

In een Russische kerk lag een oude vrouw op haar knieën aan het beeld van Christus, en ze kuste voortdurend de voeten . Een Russische legerofficier kwam binnen in de kerk en zag die vrouw. Verwonderd ging hij ernaartoe, en stelde haar de volgende vraag: Zou u ook de voeten van Stalins beeld willen kussen? Ze antwoordde: Ja, indien hij zijn leven voor mij had gegeven en ik gered zou zijn . Dit is de reden dat wij vandaag samenkwamen, om te aanbidden!

 

Een ander voorbeeld van aanbidding:

CERTIFICAAT-christenen

Eén van de grootste christenvervolgingen in het Romeinse rijk had het karakter van een campagne voor het heidendom. Soldaten dwongen de mensen enkel korrels wierook op een altaar te strooien om hun loyaliteit tegenover de goden te tonen; wie dat gedaan had, kreeg een officieel op naam gesteld certificaat als bewijs; wie weigerde, werd gedood. Velen brachten het gevraagde offer en waren uit de problemen. Maar christenen konden zo’n offer natuurlijk niet brengen, en velen zijn om hun weigering vervolgd of gedood. Toch waren er ook christenen die, met een bezwaard geweten, geofferd hebben; zij werden ‘gevallenen’ genoemd, van wie velen later berouw hebben getoond. Sommigen hebben evenwel niet werkelijk geofferd, maar wel voor geld zo’n certificaat, libellus geheten, gekocht. Deze mensen werden na de vervolging libellatici genoemd: certificaatchristenen.

Een groot aantal heeft openlijk spijt betuigd over deze weinig principiële houding. Sommigen van hen weigerden dit en zijn uit de gemeente gezet. Hoeveel van zulke certificaat-christenen zouden er in België of elders te betreuren zijn als er vervolging kwam?

Zijn wij ook bereid ons leven te geven voor Jezus?

 

HOE VERLOOPT EEN BIJBELSE SAMENKOMST?

 

1Co 14:26 Hoe staat het dan, broeders? Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets: een psalm of een lering of een openbaring of een tong of een uitlegging; dat alles moet tot stichting geschieden.

De manier van samenkomen is hier heel spontaan. Iedereen heeft zijn deel in de samenkomst. Je kunt een bijbeltekst voorlezen, je kunt mededelen dat de Heer je iets heeft getoond in de verlopen week, enz. Je kunt een verhoord gebed mededelen. Je kunt gebed vragen voor een probleem. Je kunt getuigen hoe je tegen iemand hebt kunnen getuigen of iemand hebt kunnen bemoedigen. Je geeft een lied op om de Here te loven voor iets. Je kunt een lied opgeven dat een gebed is. Je hebt gebeden voor iemand welke daarna genas, en er is blijdschap en reden tot danken!

Is de samenkomst verplicht?

Heb 10:25 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen.

Wij hebben plichten tegenover elkaar, bijzonder in onze dagen, waarvan wij vinden dat de komst van Jezus nabij is. Wij moeten elkaar aansporen, om voldoende samen te komen! Er staat ook, onze eigen eredienst.

Ro 12:4 Want, gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben,

Ro 12:5 zo zijn wij, hoewel velen, een lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander.

Is het gebed een onderdeel van de samenkomst op zondag?

 

19 De vrouw zeide tot Hem: Here, ik zie, dat Gij een profeet zijt. 20 Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. 21 Jezus zeide tot haar: Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. 22 Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden; 23 maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; 24 God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid. JOH 4

Deze vrouw had weet van de tempeldienst, en wist dat men daar aanbad. Ze wist ook van de onenigheid tussen de Joden en de Samaritanen, aangaande plaats van aanbidding; Gerizim of Jeruzalem. Jezus, beklemtoonde dat de plaats geen belang meer hadwel hoe men zou bidden. Er moet gelegenheid zijn op de eredienst om te bidden. Iedereen moet kunnen bidden, hetzij, luidop of stil! Iedereen kan dan je gebed beamen.

IS UW GEBED DE HERE WELGEVALLIG?

1 Een psalm van David. O HERE, ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.2 Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan, het opheffen van mijn handen als avondoffer.3 HERE, stel een wacht voor mijn mond, waak over de deuren van mijn lippen;4 neig mijn hart niet tot iets kwaads om in goddeloosheid boze daden te volvoeren met mannen die bedrijvers van ongerechtigheid zijn, en laat mij van hun lekkernijen niet eten.

Psalm 141

David legde zijn gebed in een lied. Zijn gebed kwam uit zijn hart! Zijn verlangen was dat zijn gebed God welgevallig zou zijn. Een gebed als een reukoffer. Die reukoffers werden gebracht in de tempel. Wie houdt niet van parfum? Het kan heel zalig zijn om te rieken en te genieten. Opdat zijn gebeden welgevallig zouden zijn, bidt David om hulp als het ware, opdat hij niet zou kwaadspreken, ( lekkernijen) of kwade plannen maken. Je doet het met dezelfde lippen.

Spr 18:8 De woorden van de lasteraar zijn als lekkernijen; zij glijden immers af naar de schuilhoeken van het hart.

Kwaadsprekerij en leugens worden niet zo vlug vergeten! Wie luistert naar kwaadsprekerij is even zondig als de kwaadspreker.

DE NIEUWE EREDIENST ZONDER ALTAAR of TAFEL

Een altaar in het O.T. was een plaats voor het offer aan God, of ook de plaats waar men de naam des Heren aanriep.

1 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.

2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Rom. 12

Een christen heeft niet alleen een samenkomst op zondag, of voor de Bijbelstudie de rest van zijn leven is een eredienst!

Col 3:17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!

Om te weten of we alles in de naam des Heren doen, moeten wij de vraag stellen: zou Jezus dit ook zo zeggen of doen!

Paulus toont aan dat het brengen van offers op een altaar in de tempel uit het O.T. nu voorbij is. Er is een nieuw verbond door Jezus ingesteld. Jezus is zelf het laatste offer, als het Lam Gods. Daarom hebben wij geen altaar meer nodig om opnieuw te offeren. Het avondmaal is een instelling ter herinnering en geen toverij! (transsubstantiatieleer).

Paulus schrijft hier toch wel iets bijzonders. Een totale verandering namelijk het niet meer brengen van dieren om te offeren en te doden, maar ons lichaam stellen als een levend offer. Wanneer wij nu vriendelijk zijn tegen iemand die ons kwaad deed is een vorm van offer in het nieuwe testament, daarvoor heb je geen altaar nodig.

Hij bedoelt dat wij alles wat wij kunnen en kennen in dienst van de Heer gaan stellen, en niet meer op een wijze zoals wij de wereld dienden en onszelf, maar wel met een ijverige inzet.

WIE IS PRIESTER IN DE EREDIENST?

4 En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, 5 en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.

6 Daarom staat er in een schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

7 U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis,8 voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn.9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: 1 PETRUS 2

Iedereen die tot geloof is gekomen en gedoopt is, is een nieuwtestamentische priester, zowel man als vrouw, getrouwd of ongehuwd. Petrus wijst erop dat de priester nu geen dieren meer offert op een altaar, maar geestelijke offers brengt. Wij offeren nu onszelf door niet verder onze eigen levensstijl te volgen, maar te leven in overeenstemming met de bijbel. Het kan een opoffering zijn, maar God wil het! Wie gelooft en zich laat dopen moet weten wat het hem zal kosten, wat hij moet geestelijk offeren om Jezus te volgen. Hij zal de gevolgen dragen wanneer hij het evangelie verkondigt.

Slot: 24 Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond,

25 het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is. 1 Cor.14

BIJBELBOEKEN HENOCH

BOEKEN VAN HENOCH

HENOCH
Bron: The Apocrypha and Pseudepigrapha of the Old Testament
Inhoud:
DEEL I – Zegen en oordeel.
Hoofdstuk: 1-36
DEEL II – De Gelijkenissen.
Hoofdstuk: 37-57
ZEGEN EN OORDEEL
Hoofdstuk 1
1 De woorden van de zegeningen door Henoch, waarmee hij de uitverkorenen en
rechtvaardigen zegende, die zullen leven 2 op de dag van verdrukking, wanneer alle
slechte en goddeloze (mensen) verwijderd zullen worden. En hij maakte zich een
gelijkenis en zei – Henoch een rechtvaardig man, wiens ogen werden geopend door
God, zag het visioen van de Heilige in de hemelen, dat de engelen mij toonden, en
van hen hoorde ik alles, en van hen begreep ik terwijl ik zag, maar niet voor deze
generatie, maar voor een verafgelegene, 3 die nog moet komen. Met betrekking tot
de uitverkorenen zei ik, en maakte aangaande hen mijn gelijkenis:
…. De Heilige Verhevene zal uit zijn verblijfplaats komen,
4. En de eeuwige God zal op de aarde treden, (zelfs) op de berg Sinaï,
en uit zijn legerstede verschijnen,
en verschijnen in de sterkte van Zijn almacht vanuit de hemel der hemelen.
5. En allen zullen door vrees bevangen worden,
en de Wachters zullen sidderen,
en grote vrees en beven zal hen in zijn greep krijgen tot aan de uiteinden der
aarde.
6. En de hoge bergen zullen door elkaar geschud worden,
en de verheven heuvels zullen geslecht worden,
en zullen smelten als was voor de vlam.
7. En de aarde zal geheel in duisternis worden gehuld,
en alles wat op aarde is zal wegvlieden,
en er zal een oordeel over alle (mensen) zijn.
8. Maar met de rechtvaardigen zal Hij vrede stichten,
en de uitverkorenen zal Hij beveiligen,
en genade zal hun deel zijn.
En zij zullen allen God toebehoren,
en het zal hen voorspoedig gaan,
en zij zullen allen gezegend worden.
En Hij zal hen allen helpen,
en het licht zal aan hen verschijnen,
en Hij zal de vrede met hen aangaan.
9. En zie! De Heer is met zijn heilige myriaden gekomen,
om aan allen het oordeel te voltrekken,
en om alle goddelozen te vernietigen;
om alle vlees schuldig te verklaren
betreffende al hun goddeloze daden die zij op goddeloze wijze bedreven
hebben,
en betreffende alle aanstootgevende dingen die goddeloze zondaars tegen
Hem gesproken hebben.
Hoofdstuk 2
1 Aanschouw toch alle hemellichamen, hoe zij hun baan niet veranderen, en de
hemellichten, hoe zij alle in hun eigen volgorde opkomen en ondergaan
overeenkomstig hun seizoen, en 2 de hen toegewezen plaats niet overschrijden. Bezie
toch de aarde, en schenk aandacht aan de dingen die daarop plaatsvinden van het
eerste tot het laatste, hoe bestendig ze zijn, hoe geen van de dingen op aarde 3
veranderen, maar zich als Gods werken betonen. Neem in de zomer en winter waar
hoe de hele aarde met water verzadigd wordt, en wolken dauw en regen over haar
komen.
Hoofdstuk 3
Aanschouw en zie hoe (in de winter) alle bomen schijnen te zijn verdord en al hun
bladeren hebben laten vallen, behalve een veertiental bomen, die hun bladerdak niet
verliezen maar het oude bladerdak twee tot drie jaar behouden, totdat het nieuwe
komt.
Hoofdstuk 4
En nogmaals, aanschouw toch hoe in de zomerdagen de zon recht boven de aarde
staat, en gij de schaduw en een heenkomen voor de hitte van de zon zoekt. En de
aarde eveneens blakert van de gloeiende hitte, en gij de aarde of een rots niet
betreden kunt vanwege haar hitte.
Hoofdstuk 5
1 Aanschouw toch hoe de bomen zich met groene bladeren bedekken en vrucht
dragen; waarvan gij getuigenis aflegt en ten aanzien van al Zijn werken weet en
erkent dat Hij die voor eeuwig leeft ze zo gemaakt heeft. 2 En al Zijn werken blijven
zo jaar in jaar uit voor altijd doorgaan, en alle taken die ze voor Hem tot stand
brengen, en hun taken veranderen niet, maar zoals God het verordend heeft, zo wordt
het gedaan. 3 En zie hoe de zee en de rivieren op eenzelfde manier de taken, die door
Hem aan hen geboden zijn, voltooien en niet wijzigen.
4. Maar gij, gij zijt niet standvastig geweest, noch hebt gij de geboden van de
Heer opgevolgd.
Maar gij hebt u afgekeerd en trotse en vermetele woorden gesproken,
met uw onreine monden, en tegen zijn grootsheid.
Oh, gij verstokten van hart, gij zult geen vrede vinden.
5. Daarom zult gij uw dagen verafschuwen,
en de jaren van uw leven zullen vergaan,
en de jaren van uw vernietiging zullen vermenigvuldigd worden in een
eeuwigdurende vervloeking,
en gij zult geen genade vinden.
6. In die dagen zult gij uw namen tot een eeuwige schande bij de rechtvaardigen
achterlaten,
En bij u zullen allen die een vloek uitspreken, zich vervloeken.
En alle zondaars en goddelozen zullen vanwege uw goddeloosheid een vloek
over zich afsmeken.
Maar alle (rechtvaardigen) zullen zich verheugen,
en er zal een vergeving van zonden zijn,
en elke genade en vrede en verdraagzaamheid;
er zal redding voor hen zijn, een goede gezindheid.
7. En voor al gij zondaars zal er geen redding zijn,
maar op u allen zal een vloek blijven rusten.
Voor de rechtvaardigen echter zal er licht geluk en vrede zijn,
en zij zullen de aarde beërven.
8. En dan zal er aan de uitverkorenen wijsheid geschonken worden,
en zij allen zullen leven en nooit meer zondigen,
noch door goddeloosheid, noch door hoogmoed.
Maar zij die wijs zijn zullen ook nederig zijn.
9. En zij zullen niet opnieuw overtredingen begaan,
noch zullen ze alle dagen van hun leven zondigen,
noch zullen ze sterven door (Gods) woede of wraak,
maar alle dagen van hun leven zullen ze voltooien.
En hun leven zal in vrede verlengd worden,
en hun jaren van vreugde zullen vermenigvuldigd worden,
in eeuwige blijheid en vrede,
alle dagen van hun leven.
Hoofdstuk 6
1 En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan
hen in die dagen 2 mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de
kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar:
‘Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen 3 en nageslacht bij hen
verwekken’. En Semjeza, die hun leider was, zei tegen hen: ‘Ik ben bang dat gij niet 4
werkelijk met deze daad zult instemmen, en ik alleen de straf voor een grote zonde
zal moeten dragen’. En zij allen antwoordden hem en zeiden: ‘Laat ons allen met een
eed zweren, en ons onder wederzijds toezicht allen aan elkaar binden 5 om dit plan
niet te verlaten, maar het uit te voeren’. Toen zwoeren zij gezamenlijk en verbonden
zich eraan 6 door er wederzijds op toe te zien. En het waren er allen tezamen een
tweehonderd die in de dagen van Jered neerdaalden op de top van de berg Hermon,
en zij noemden het de berg Hermon omdat zij gezworen hadden 7 en zich eraan
verbonden hadden door er wederzijds op toe te zien. En dit zijn de namen van hun
leiders: Semjeza, hun leider, Areklba, Rameël, Kokablel, Tamlel, Ramlel, Danel,
Ezekweël, Barekwijal, 8 Azazel, Armaros, Baterel, Ananel, Zakwiël, Samzepeël,
Saterel, Turel, Jomjael, Sariël. Dit zijn hun oversten van tien.
Hoofdstuk 7
1 En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich,
en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen
tovernarij 2 en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd
met kruiden. En zij 3 werden zwanger, en zij baarden grote reuzen, wier grootte
drieduizend(?) el was; Dezen verorberden 4 alles wat de mensen voortbrachten. En
toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen 5
hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en
reptielen, en 6 vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken.
Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan…
Hoofdstuk 8
1 En Azazel leerde de mensen zwaarden te maken, en messen, en schilden, en
borstplaten, en deed hen de metalen van de aarde kennen en de kunst om hen te
bewerken, en armbanden en ornamenten, en het gebruik van antimoon, en het
vervraaien van de oogleden, en allerlei soorten kostbare gesteenten, en elke 2
kleurvloeistof. En er kwam veel goddeloosheid op, en zij gaven zich over aan
verkrachtingen, en zij 3 werden tot dwaling geleid, en werden verdorven in al hun
wegen. Semjeza onderwees banspreuken en wortelinsnijdingen, Armaros het
opheffen van banspreuken, Barakwijal (onderwees) astrologie, Kokabel de
constellaties, Ezekweël de kennis van de wolken, Arakwiël de tekenen van de aarde,
Samsiël de tekenen van de zon, en Sariël de baan van de maan. En naarmate de
mensen wegkwijnden, schreeuwden zij het uit, en hun roep steeg op ten hemel…
Hoofdstuk 9
1 En in die tijd keken Michaël, Uriël, Rafael, en Gabriël vanuit de hemel neer en
zagen het vele bloed dat 2 op de aarde vergoten werd. En zij zeiden tegen elkaar: ‘De
aarde die zonder bewoner gemaakt is schreeuwt het uit met de stem van hun
hulpgeroep tot aan de hemelpoorten. 3 En nu tot ulieden, gij heiligen van de hemel,
de zielen van de mens doen hun beklag, zeggende: “Breng onze zaak 4 voor de
Allerhoogste”‘. En zij zeiden tot de Heer der tijden: ‘Heer der heren, God der goden,
Koning der koningen, en God der tijden, de troon van Uw heerlijkheid (staat) tot in
alle generaties der 5 tijden, en Uw naam heilig en verheerlijkt en gezegend tot in alle
tijden! U heeft alle dingen gemaakt, en macht over alle dingen heeft U; en alle
dingen zijn naakt en open voor uw aangezicht, en U ziet 6 alle dingen, en niets kan
zich voor U verbergen. U ziet wat Azazel gedaan heeft, die elke onrechtvaardigheid
op aarde onderwezen heeft en de eeuwige geheimen die (bewaard) werden in de
hemel, die 7 mensen nastreefden om te leren, en Semjeza, die U autoriteit gegeven
hebt om het gezag te dragen over zijn metgezellen. 8 En zij zijn naar de dochters van
de mens op aarde gegaan, en hebben geslapen met 9 de vrouwen, en hebben zich
verontreinigd, en hen allerlei soorten zonden geopenbaard. En de vrouwen hebben 10
reuzen gebaard, en de gehele aarde is daarop vervuld geraakt van bloed en
onrechtvaardigheid. En zie, de zielen van degenen die gestorven zijn roepen en
vragen om gehoor tot aan de hemelpoorten, en hun weeklachten zijn opgestegen, en
kunnen niet ophouden vanwege de wetteloze daden die 11 op aarde gedaan worden.
En U weet alle dingen voordat ze gaan gebeuren, en U ziet deze dingen en U
ondergaat het, en U zegt ons niet wat wij ten aanzien ervan moeten doen’.
Hoofdstuk 10
1 Daarna zei de Allerhoogste, de Heilige en Verhevene sprak, en zond Uriël naar de
zoon van Lamech, 2 en zei tot hem: ‘Ga naar Noach en zeg hem in mijn naam:
“Verberg jezelf!” en openbaar hem het einde dat nadert, dat de gehele aarde
vernietigd zal worden, en er een zondvloed gaat komen 3 over de gehele aarde, die
alles wat op aarde is zal vernietigen. En geef hem dan aanwijzingen, zodat hij kan
ontkomen 4 en zijn zaad gespaard mag blijven voor alle generaties van de wereld’.
En wederom zei de Heer tot Rafael: ‘Bind Azazel bij handen en voeten, en werp hem
in de duisternis: en maak een opening 5 in de woestijn, die in Dudael is, en werp hem
daarin. En plaats boven hem ruige en scherpe rotsen, en bedek hem met duisternis, en
laat hem daar voor alle tijden verblijven, en bedek zijn aangezicht, zodat hij 6 het
licht niet kan zien. En op de dag van het grote oordeel zal hij in het vuur geworpen
worden. En genees de aarde die de engelen verdorven hebben, 7 en verkondig de
genezing van de aarde, opdat zij de pestilentie kunnen helen, en dat alle
mensenkinderen niet zullen wegkwijnen door al de geheime dingen die de 8
Wachters ontsluierd en aan hun zonen onderwezen hebben. En de gehele aarde is
verdorven geworden 9 door de werken die Azazel heeft onderwezen; schrijf hem alle
zonde toe’. En tot Gabriël zei de Heer: ‘Trek op tegen de bastaards en de
verworpenen, en tegen de kinderen der verkrachting, en vernietig (de kinderen der
verkrachting en) de kinderen van de Wachters vanuit het midden der mensen (en
veroorzaak het dat zij weggaan); zend hen de een tegen de ander, zodat zij elkaar
zullen vernietigen in de strijd, 10 want zij zullen geen lengte van dagen hebben. En
geen verzoek dat zij u zullen doen zal hun vaders terwille van hen toegestaan
worden: want zij hopen een leven tot in tijden te hebben en 11 dat elk van hen
vijfhonderd jaar zal leven’. En de Heer zei tegen Michael: ‘Ga, bind Semjeza en zijn
metgezellen, die zich met vrouwen hebben verenigd, zodat zij zich met hen hebben
bevlekt 12 in al hun onreinheid. En wanneer hun zonen elkaar hebben afgeslacht, en
zij de vernietiging van hun geliefden hebben gezien, bind hen dan vast voor zeventig
generaties in de dalen der aarde, tot op de dag van hun oordeel en bestemming, totdat
het oordeel dat 13 voor alle tijden is wordt volbracht. In die dagen zullen ze naar de
afgrond van vuur worden weggeleid: 14 en naar de pijniging en de gevangenis
waarin ze voor alle tijden opgesloten zullen worden. En wie dan ook veroordeeld en
vernietigd zal worden zal van dan af aan tezamen met hen gebonden worden tot aan
het einde van alle generaties. 15 En vernietig al de geesten van de verworpene en de
kinderen van de Wachters, omdat zij de mensheid slecht gemaakt hebben. 16
Vernietig alle slechtheid van de oppervlakte der aarde en laat elk slecht werk tot een
einde komen, en laat de inplanting van rechtvaardigheid en waarheid tevoorschijn
komen, en het zal een zegen betekenen; de werken van rechtvaardigheid en waarheid
zullen van dan af aan in waarheid en vreugde gezaaid worden.
17. En dan zullen alle rechtvaardigen ontkomen,
en zullen leven totdat ze duizende kinderen hebben verwekt,
en alle dagen van hun jeugd en hun ouderdom
zullen zij in vrede voltooien.
18 En dan zal de gehele aarde in rechtvaardigheid bebouwd worden, en zal geheel
met bomen beplant worden 19 en volledig gezegend zijn. En elk soort kostbare boom
zal erop geplant worden, en zij zullen er wijngaarden op aanleggen; en de wijngaard
die zij erop aanleggen zal wijn in overvloed voortbrengen, en wat betreft alle zaden
die erop gezaaid worden, elke maat ervan zal er duizend dragen, en elke maat olijven
zal tien persingen 20 olie voortbrengen. En gij moet de aarde reinigen van alle
verdrukking, en van alle onrechtvaardigheid, en van alle zonde, en van alle
goddeloosheid; en alle onreinheid die er op aarde begaan is 21 verwijder die van de
aarde. En alle mensenkinderen zullen rechtvaardig worden, en alle naties 22 zullen
hun toewijding schenken en zullen Mij loven, en allen zullen Mij aanbidden. En de
aarde zal gereinigd worden van al haar vervuiling, en van elke zonde, en elke
bestraffing, en elke pijniging, en ik zal die er nooit meer tegen zenden, niet van
generatie tot generatie noch tot in aller tijden.
Hoofdstuk 11
1 En in die dagen zal Ik de voorraadkamers van zegening die in de hemel zijn
openen, opdat die neergezonden 2 worden over het werk en de arbeid van de
mensenkinderen. En waarheid en vrede zullen elkaar vergezellen, gedurende alle
dagen der wereld en gedurende alle mensengeneraties’.
Hoofdstuk 12
1 Voordat deze dingen gebeurden werd Henoch verborgen, en geen der
mensenkinderen wist waar hij 2 verborgen was, en wat er van hem geworden was. En
zijn bezigheden hadden te maken met de Wachters, en zijn dagen waren met de
heiligen. 3 En ik Henoch was de Souverein en Koning der eeuwen aan het zegenen,
en zie! de Wachters 4 riepen mij – Henoch de schriftsteller – en zeiden tot mij:
‘Henoch, gij schriftsteller van rechtvaardigheid, ga, verklaar aan de Wachters der
hemel die de hoge hemel, de heilige eeuwige plaats, verlaten hebben en zich met
vrouwen verontreinigd hebben, en de dingen naar de wijze van de aardse kinderen
gedaan hebben, en vrouwen in bezit hebben genomen: 5 “Gijlieden hebt de aarde een
grote vernietiging toegebracht, en gij zult geen vrede noch vergeving van 6 zonde
hebben; en in dezelfde mate waarin zij genieten van hun kinderen, zullen zij het
vermoorden van hun geliefden zien, en over de vernietiging van hun kinderen zullen
zij weeklagen, en er tot in tijden hun smekingen op richten, maar genade en vrede
zullen zij niet verkrijgen”‘.
Hoofdstuk 13
1 En Henoch ging en zei: ‘Azaze l, gij zult geen vrede kennen: er is een strenge
veroordeling tegen u uitgegaan 2 om u te binden; En gij zult meededogen noch
verzoek ingewilligd krijgen, vawege de onrechtvaardigheid die gij onderwezen hebt,
en vanwege alle werken der goddeloosheid 3 en onrechtvaardigheid en zonde die gij
de mensen getoond hebt’. Toen ging ik en sprak tegen hen allen 4 tezamen, en zij
waren allen bevreesd, en angst en beving maakten zich van hen meester. En zij
verzochten mij een verzoekschrift voor hen op te stellen, opdat hen vergeving
geschonken mocht worden, en hun verzoekschrift voor te lezen in de aanwezigheid 5
van de Heer der hemel. Want vanaf dat moment konden zij niet meer (met Hem)
spreken, noch hun ogen 6 naar de hemel oprichten, wegens de schaamte van hun
zonden waardoor zij vervloekt waren. Toen schreef ik hun verzoekschrift uit, en het
gebed met betrekking tot hun geesten en hun persoonlijke daden, en met betrekking
tot hun 7 verzoeken dat zij vergeving en verlenging van leven zouden mogen hebben.
En ik ging heen en zat neer bij de wateren van Dan, in het land van Dan, in het
zuidwesten van Hermon; Ik las hun verzoekschrift totdat ik 8 in slaap viel. En
ziedaar, ik kreeg een droom, en er kwamen visioenen over mij, en ik zag visioenen
van bestraffing, en een stem kwam mij verzoeken het aan de zonen van de hemel te
vertellen, en hen terecht te wijzen. 9 En toen ik wakker werd, kwam ik naar hen toe,
en zij zaten allen bij elkaar vergaderd te wenen in 10 Abelsjaïl, dat tussen Libanon en
Sirese ligt, met hun gezichten bedekt. En ik somde voor hen alle visioenen op, die ik
in mijn slaap gezien had, en ik begon de woorden der rechtvaardigheid te spreken en
de hemelse Wachters terecht te wijzen.
Hoofdstuk 14
1 Het boek van de woorden der rechtvaardigheid en van de terechtwijzing van de
eeuwenoude Wachters in overeenstemming 2 met de verordening van de Heilige
Verhevene in het visioen. Ik zag in mijn slaap hetgeen ik nu vertellen zal met een
tong van vlees en de adem van mijn mond: die de Verhevene aan de mensen gegeven
heeft om 3 ermee met elkaar te overleggen en in hun hart begrip te verkrijgen. Zoals
Hij de mens heeft geschapen en hem het vermogen heeft gegeven het woord van
wijsheid te begrijpen, zo heeft Hij mij eveneens geschapen en mij het vermogen
gegeven om 4 de Wachters, de kinderen der hemel, terecht te wijzen. Ik heb het
verzoekschrift van ulieden uitgeschreven, en in mijn visioen werd het aldus duidelijk,
dat uw verzoekschrift zelfs niet tot in alle dagen der eeuwigheid ingewilligd zal
worden, en dat dit oordeel 5 uiteindelijk aan u is opgelegd: het zal niet voor u
ingewilligd worden. En van nu af aan zult gij niet meer in de hemel opstijgen tot in
alle eeuwigheid, en in de kluisters der aarde zo luidt de verordening 6 zult gij voor
alle dagen der wereld gebonden worden. Maar voordien zult gij de vernietiging van
uw geliefde zonen meemaken en gij zult geen plezier aan hen beleven, maar zij
zullen voor uw ogen omkomen 7 door het zwaard. En uw verzoekschrift ten behoeve
van hen zal niet ingewilligd worden, evenmin als die van ulieden zelf: ook al weent
en bidt gij en spreekt gij alle woorden die het geschrift bevat dat ik heb 8 geschreven.
En het visioen werd mij aldus getoond: Zie, in het visioen nodigden wolken mij uit
en was er mist die mij opriep, en de baan der sterren en lichtflitsen deden mij
spoeden en haasten, en de winden in 9 het visioen deden mij vliegen en tilden mij op,
en droegen mij ten hemel. En ik ging er binnen totdat ik langs een muur trok die uit
kristallen opgebouwd was en omgeven werd door tongen van vuur; en het begon mij
schrik aan te jagen. 10 En ik ging de tongen van vuur binnen en trok langs een groot
huis dat uit kristallen was opgebouwd; en de muren van het huis waren gelijk een
betegelde vloer uit kristallen (gemaakt), en haar fundering was 11 van kristal. Haar
bovenbouw was als het pad der sterren en lichtflitsen, en daartussen waren 12
gloeiende cherubijnen, en hun gewelf was (helder als) water. Een vlammend vuur
omgaf de muren, en haar 13 portalen gloeiden met vuur. En ik ging dat huis binnen,
en het was er heet als vuur en koud als ijs, er 14 waren geen levenstekenen
daarbinnen: vrees bedekte mij, en benauwing kreeg mij in haar greep. En terwijl ik
sidderde 15 en trilde, viel ik op mijn aangezicht. En ik kreeg een visioen. En zie! Er
was een tweede huis, groter 16 dan het vorige, en het gehele portaal stond voor mij
open, en het was uit vuurvlammen gebouwd. En in elk opzicht blonk het zo uit in
schittering en uitnemendheid en grootsheid, dat ik niet in staat ben aan ulieden haar
17 schittering en grootsheid te beschrijven. En haar vloer was van vuur, en erboven
waren lichtflitsen en het pad 18 der sterren, en haar bovenbouw was eveneens een
vlammend vuur. En ik keek en zag daarbinnen een verheven troon waarvan het
uiterlijk was als kristal, en de wielen ervan waren als de schijnende zon, en daar was
de aanblik van 19 cherubijnen. En vanonder de troon kwamen er stromen vlammend
vuur vandaan, zodat ik er niet naar kon kijken. 20 En de Grote Majesteit zat daarop,
en Zijn gewaad scheen helderder dan de zon en 21 was witter dan welke sneeuw dan
ook. Geen der engelen kon binnenkomen en Zijn gezicht aanschouwen om redenen
22 van Zijn uitnemendheid en heerlijkheid en geen vlees kon Hem aanschouwen. Het
vlammende vuur was rondom Hem, en er stond een groot vuur voor Hem, en
niemand die in de buurt was kon hem benaderen: myriaden maal 23 myriaden
stonden voor Hem, en toch had Hij geen raadgever nodig. En de meest heiligen die
24 dichtbij Hem waren gingen tegen de nacht niet weg en verlieten Hem niet. En tot
op dat moment had ik voorover gelegen op mijn gezicht, bevend: en de Heer riep mij
met zijn eigen mond, en zei tegen mij: ‘Kom hierheen, 25 Henoch, en hoor mijn
woord’. En een van de heiligen kwam naar mij toe en maakte mij wakker, en hij deed
mij opstaan en de deur naderen, en ik boog mijn gezicht omlaag.
Hoofdstuk 15
1 En Hij antwoordde en zei tegen mij, en ik hoorde Zijn stem: ‘Vrees niet, Henoch,
gij rechtvaardige 2 man en schriftsteller van rechtvaardigheid: kom nader en luister
naar mijn stem. En ga, zeg tegen de wachters der hemel, die u gezonden hebben om
voor hen te bemiddelen: “Gijlieden zijt degenen die voor de mensen moet
bemiddelen, en niet de mens 3 voor u: Waarom hebt gij de hoge, heilige, en eeuwige
hemel verlaten, en bij vrouwen gele gen, en uzelf met de dochters der mensen
verontreinigd en uzelf vrouwen toegeëigend, en gelijk de kinderen 4 der aarde
gedaan, en reuzen (als uw) zonen verwekt? En ondanks dat gij heilig en geestelijk
waart, en het eeuwig leven had, hebt gij uzelf met het bloed van vrouwen
verontreinigd, en (kinderen) met het bloed dat in het vlees is verwekt, en gelijk de
mensenkinderen vlees en bloed begeerd zoals ook zij doen die doodgaan 5 en
verdwijnen. Daarom heb ik hen ook vrouwen gegeven zodat zij die zwanger konden
maken, en kinderen 6 van hen konden krijgen, opdat het hun aldus aan niets op aarde
zou ontbreken. Maar gij waart voorheen 7 geestelijk, het eeuwig leven bezittend, en
onsterfelijk voor alle generaties van de wereld. En daarom heb Ik geen vrouwen voor
u bestemd; want wat de geesten der hemel betreft, in de hemel is hun verblijfplaats. 8
En nu zullen de reuzen die voortgekomen zijn uit geest en vlees kwade geesten
genoemd worden op 9 de aarde, en op de aarde zal hun verblijfplaats zijn. Kwade
geesten zijn van hun lichamen uitgegaan, want uit mensen zijn ze geboren, maar bij
de heilige Wachters ligt hun begin en eerste oorsprong; 10 zij zullen kwade geesten
op aarde zijn, en kwade geesten zullen zij genoemd worden. En zoals de geesten van
de hemel in de hemel hun woonplaats zullen hebben, zo zullen de geesten van de
aarde, die op aarde geboren zijn, hun woonplaats op aarde hebben. 11 En de geesten
der reuzen teisteren, onderdrukken, vernietigen, vallen aan, strijden, en bewerken de
afbraak van de aarde, en veroorzaken moeilijkheden: zij nemen geen voedsel, maar
12 hongeren en dorsten desondanks, en geven beroeringen. En deze geesten zullen
tegen de mensenkinderen opstaan, en tegen de vrouwen, omdat zij van hen uitgegaan
zijn.
Hoofdstuk 16
1 Vanaf de dagen van de slachting en vernietiging en dood van de reuzen, van de
zielen waarvan uit het vlees de geesten zijn weggegaan, zullen zij vernietiging
brengen zonder hun strafmaat te doen oplopen – aldus zullen zij schade toebrengen
tot aan de dag der voleinding, het grote oordeel waarin de tijd zal 2 aflopen voor de
Wachters en de goddelozen, ja, tot een volledig einde zal komen”. En nu voor wat
betreft de Wachters die u gezonden hebben om voor hen te bemiddelen, die voorheen
in de hemel waren, 3 (zeg tot hen): “Gij zijt in de hemel geweest, maar nog niet alle
mysteries waren al aan ulieden geopenbaard, en gij wist de waardeloze ervan, en
deze hebt gij in de gevoelloosheid van uw harten aan de vrouwen bekend gemaakt,
en door deze mysteries berokkenen vrouwen en mannen veel kwaad op aarde”. 4 Zeg
hen daarom: “Gij zult geen vrede kennen”‘.
Hoofdstuk 17
1 En zij namen en brachten mij naar een plaats waar degenen die daar waren geleken
op vlammen vuur, 2 en die wanneer zij dat wilden het uiterlijk van mensen
aannamen. En zij brachten mij naar een plaats van duisternis, en naar een berg
waarvan 3 de top tot in de hemel reikte. En ik zag de plaatsen van de hemellichten en
de kostbaarheden van de sterren en van de donder, en het diepst der diepte waar 4
een vurige boog en pijlen met hun koker waren, en een vurig zwaard en alle
bilksemschichten. En zij namen 5 mij naar de levende wateren, en naar het vuur van
het westen, die elke gedoofde zonnester ontvangt. En ik kwam aan een rivier van
vuur, waarin het vuur als water stroomt en zich ontlaadt in de grote zee westwaards.
6 Ik zag de grote rivieren en kwam tot aan de grote rivier en tot aan de grote
duisternis, en ging 7 tot op de plaats waar geen vlees komt. Ik zag de bergen van de
duisternis van de winter en de plaats 8 waar al het water van de diepte heenvloeit. Ik
zag de mondingen van al de rivieren der aarde en de monding van de diepte.
Hoofdstuk 18
1 Ik zag de kostbaarheden van alle winden: Ik zag hoe Hij daarmee de gehele
schepping bekleed had 2 en de stevige fundamenten va n de aarde. En ik zag de
hoeksteen van de aarde: Ik zag de vier 3 winden (de aarde en) het firmament van de
hemel dragen. En ik zag hoe de winden de hemelgewelfen uitstrekken, en hun
standplaats hebben tussen hemel en aarde: deze zijn de dragers 4 van de hemel. Ik
zag de winden van de hemel die de kringomloop van de zon 5 en al de sterren naar
hun posities brengt. Ik zag de winden op aarde de wolken dragen: Ik zag de 6 paden
der engelen. Ik zag aan het eind der aarde het firmament van de hemel daarboven. En
ik ging verder en zag een plaats die dag en nacht brandt, waar zeven bergen van
schitterend gesteente zijn, 7 drie daarvan naar het oosten, en drie naar het zuiden. En
wat betreft de drie naar het oosten, (een) was er van gekleurde steen, en een van
parel, en een van hyacint, en die naar het zuiden waren van rode steen. 8 Maar de
middelste reikte naar de hemel als de troon van God, van albast, en de top 9 van de
troon was van safier. En ik zag een vlammend vuur. En voorbij deze bergen 10 is een
gebied: de einden van de grote aarde: daar waren de hemelen voltooid. En ik zag een
diepe afgrond, 11 met kolommen van hemels vuur, en temidden van hen zag ik
kolommen van vallend vuur, die in afmeting hun gelijke niet hadden zowel wat
betreft 12 de hoogte, als wat betreft de diepte. En voorbij die afgrond zag ik een
plaats die geen firmament van een hemel erboven had, en geen stevig bevestigde
aarde eronder: er was geen water op, en er waren geen 13 vliegende schepselen, maar
het was een woeste en afschuwelijke plaats. Ik zag daar zeven sterren als grote
brandende bergen, 14 en toen ik naar hen informeerde, zei de engel tegen mij: ‘Deze
plaats is het einde van hemel en aarde: dit is 15 de gevangenis geworden voor de
sterren en de heerscharen. En de sterren die over het vuur heen rollen zijn degene die
de verordening van de Heer overtreden hebben aan het begin 16 van hun opkomst,
omdat deze niet op de voor hen bestemde tijden tevoorschijn kwamen. En Hij was
verbolgen over hen, en bond hen tot aan de tijd dat hun schuld voleindigd zou
worden, (zelfs) voor tienduizend jaar’.
Hoofdstuk 19
1 En Uriël zei tegen mij: ‘Hier zullen de engelen verblijven die zich met vrouwen
verbonden hebben, en hun geesten die vele verschillende gedaanten aannemen
verontreinigen de mensheid en brengen hen op een dwaalspoor door hen offers te
laten brengen aan demonen als hun goden, (hier zullen zij verblijven) tot aan de dag
van het grote oordeel waarop 2 het oordeel aan hen voltrokken zal worden, totdat er
een eind aan hen gemaakt wordt. En ook de vrouwen van de engelen die 3
afgedwaald zijn zullen sirenen worden’. En alleen ik, Henoch, zag het visioen, het
einde van alle dingen: en niemand zal zien zoals ik gezien heb.
Hoofdstuk 20
1 En dit zijn de namen van de heilige engelen die waken. 2 Uriël, een van de heilige
engelen die gaat 3 over de wereld en over Tartarus, Rafaël, een van de heilige
engelen die over de geesten van mensen gaat. 4 Raguël, een van de heilige engelen
die 5 een wreker is binnen de wereld van de hemellichten. Michaël, een 6 van de
heilige engelen, om te getuigen, hij die over het beste deel van de mensheid
aangesteld is en over chaos. Sarakwaël, 7 een van de heilige engelen, die over de
geesten aangesteld is, die in de geest zondigen. Gabriël, een van de heilige 8 engelen,
die aangesteld is over het Paradijs, de slangen en de Chrerubijnen. Remiël, een van
de heilige engelen, die God aanstelt over degenen die verheven worden.
Hoofdstuk 21
1 En ik ging verder tot aan waar de dingen chaotisch waren. 2 En daar zag ik iets
afschuwelijks: Ik zag noch 3 een hemel erboven noch een stevig bevestigde aarde,
maar een chaotische en afschuwelijke plaats. En daar zag ik 4 zeven sterren van de
hemel in samengebonden, als grote bergen en brandend met vuur. Hierop 5 zei ik:
‘Wegens welke zonde zijn zij gebonden, en om welke reden zijn zij hierin
geworpen?’ Daarop zei Uriël, een van de heilige engelen, die bij mij was, en het
gezag over hen had, hij zei: ‘Henoch, waarom 6 vraagt gij daarnaar, en waarom
smacht gij naar de waarheid?’. Deze zijn een aantal van de sterren van de hemel, die
de verordening van de Heer overtreden hebben, en hier voor tienduizend jaar
gebonden zijn, totdat 7 de tijd die hen voor hun zonde is opgelegd verstreken is’. En
van daaruit ging ik naar een andere plaats, die noch afschuwelijker was dan de
vorige, en ik zag iets verschrikkelijks: een groot vuur dat daar brande en oplaaide, en
die plaats was doorkliefd tot aan de afgrond, en was vol van grote afdalende
kolommen van 8 vuur: noch de omvang en evenmin de kracht ervan kon ik overzien
of kon ik inschatten. Daarop zei ik: ‘Hoe 9 vreesinwekkend is deze plaats en hoe
afgrijzelijk om naar te kijken!’. Daarop antwoordde mij Urieël, een van de heilige
engelen die bij mij was, en zei tegen mij: ‘Henoch, waarom hebt gij zulk een vrees en
afgrijzen?’ 10 En ik antwoordde: ‘Vanwege deze vreesaanjagende plaats, en vanwege
de tentoonspreiding van pijniging’. En hij zei tegen mij: ‘Deze plaats is de gevangenis
van de engelen, en zij zullen voor tijden en tijden gevangen gehouden worden’.
Hoofdstuk 22
1 En van daaruit ging ik naar een andere plaats, en de berg van graniet. 2 En er waren
vier spelonken in, diep en breed en erg glad. Hoe glad zijn de spelonken en diep en
donker is hun aanblik. 3 Daarop antwoordde Rafaël, een van de heilige engelen die
bij mij was, en zei tegen mij: ‘Deze spelonken zijn voor het doel geschapen, dat de
geesten van de zielen van de doden daarin 4 vergaderd zouden worden, ja dat alle
zielen van de mensenkinderen hier zouden samenkomen. En deze plaatsen zijn
ervoor gemaakt hen te ontvangen tot op de dag van hun oordeel en tot aan het voor
hen bestemde tijdperk, totdat het grote oordeel over hen komt’. Ik zag de geest van
een dood iemand een aanklacht maken, 5 en zijn stem verhief zich ten hemel en deed
zijn beklag. En ik vroeg aan Rafaël, de engel die bij 6 mij was, en zei tegen hem:
‘Deze geest die een aanklacht maakt, van wie is hij, wiens stem verheft zich en doet
zijn beklag ten hemel?’. 7 En hij antwoordde mij zeggende: ‘Dit is de geest die is
uitgegaan van Abel, die door zijn broer Caïn neergeslagen is, en hij maakt zijn
aanklacht tegen hem totdat zijn zaad vanaf het oppervlak der aarde verwijderd is, en
zijn zaad teniet gedaan is vanonder het zaad der mensen’. 8 Toen vroeg ik naar en ten
aanzien van al de spelonken: ‘Waarom is de een afgescheiden van de ander?’. 9 En hij
antwoordde mij en zei tegen mij: ‘Deze drie (scheidingen) zijn gemaakt opdat de
geesten van de doden gescheiden zouden zijn. En een dergelijke afscheiding is
gemaakt voor de geesten van de rechtvaardigen, met daarin de heldere bron van
water. 10 En een is er gemaakt voor de zondaars indien wanneer zij sterven en in de
aarde begraven worden het oordeel nog niet gedurende hun leven aan hen voltrokken
is. 11 Daar zullen hun geesten afgezonderd worden in een grote pijniging, tot aan de
grote dag van het oordeel en de bestraffing en kwelling van degenen die voor alle
tijden vervloekt zijn en aan wier geesten het vergolden wordt. 12 Daar zal Hij ze
voor alle tijden binden. En een dergelijke afscheiding is gemaakt voor de geesten van
degenen die hun aanklacht maken, die onthullingen doen aangaande hun vernietiging
toen zij neergeslagen werden in de dagen van de zondaars. 13 En een is er gemaakt
voor de geesten van de mensen die niet rechtvaardig waren, maar zondaars die
volkomen in overtreding waren, en in het gezelschap van de overtreders zullen zij
verkeren: maar hun geesten zullen niet neergeslagen worden op de oordeelsdag, noch
zullen zij van daaruit een opstanding krijgen’. 14 Daarop zegende ik de Heer der
heerlijkheid en zei: ‘Gezegend zij mijn Heer, de Heer der rechtvaardigheid, die voor
eeuwig regeert’.
Hoofdstuk 23
1 Van daaruit ging ik naar een andere plaats ten westen 2 van de einden van de aarde.
En ik zag een brandend 3 vuur dat onafgebroken liep, en dag en nacht niet rustte in
zijn baan, maar regelmatig liep. 4 En ik vroeg zeggende: ‘Wat is dit dat niet rust?’
Daarop antwoordde mij Raguël, een van de heilige engelen die bij mij was, en zei
tegen mij: ‘Deze baan van vuur die gij gezien hebt, is het vuur in het westen dat al de
hemellichten vervolgt’.
Hoofdstuk 24
1 En van daaruit ging ik naar een andere plaats op aarde, en hij toonde mij een
bergformatie van 2 vuur dat dag en nacht brande. En ik ging daar aan voorbij en zag
zeven schitterende bergen, die allen van elkaar verschilden, en de gesteenten ervan
waren schitterend en prachtig, overweldigend in zijn geheel, majestueus van uiterlijk
en gaaf aan de buitenkant: drie naar het oosten, de een rustend op de ander, en drie
naar het zuiden, de een op de ander, en diepe ruige ravijnen, waarvan geen enkele 3
een verbinding maakte met enige andere. En de zevende berg was in het midden van
deze, en hij overtrof hen 4 in hoogte, gelijkend op een troonzetel: en geurende bomen
omringden de troon. En temidden daarvan was een boom die ik nog nooit eerder
geroken had, ook was er geen tweede daarvan of geleek er een op: het had een geur
die uitzonderlijker was dan elke andere geur, en zijn bladeren en bloemen en hout
verwelken nooit: 5 en zijn vrucht is prachtig, en zijn vrucht lijkt op de dadels van een
palm. Zodoende zei ik: ‘Hoe prachtig is deze boom, en geurrijk, en zijn bladeren zijn
gaaf, en zijn bloemen erg verrukkelijk in aanschijn’. 6 Daarop antwoordde Michaël,
een van de heilige engelen die bij mij was, en die hun leider was.
Hoofdstuk 25
1 En hij zei tegen mij: ‘Henoch, waarom vraagt gij mij naar de geur van de boom, 2
en waarom wenst gij de waarheid te leren?’. Daarop antwoordde ik hem zeggende: ‘Ik
wil over 3 dat alles weten, maar vooral over deze boom’. En hij antwoordde
zeggende: ‘Deze hoge berg die gij gezien hebt, waarvan de top gelijk de troon van
God is, zal Zijn troon zijn, waar de heilige Verhevene, de Heer van de Glorie, de
eewige Koning, zal zitten, wanneer Hij zal afdalen om de aarde 4 te bezoeken met
goedheid. En wat betreft deze geurige boom; het is geen sterveling toegestaan hem
aan te raken tot aan het grote oordeel, wanneer Hij wraak zal nemen op allen en alles
tot zijn voleinding zal brengen 5 voor altijd. Hij zal dan aan de rechtvaardigen en
heiligen gegeven worden. Zijn vrucht zal tot voedsel dienen voor de uitverkorenen:
hij zal overgeplant worden naar de heilige plaats, naar de tempel van de Heer, de
eeuwige Koning.
6. Dan zullen zij zich verheugen met vreugde en gelukkig zijn,
en de heilige plaats zullen zij binnengaan;
en haar geur zal in hun botten zijn,
en zij zullen voor een lang leven op aarde verblijven,
een leven zoals uw vaders leefden.
En in hun dagen zal geen verdriet of pestilentie,
geen kwelling of onvoorziene gebeurtenis hen beroeren’.
7 Daarop zegende ik de God der heerlijkheid, de eeuwige Koning, die zulke dingen
voor de rechtvaardigen heeft bereid, en ze geschapen heeft en belooft heeft ze aan
hen te geven.
Hoofdstuk 26
1 En ik ging van daaruit naar het midden van de aarde, en ik zag een gezegende
plaats waar 2 bomen waren, waarvan de takken (ook los van de boom) goed en in
bloei blijven. En daar zag ik een heilige berg, 3 en onder aan de berg aan de oostkant
ervan was een stroom en deze vloeide naar het zuiden. En ik zag tegen het oosten een
andere berg hoger dan deze, en tussen hen in een diep en nauw 4 ravijn: er liep ook
een stroom door onder de berg langs. En naar het westen daarvan was er weer een
andere berg, lager dan de vorige en niet verheven, en een diep en droog ravijn daar
tussenin: 5 en een ander diep en droog ravijn was er aan de uiteinden van de drie
bergen. En al de ravijnen waren diep en smal, uit graniet (gevormd), en er waren
geen bomen op geplant. 6 En ik verwonderde mij over de rotsen, en ik verwonderde
mij over het ravijn, ja, ik verwonderde mij zeer.
Hoofdstuk 27
1 Daarop zei ik: ‘Voor welk doel dient dit gezegende land, dat geheel met bomen
gevuld is, en dit 2 vervloekte dal daartussen?’. Daarop antwoordde Uriël, een van de
heilige engelen die bij mij was, en zei: ‘Dit vervloekte dal is voor degenen die voor
eeuwig vervloekt zijn: Hier zullen alle vervloekten bij elkaar vergaderd worden die
zich met hun lippen tegen de Heer uiten in onbetamelijke woorden en vermetele
dingen over Zijn heerlijkheid spreken. Hier zullen zij bij elkaar vergaderd worden, en
hier 3 zal de plaats van hun oordeel zijn. In het laatst der dagen zal er over hen de
tentoonspreiding van het rechtvaardige oordeel komen in aanwezigheid van de voor
eeuwig gerechtvaardigden; hier zullen de begenadigden de Heer der heerlijkheid, de
eeuwige Koning, zegenen. 4 In de dagen van het oordeel over de eerder genoemden,
zullen zij Hem zegenen voor zijn genade in overeenstemming waarmee 5 Hij (hun
lot) aan hen heeft toegewezen’. Daarop zegende ik de Heer der heerlijkheid en
verkondigde zijn heerlijkheid en loofde Hem in verheerlijking.
Hoofdstuk 28
1 En van daaruit ging ik oostwaards, naar het midden van de bergformatie van de
woestijn, 2 en zag ik een verlaten wildernis vol met bomen en planten. En water
welde er op van bovenuit. 3 Ruisend als een omvangrijke waterstroom die naar het
noord-westen vloeide en wolken en dauw veroorzaakte dat naar alle kanten afdaalde.
Hoofdstuk 29
1 En van daaruit ging ik naar een andere plaats in de woestijn, en naderde tot de
oostkant van deze bergformatie. 2 En daar zag ik aromatische bomen de geur van
wierook en mirre uitwasemen, en de bomen geleken ook op de amandelboom.
Hoofdstuk 30
1 En aan deze voorbij ging ik verder 2 naar het oosten, en zag ik een andere plaats,
een dal (vol) met water. 3 En daarin was een boom en het odeur(?) van geurige
bomen zoals de mastik. En op de hellingen van die dalen zag ik geurige kaneel. En
aan deze voorbij ging ik verder naar het oosten.
Hoofdstuk 31
1 En ik zag andere bergen, en daartussen bevonden zich bosschages waaruit nectar
vloeide, 2 die sarara(?) en galbanum genoemd wordt. En aan deze bergen voorbij zag
ik een andere berg, naar het oosten van de einden der aarde, met daarop aloë-bomen,
en al deze bomen waren vol etherische olie(?) 3 zoals bij de amandelbomen. En
wanneer men die brande, rook die verfijnder dan enig andere geurige odeur.
Hoofdstuk 32
1 En na deze geurige odeurs, terwijl ik in de richting van het noorden over de bergen
heen keek, zag ik zeven bergen vol eerste keus nardus en geurige bomen en kaneel en
peper. 2 En van daaruit ging ik over de toppen van al deze bergen, verder naar het
oosten van de aarde, en passeerde de zee van Erythrea en ging daar ver vandaan, en
kwam voorbij aan de engel Zotiël. En ik kwam tot aan de tuin der rechtvaardigheid, 3
en (zag) vanuit de verte bomen in grotere aantallen en statiger en twee bomen
daarvan waren zeer groot, mooi, majestueus en overweldigend, en (ik zag) de boom
der kennis, die door het eten van het fruit iemand grote wijsheid doet kennen. 4 Die
boom is in hoogte gelijk aan de pijnboom(?), en zijn bladeren lijken op die van de
carob(?)boom: en zijn fruit 5 is als de trossen van de wijnrank, heel prachtig: en de
geur van de boom dringt tot in de verte door. 6 Daarop zei ik: ‘Wat is die boom
prachtig, en wat is zijn uiterlijk aantrekkelijk!’ Daarop antwoordde mij Rafaël, de
heilige engel die bij mij was, en zei: ‘Dit is de boom der wijsheid, waarvan uw
voorvader en voormoeder, die er eerder dan u waren, gegeten hebben, en zij leerden
de wijsheid kennen en hun ogen werden geopend, en zij kwamen te weten dat zij
naakt waren, en zij werden uit de tuin verdreven’.
Hoofdstuk 33
1 En van daaruit ging ik naar de einden der aarde en zag daar drie grote dieren, en elk
daarvan verschilde van de ander; en (ik zag) vogels die ook verschilden in uiterlijk en
schoonheid en zang, de een verschillend van de ander. En ten oosten van die dieren
zag ik de einden der aarde waarop de hemel rust, 2 en waar zich de hemelpoorten
openen. En ik zag hoe de sterren van de hemel tevoorschijn komen, 3 en ik telde de
poorten waar zij doorheen gaan, en schreef al hun uitgangen op, voor elke
afzonderlijke ster apart, volgens hun aantal en hun namen, hun banen en hun posities,
4 en hun tijden en hun maanden, zoals Uriël de heilige engel die bij mij was dat aan
mij liet zien. Hij toonde mij alle dingen en schreef ze voor mij op: ook hun namen
schreef hij voor mij op, en hun wetmatigheden en hun constellaties.
Hoofdstuk 34
1 En van daaruit ging ik noordwaards naar de einden der aarde, en daar zag ik een
groots en 2 majestueus ontwerp aan de einden van de gehele aarde. En hier zag ik
drie hemelpoorten geopend in de hemel: uit elk van hen kwam een noorderwind
vandaan: wanneer zij blazen is er kou, hagel, ijzel, sneeuw, dauw en regen. En uit
een van de poorten blazen zij ten goede, maar wanneer zij door de andere twee
poorten blazen, is het met geweld en beroering op de aarde, en zij blazen krachtig.
Hoofdstuk 35
1 En van daaruit ging ik westwaards naar de einden der aarde, en zag daar drie
hemelpoorten zich openen, zoals ik dat in het oosten gezien had, hetzelfde aantal
poorten, en hetzelfde aantal uitgangen.
Hoofdstuk 36
1 En van daaruit ging ik naar het zuiden naar de einden der aarde, en za g daar drie
geopende hemelpoorten: 2 en daar vandaan komt er dauw, regen en wind. En van
daaruit ging ik naar het oosten van de einden van de hemel, en zag hier de drie
oosterlijke hemelpoorten geopend met kleine poorten daarboven. 3 Door elk van
deze kleine poorten gaan de sterren der hemel heen en doorlopen hun baan naar het
westen over het pad dat hen getoond wordt. En even vaak als dat ik zag, zegende ik
steeds de Heer der heerlijkheid, en ik bleef de Heer der heerlijkheid zegenen die
grootse en majestueuze wonderen tot stand gebracht heeft, om de grootsheid van Zijn
werk te tonen aan de engelen en de geesten en aan de mensen, opdat zij Zijn werk en
Zijn gehele schepping zouden loven: opdat zij het werk van Zijn almacht zouden zien
en het grootse werk van Zijn handen zouden loven en Hem voor eeuwig zouden
zegenen.
DE GELIJKENISSEN
Hoofdstuk 37
1 Het tweede visioen dat hij zag, het visioen van wijsheid, dat Henoch de zoon van
Jered, de zoon 2 van Mahalalel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van
Seth, de zoon van Adam, zag. En dit is het begin van de woorden van wijsheid voor
het spreken waarvan ik mijn stem verhief en tot degenen die op aarde verblijven zeg:
Hoort, gij mensen uit vroegere dagen, en ziet, gij die later komt, de woorden van de
Heilige 3 die ik zal spreken in het aanschijn van de Heer der Geesten. Het zou beter
zijn (deze enkel) voor te leggen aan de mensen uit vroegere dagen, maar zelfs aan
degenen die later komen zullen wij niet het begin van wijsheid onthouden. 4 Tot aan
de dag van vandaag is er nog nooit een dergelijke wijsheid gegeven door de Heer der
Geesten als die ik overeenkomstig mijn inzicht ontvangen heb naar het welbehagen
van de Heer der Geesten door wie het deelhebben aan 5 het leven tot in tijden mij
gegeven is. Nu werden er drie gelijkenissen aan mij meegedeeld, en ik verhief mijn
stem en weidde er over uit aan hen die op aarde verblijven.
Hoofdstuk 38
De eerste gelijkenis.
1. Wanneer de gemeente der rechtvaardigen zal verschijnen,
en zondaars voor hun zonden veroordeeld gaan worden,
en van het oppervlak der aarde worden verdreven;
2. En wanneer dé Rechtvaardige zal verschijnen voor de ogen van de
rechtvaardigen,
wier uitverkoren werken de Heer der Geesten aanhangen,
en het licht zal schijnen over de rechtvaardigen en de uitverkorenen die op de
aarde verblijven;
Waar zal dan de verblijfplaats der zondaars zijn,
en waar de rustplaats van hen die de Heer der Geesten verworpen hebben?
Het zou beter voor hen geweest zijn indien zij nooit geboren waren.
3. Wanneer de geheimen der rechtvaardigen geopenbaard zullen worden en de
zondaars veroordeeld,
en de goddelozen verdreven vanuit het midden der rechtvaardigen en
uitverkorenen;
4. Vanaf die tijd zullen degenen die de aarde in bezit hebben nie t langer machtig
en verheven zijn,
en zij zullen niet in staat zijn het aangezicht van de heilige te aanschouwen.
Want de Heer der Geesten heeft zijn licht laten schijnen,
op het aangezicht van de heilige, de rechtvaardige, en de uitverkorene.
5. Dan zullen de koningen en de machthebbers vergaan,
en in handen van de rechtvaardige en heilige gegeven worden.
En van dan af aan zal geen (van hen) nog voor zichzelf genade (kunnen)
zoeken bij de Heer der Geesten,
omdat er een eind aan hun leven is gekomen.
Hoofdstuk 39
1 En het (geschiedde) in die dagen dat er bevoorrechte en geheiligde kinderen uit de
2 hoge hemel (kwamen), en hun zaad werd één met dat der mensenkinderen. En in
die dagen ontving Henoch berichten van drift en toorn, en berichten van onrust en
uitzinnigheid. “En het zal hen niet toegestaan worden genade te verkrijgen”, zei de
Heer der Geesten.
3. En in die dagen droeg een wervelwind mij van de aarde omhoog,
en zette mij neer aan het einde der hemelen.
4. En daar zag ik een ander visioen,
de verblijfplaats van de Heilige,
en de rustplaatsen der rechtvaardigen.
Hier zagen mijn ogen hun verblijven bij Zijn rechtvaardige engelen,
en hun rustplaatsen bij de Heilige.
5. En zij smeekten en bemiddelden en baden voor de mensenkinderen,
en voor hen vloeide rechtvaardigheid als water,
en genade als de dauw over de aarde:
zo is dit in hun midden voor altijd en eeuwig.
6. En op die plaats zagen mijn ogen dé Uitverkorene in zijn rechtvaardigheid en
geloof,
en ik zag zijn verblijfplaats onder de vleugels van de Heer der Geesten.
En rechtvaardigheid zal in zijn dagen overheersen,
en van de rechtvaardigen en uitverkorenen zullen er ontelbaar velen voor
Hem staan voor altijd en eeuwig .
7. En al de rechtvaardigen en uitverkorenen zullen in zijn aanschijn sterk als
vlammende lichten zijn,
en hun monden zullen vol zegeningen zijn.
En hun lippen prijzen de naam van de Heer der Geesten,
en aan rechtvaardigheid zal het in zijn aanschijn nooit ontbreken.
8. Daar wenste ik te verblijven,
en mijn geest verlangde naar die verblijfplaats:
En voordien is daar mijn deel al geweest,
want zo is het aangaande mij tot stand gebracht in het aanschijn van de Heer
der Geesten.
9 In die dagen loofde en prijsde ik de naam van de Heer der Geesten met zegeningen
en lofprijzingen, omdat Hij mij bestemd had voor zegen en glorie overeenkomstig
het welbehagen van de Heer de Geesten. 10 Voor een lange tijd beschouwden mijn
ogen die plaats, en ik zegende Hem en loofde Hem, zeggende: “Gezegend is Hij, en
moge Hij gezegend worden vanaf het begin en voor altijd nadien. 11 En er komt voor
Hem geen einde. Hij weet al voordat de wereld geschapen werd wat er voor eeuwig
is en wat er 12 van generatie tot generatie zal zijn. Zij die nooit slapen zegenen U: zij
staan voor Uw glorie en zegenen, loven, en prijzen U, zeggende: ‘Heilig, heilig,
heilig, is de Heer der Geesten: Hij vult de aarde met geesten.'” 13 En hier zagen mijn
ogen al diegenen die nooit slapen: zij staan voor Hem en zegenen en zeggen:
“Gezegend zijt Gij, en gezegend is de naam van de Heer voor altijd en eeuwig”. En
mijn zicht werd veranderd, want ik kon hen niet langer meer aanschouwen.
Hoofdstuk 40
1 En daarna zag ik duizende duizenden en tienduizend maal tienduizenden, ik zag
een menigte die niet te tellen of in te schatten was, en die stond voor de Heer der
Geesten. 2 En aan de vier zijden van de Heer der Geesten zag ik vier wezens,
verschillend van diegenen die nooit slapen, en ik leerde hun namen: want de engel
die mij begeleidde maakte mij hun namen bekend, en toonde mij al de verborgen
dingen. 3 En ik hoorde de stemmen van die vier wezens toen zij lofprijzingen uitten
voor de Heer der glorie. 4 De eerste stem zegent de Heer der Geesten voor altijd en
eeuwig. 5 En de tweede stem hoorde ik dé Uitverkorene zegenen en de uitverkorenen
die de Heer der Geesten aanhangen. 6 En de derde stem hoorde ik bidden en
bemiddelen voor degenen die op aarde verblijven en verzoeken doen in naam van de
Heer der Geesten. 7 En ik hoorde de vierde stem de Satans afweren en hen verbieden
om voor de Heer der Geesten te komen 8 om degenen die op aarde verblijven te
beschuldigen. Daarna vroeg ik de engel van vrede die mij begeleidde, die mij alle
verborgen dingen toonde: “Wie zijn deze vier wezens die ik gezien heb 9 en wier
woorden ik gehoord en op schrift gesteld heb?” En hij zei tot mij: “De eerste is
Michaël, de barmhartige en langdurig beproefde: en de tweede, die aangesteld is over
alle kwalen en alle verwondingen van de mensenkinderen, is Rafaël: en de derde, die
aangesteld is over alle machten, is Gabriël: en de vierde, die is aangesteld over het
berouw dat tot hoop leidt voor degenen die eeuwig leven beërven, wordt Fanuël
genoemd”. 10 En dezen zijn de vier engelen van de Heer der Geesten en de vier
stemmen die ik in die dagen hoorde.
Hoofdstuk 41
1 En daarna zag ik al de geheimen van de hemelen, en hoe het koninkrijk is
onderverdeeld, en hoe de daden van mensen op een weegschaal gewogen worden. 2
En daar zag ik de woonplaatsen van de uitverkorene en de woonplaatsen van de
heilige, en mijn ogen zagen hoe daar al de zondaars vandaan verdreven worden, die
de naam van de Heer der Geesten verwerpen en weggesleept worden: en zij konden
er geen leefplaats verkrijgen vanwege de bestraffing die van de Heer der Geesten
uitgaat. 3 En daar zagen mijn ogen de geheimen van de bliksem en van de donder, en
de geheimen van de winden, hoe die zich splitsen om over de aarde te blazen, en de
geheimen van de wolken en de dauw, en daar zag ik 4 waar vandaan ze op die plaats
uitgaan en waar vandaan ze de stoffelijke aarde verzadigen. En daar zag ik gesloten
kamers van waaruit de winden zich splitsen, de kamer van de hagel en winden, de
kamer van de mist en van de wolken, en het wolkendek daarvan zweeft over de aarde
uit vanaf het 5 begin van de wereld. En ik zag de kamers van de zon en maan, waar
zij vanuit gaan en waarnaar zij terugkomen, en hun glorierijke terugkeer, en hoe de
ene uitmunt boven de andere, en de omloopbaan van hun standplaats, en hoe zij hun
omloopbaan niet verlaten, en zij breiden hun omloopbaan niet uit en zij krimpen hun
omloopbaan niet in, en zij vertrouwen op elkaar in overeenstemming met de eed
waardoor zij 6 aan elkaar gebonden zijn. En eerst gaat de zon op weg en doorkruist
zijn baan overeenkomstig het gebod van de Heer der Geesten, en oppermachtig is
Zijn naam voor altijd en eeuwig. 7 En daarna zag ik het verborgen en het zichtbare
pad van de maan, en zij voltooit de baan van haar pad op die plaats bij dag en bij
nacht, de ene aan de andere een tegengestelde positie in acht nemend voor de Heer
der Geesten.
8. En zij danken en prijzen en rusten niet;
want dank te betuigen is de rust voor hen.
Omdat de zon meermaals verandert tot een zegen of een vloek,
en de baan van het pad van de maan licht is voor de rechtvaardigen,
maar duisternis voor de zondaars in naam van de Heer,
Die een scheiding heeft gemaakt tussen het licht en de duisternis,
en die de geesten der mensen verdeelde,
en de geesten van de rechtvaardigen sterkte,
in naam van Zijn rechtvaardigheid.
9 Want geen engel verijdelt en geen macht is in staat te verijdelen; want Hij stelt een
rechter aan over hen allen en Hij oordeelt allen in zijn aanschijn.
Hoofdstuk 42
1. Wijsheid vond niet de plaats waar zij kon verblijven,
waarna haar een verblijfplaats werd toegewezen in de hemelen.
2. Wijsheid ging weg om haar verblijf onder de mensenkinderen te maken,
en vond er geen verblijfplaats.
Wijsheid keerde terug naar haar plaats,
en nam haar plaats tussen de engelen.
3. En onrechtvaardigheid ging weg uit haar kamers.
Die ze niet zocht vond ze,
en verbleef bij hen;
Als regen in een woestijn,
en dauw in een dor land.
Hoofdstuk 43
1 En ik zag andere lichtschijnselen en de sterren van de hemel, en ik zag hoe Hij hen
allen bij hun naam riep 2 en zij luisterden naar Hem. En ik zag hoe zij in een eerlijke
weegschaal gewogen werden naar de omvang van hun licht. (Ik zag) hun
ruimtespanne en de dag van hun opkomst, en hoe hun omwenteling een lichtschijnsel
veroorzaakt. En (ik zag) hun omwentelingen overeenkomstig 3 het aantal engelen, en
hoe zij op elkaar blijven vertrouwen. En ik vroeg de engel die mij begeleidde, 4 die
mij toonde wat verborgen was: “Wat zijn deze?” En hij zei tot mij: “De Heer der
Geesten heeft aan u hun figuurlijke betekenis getoond: deze zijn de namen van de
heiligen die op de aarde verblijven en geloof tonen in de naam van de Heer der
Geesten voor altijd en eeuwig”.
Hoofdstuk 44
En ik zag een andere bijzonderheid met betrekking tot de lichtschijnselen: hoe enkele
van de sterren opkomen en lichtschijnselen worden, en niet in hun nieuwe gedaante
verder kunnen gaan.
Hoofdstuk 45
1 En dit is de tweede gelijkenis betreffende degenen die de aanwezigheid van de
heiligen en de naam van de Heer der Geesten verwerpen.
2. En naar de hemel zullen zij niet opstijgen,
en op aarde zullen zij niet blijven:
zo zal het lot zijn van de zondaars,
die de naam van de Heer der Geesten verworpen hebben,
en die daarom bewaard worden voor de dag van beproeving en verdrukking.
3. Op die dag zal Mijn Uitverkorene op de troon van glorie zitten,
en zal hun werken onderzoeken.
En voor degenen die Mijn glorierijke naam hebben aangeroepen:
er zullen ontelbare plaatsen van rust voor hen zijn.
4. En hun zielen zullen zich sterken in hen wanneer zij mijn uitverkorenen zien:
dan zal Ik mijn Uitverkorene onder hen laten verblijven.
5. En Ik zal de hemel veranderen en tot een eeuwige zegen en tot licht maken,
en Ik zal de aarde veranderen en tot een zegen maken:
en Ik zal mijn uitverkorenen erop laten verblijven,
maar de zondaars en kwaaddoeners zullen er hun voet niet op zetten.
6. Want Ik heb mijn rechtvaardigen voorzien van en vervuld met vrede,
en hen voor mijn aangezicht laten verblijven.
Maar voor de zondaars dreigt er een van Mij afkomstig oordeel,
zodat Ik hen zal vernietigen van het oppervlak der aarde.
Hoofdstuk 46
1 En daar zag ik Een die een hoofd van dagen had, en Zijn hoofd was wit als wol. En
bij Hem was een ander wezen, wiens gelaat het uiterlijk van een mens had, en zijn
gezicht was vol van goedgunstigheid, zoals die van de heilige engelen. 2 En ik vroeg
aan de engel die mij begeleidde en mij alle verborgen dingen toonde, aangaande die
Zoon des Mensen, wie hij was, waar hij vandaan kwam, en waarom hij de Hoofd van
Dagen vergezelde? 3 En hij antwoordde en zei tegen mij: dit is de Zoon des Mensen
die rechtvaardigheid heeft, bij wie rechtvaardigheid verblijft, en die alle schatten van
wat verborgen is openbaart. Want de Heer der Geesten heeft hem verkozen, en zijn
deel heeft de voorkeur voor de Heer der Geesten in oprechtheid voor eeuwig.
4. En deze Zoon des Mensen die gij gezien hebt,
zal de koningen en de machthebbers van hun zetels doen opstaan,
en zal de regeringen der geweldenaren ontbinden,
en de tanden der zondaars breken.
5. Omdat zij Hem niet verheerlijken en lofprijzen,
en evenmin nederig erkennen uit welke bron hen een koninkrijk was
toebedeeld.
En hij zal de vermelding van de geweldenaren omlaag halen,
en zal hen van schaamte vervullen.
6. En duisternis zal hun verblijfplaats zijn,
en wormen zullen een bed voor hen zijn.
En zij zullen niet de hoop verkrijge n om van hun bed op te staan,
omdat zij de naam van de Heer der Geesten niet verheerlijken.
7. En dezen zijn degenen die zich een oordeel over de sterren van de hemel
aanmeten,
en hun handen tegen de Allerhoogste verheffen,
en de aarde waar zij op verblijven vertreden.
En al hun daden spreiden onrechtvaardigheid ten toon,
en hun macht berust op hun rijkdom,
en hun geloof is bij de goden die zij met hun eigen handen gemaakt hebben.
8. En zij verwerpen de naam van de Heer der Geesten,
en zij vervolgen de huizen van zijn gemeenten,
en de getrouwen die de naam van de Heer der Geesten aanhangen.
Hoofdstuk 47
1 En in die dagen zal het gebed van de rechtvaardigen omhoog zijn gestegen en (zal)
het bloed van de rechtvaardige vanuit de aarde tot de Heer der Geesten (hebben
geroepen). 2 In die dagen zullen de heiligen die boven in de hemel verblijven zich in
één stem verenigen, en smeken en bidden, en danken en de naam van de heer der
Geesten zegenen, ten behoeve van het bloed van de rechtvaardigen dat vergoten is,
en opdat het gebed van de rechtvaardigen niet tevergeefs was voor de Heer der
Geesten, opdat hen recht gedaan moge worden en zij niet voor altijd hoeven te lijden.
3 In die dagen zag ik de Hoofd van Dagen toen Hij op de troon van zijn glorie ging
zitten, en de boeken van de levenden werden voor hem geopend, en heel zijn
legerschare die in de hemel boven is en al zijn raadslieden stonden voor hem. En de
harten van de heiligen werden met vreugde vervuld, omdat het (volledig) aantal
rechtvaardigen geofferd was, en het gebed van de rechtvaardigen gehoord was, en het
bloed van de rechtvaardigen (gesproken had) voor de Heer der Geesten.
Hoofdstuk 48
1 En op die plaats zag ik de bron der rechtvaardigheid, die onuitputtelijk was. En er
omheen waren vele bronnen va n wijsheid. En alle dorstigen dronken ervan en
werden met wijsheid vervuld. En hun omgang was met de rechtvaardige, de heilige
en de uitverkorene. 2 En in dat uur werd er aan de Zoon des Mensen een naam
toegekend in de aanwezigheid van de Heer der Geesten; zijn naam voor het aanschijn
van de Hoofd van Dagen.
3. Ja, voordat de zon en de tekenen werden geschapen,
voordat de sterren van de hemel gemaakt werden,
werd hem een naam toegekend voor de Heer der Geesten.
4. Hij zal een staf zijn voor de rechtvaardigen, waarop zij kunnen leunen om
niet te vallen.
En hij zal het licht der natiën zijn,
en de hoop voor hen die verontrust zijn in hun hart.
5. En die op aarde verblijven zullen neerbuigen en voor hem aanbidden,
en zullen met zang de Heer der Geesten prijzen en zegenen en vieren.
6. En om deze reden werd hij verkozen en vanwege Hem verborgen,
voordat de wereld geschapen werd, voordat de tijd er was.
7. En door de wijsheid van de Heer der Geesten is hij geopenbaard aan de
heilige en rechtvaardige;
Want Hij heeft hun deel voor de rechtvaardigen bewaard,
omdat zij deze wereld van onrechtvaardigheid hebben gehaat en veracht,
en al haar werken en wegen hebben gehaat, in de naam van de Heer der
Geesten.
Want in zijn naam worden zij gered,
en naar zijn welbehagen zal alles zich ten aanzien van hun leven voltrekken.
8. In die dagen zal de vermelding van de koningen der aarde omlaag gehaald
worden,
tesamen met de geweldenaren die het land bezitten vanwege de sterkte van
hun hand.
Want op de dag van hun smart en kwelling zullen zij niet in staat zijn zich te
redden.
En ik zal hen in handen geven van mijn uitverkorene,
als stro in het vuur zullen zij branden voor het aangezicht van de heilige,
als lood in het water zullen zij zinken voor het aangezicht van de
rechtvaardige,
en er zal nooit meer enig spoor van hen gevonden worden.
9. En op de dag van hun ellende zal er rust voor de aarde zijn,
en zij zullen hen zien vallen en niet wederom zien opstaan.
Want zij hebben de Heer der Geesten en zijn Gezalfde verworpen.
Moge de naam van de Heer der Geesten gezegend worden.
Hoofdstuk 49
1. Want wijsheid wordt als water uitgegoten,
en zijn heerlijkheid zal nooit meer falen.
2. Want hij is machtig in alle geheimen der rechtvaardigheid.
En onrechtvaardigheid zal als een schaduw verdwijnen,
en geen vervolg meer hebben.
Want dé Uitverkorene staat voor de Heer der Geesten.
en zijn glorie is voor altijd en eeuwig,
en zijn macht tot in alle generaties.
3. En in hem verblijft de geest van wijsheid,
en de geest die inzicht verschaft,
en de geest van begrip en van macht,
en de geest van hen die in rechtvaardigheid ontslapen zijn.
4. En hij zal de verborgen dingen oordelen,
en niemand zal voor zijn aangezicht een leugenachtig woord kunnen uiten.
Want hij is dé Uitverkorene voor de Heer der Geesten, overeenkomstig zijn
welbehagen.
Hoofdstuk 50
1. En in die dagen zal er een verandering voor de heilige en uitverkore
plaatsvinden,
en het licht van dagen zal bij hen verblijven.
En glorie en eer zal zich naar de heilige wenden,
op de dag van beroering waarop kwaad zich zal hebben opgespaard tegen de
zondaars.
2. En de rechtvaardigen zullen zegevieren in naam van de Heer der Geesten,
en hij zal de anderen er getuige van doen zijn,
opdat zij berouw mogen hebben,
en afstand mogen nemen van de werken van hun handen.
3. Zij zullen in de naam van de Heer der Geesten niet geëerd worden,
toch zullen zij door Zijn naam gered worden.
En de Heer der Geesten zal medelijden met hen hebben,
want zijn mededogen is groot.
4. En ook is Hij rechtvaardig in zijn oordeel,
en in de aanwezigheid van zijn glorie zal onrechtvaardigheid zich niet kunnen
handhaven.
5. Door zijn oordeel zal de onberouwvolle voor zijn aanschijn verdwijnen,
en Ik zal van dan af aan geen genade meer met hen hebben, zegt de Heer der
Geesten.
Hoofdstuk 51
1. En in die dagen zal de aarde datgene teruggeven wat aan haar is
toevertrouwd,
en ook sjeool zal hetgene teruggeven dat zij ontvangen heeft,
en tartarus zal hetgene teruggeven dat zij bezit.
2. Want in die dagen zal de Uitverkorene opstaan,
en hij zal de rechtvaardigen en heiligen onder hen uitkiezen,
want de dag is nabij gekomen dat zij gered moeten worden.
3. En in die dagen zal de Uitverkorene op Mijn troon zitten,
En zijn mond zal alle geheimen van wijsheid en raad naar voren brengen;
want de Heer der Geesten heeft hem dat toebedeeld en heeft hem verheerlijkt.
4. En in die dagen zullen de bergen opspringen als rammen,
en ook de heuvels zullen huppelen als lammeren voldaan van melk,
en de gezichten van de engelen in de hemel zullen met vreugde oplichten.
5. En de aarde zal zich verheugen,
en de rechtvaardigen zullen er verblijven,
en de uitverkorenen zullen er op wandelen.
Hoofdstuk 52
1 En na die dagen op die plaats waar ik alle visioenen gezien had van wat verborgen
is 2 – want ik was door een wervelwind weggedragen en naar het Westen gevoerd –
zagen mijn ogen daar al de geheime dingen van de hemel die er moeten komen: een
berg van ijzer, en een berg van koper, en een berg van zilver, en een berg van goud,
en een berg van zacht metaal, en een berg van lood. 3 En ik vroeg aan de engel die
mij begeleidde, zeggende: “Wat zijn deze dingen die ik in het geheim gezien heb?” 4
En hij zei tot mij: “Al deze dingen die gij gezien hebt zullen in dienst staan van de
heerschappij van Zijn Gezalfde, zodat hij invloedrijk en machtig zal zijn op de
aarde”. 5 En die engel van vrede antwoordde, mij zeggende: “Wacht nog even, en er
zullen aan u alle geheimen geopenbaard worden, die de Heer der Geesten omgeven –
6. En deze bergen die uw ogen gezien hebben,
de berg van ijzer, en de berg van koper, en de berg van zilver,
en de berg van goud, en de berg van zacht metaal, en de berg van lood;
Deze zullen alle in de aanwezigheid van de Uitverkorene,
zijn als was (dat wegsmelt) voor het vuur,
en als het water dat va n bovenaf wegspoelt,
en zij zullen machteloos onder zijn voeten komen.
7. En in die dagen zal het geschieden dat geen ervan gered zal worden,
niet door het goud, en evenmin door het zilver.
En geen zal kunnen ontsnappen.
8. En er zal geen ijzer voor het oorlogvoeren zijn,
evenmin zal iemand zich met een borstplaat kunnen bekleden.
Brons zal nutteloos blijken,
en tin zal niet meer bruikbaar worden geacht,
en aan lood zal men geen behoefte meer hebben.
9. En al deze dingen zullen van het oppervlak der aarde vernietigd (en
weggedaan) worden,
wanneer de Uitverkorene zal verschijnen voor het aangezicht van de Heer der
Geesten”.
Hoofdstuk 53
1 Daar zagen mijn ogen een diepe vallei met open toegangen, en allen die op de
aarde en op zee en op de eilanden verblijven zullen hem giften en gaven en
gedenktekens brengen, maar die diepe vallei zal niet vol raken.
2. En hun handen begaan wetteloze daden,
en de zondaars verslinden allen die zij wetteloos onderdrukken;
Toch zullen de zondaars vernietigd worden voor het aangezicht van de Heer
der Geesten,
en zij zullen van het oppervlak der aarde verbannen worden,
en zij zullen voor altijd en eeuwig vergaan.
3 Want daar zag ik alle engelen der bestraffing aanwezig en alle instrumenten van
Satan in gereedheid brengen. 4 En ik vroeg aan de engel van vrede die mij
begeleidde: “Voor wie zijn zij deze instrumenten aan het toebereiden?” 5 En hij zei
tot mij: “Zij bereiden deze voor de koningen en machtigen der aarde, zodat die
erdoor vernietigd kunnen worden. 6 En daarna zal de Rechtvaardige Uitverkorene het
huis van zijn gemeente doen opkomen: van dan af aan zullen zij niet meer
tegengestaan worden uit naam van de Heer der Geesten.
7. En deze bergen zullen voor zijn rechtvaardigheid niet in stand blijven gelijk
de aarde,
maar de heuvels zullen als een waterfontein worden,
en de rechtvaardigen zullen rust vinden van de onderdrukking der zondaars”.
Hoofdstuk 54
1 En ik keek en wendde mij tot een ander deel van de aarde, en zag daar een diepe
vallei met brandend vuur. 2 En zij brachten de koningen en de machtigen en
begonnen hen in deze diepe vallei te werpen. 3 En daar zagen mijn ogen hoe zij hier
hun instrumenten maakten: ijzeren ketenen van een onmetelijk gewicht. 4 En ik
vroeg aan de engel van vrede die mij begeleidde, zeggende: “Voor wie worden deze
ketenen bereid?” 5 En hij zei tegen mij: “Deze worden gereed gemaakt voor de
heerscharen van Azazel, zodat zij hen gevangen kunnen nemen en in de afgrond van
volledige vervloeking kunnen werpen, en zij zullen hun klauwen met ruwe stenen
bedekken, zoals de Heer der Geesten het bevolen heeft. 6 En Michaël en Gabriël en
Rafaël en Fanuël zullen hen gevangen nemen op de grote dag, en hen op die dag in
de brandende oven werpen, zodat de Heer der Geesten wraak over hen kan
uitoefenen voor hun onrechtvaardigheid, omdat zij zich aan Satan hebben
onderworpen en degenen die op aarde verblijven hebben doen afdwalen. 7 En in die
dagen zal de bestraffing door de Heer der Geesten komen, en Hij zal alle kamers met
water openen, die boven het uitspansel zijn, en die beneden het aardoppervlak zijn. 8
En alle wateren zullen met de wateren verenigd worden: dat wat boven het uitspansel
staat vormt het mannelijke, 9 en het water dat onder het oppervlak is vormt het
vrouwelijke. En zij zullen allen vernietige n die 10 op aarde verblijven en die onder
de uiteinden van het firmament verblijven. En wanneer zij de onrechtvaardigheid die
zij op aarde bedreven hebben onder ogen hebben gezien, dan zullen zij daarmee
vergaan.
Hoofdstuk 55
1 En daarna kreeg de Hoofd va n Dagen spijt en zei: “Tevergeefs heb ik allen die op
aarde verblijven vernietigd”. 2 En hij zwoer bij Zijn grote naam: “Van nu af aan zal
ik allen die op aarde verblijven iets dergelijks niet meer aandoen, en ik zal een teken
aan de hemel zetten; en dit zal voor alle tijden tot een verzoek om goede wil tussen
Mij en hen dienen, zolang als het firmament boven de aarde staat. En dit is
overeenkomstig Mijn bevel. 3 Wanneer ik besloten heb om hen gevangen te nemen,
door de hand van de engelen op de dag der verdrukking en de smart die er het gevolg
van is, zal ik Mijn tuchtiging en Mijn wraak op hen doen neerkomen, zegt God, de
Heer der Geesten. 4 Gij machtige koningen die op aarde verblijft, gij zult Mijn
Uitverkorene moeten aanschouwen; hoe hij, in de naam van de Heer der Geesten, op
de troon van glorie zal zitten, en Azazel zal oordelen, en al zijn metgezellen, en al
zijn heerscharen”.
Hoofdstuk 56
1 En daar zag ik de scharen engelen der bestraffing uitgaan, en zij hielden knevels en
kettingen van ijzer en brons vast. 2 En ik vroeg aan de engel van vrede die mij
begeleidde, zeggende: “Naar wie gaan dezen, die de knevels vasthouden?” En hij zei
tegen mij: “Naar degenen die zij verkiezen en liefhebben, opdat zij in de kloof van de
afgrond van de vallei geworpen mogen worden”.
4. En dan zal de vallei gevuld worden met hun verkozenen en geliefden,
en de dagen van hun levens zullen aan een einde zijn gekomen,
en de dagen dat zij tot dwaling leiden zullen van dan af aan ophouden.
5. En in die dagen zullen de engelen terugkeren,
en zich naar het oosten op de Parten en Meden storten:
Zij zullen de koningen in beroering brengen,
zodat er een grote onrust over hen zal komen,
en zij zullen hen van hun tronen doen opstaan,
opdat zij mogen uitbreken als leeuwen vanuit hun leger,
en als hongerige wolven onder hun kudden.
6. En zij zullen opgaan en het land van Zijn uitverkorenen onder voeten treden,
en het land van Zijn uitverkorenen zal voor hen een dorsvloer en een
hoofdweg zijn;
7. Maar de stad van mijn rechtvaardigen zal een opstakel voor hun paarden
vormen,
en zij zullen een onderlinge strijd aangaan,
en hun rechterhand zal zich in sterkte tegen henzelf keren.
En een man zal zijn broer niet willen kennen,
noch een zoon zijn vader of zijn moeder,
totdat de lichamen va n hun verslagenen niet meer te tellen zijn,
en hun bestraffing niet tevergeefs zal zijn.
En aan hun vernietiging zal een einde zijn gekomen;
sjeool zal de zondaars verslinden in de aanwezigheid van de uitverkorenen”.
Hoofdstuk 57
1 En hierna geschiedde het dat ik een ander leger zag, een van wagens, en hun
berijders, 2 die met de stormen meekwamen, vanuit het Oosten, en vanuit het Westen
en het Zuiden. En het lawaai van hun wagens werd gehoord. En toen dit rumoer
plaats vond, werd het opgemerkt door de heiligen van de hemelen, en werden de
zuilen van de aarde van hun plaats gezet, en het geluid daarvan 3 werd nog op
dezelfde dag van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere uiteinde gehoord.
En zij zullen allen neervallen en de Heer der Geesten aanbidden. En dit is het einde
van de tweede gelijkenis.

DE TIENDEN GEVEN OF NIET

 

 

 

 

GODS BRIL

 

Sommige predikers willen ons laten geloven dat we rijk door de Here gezegend zullen worden als we maar trouw onze tienden geven. Velen doen dat ook, elke maand. Anderen voelen zich erdoor gemanipuleerd. De grote vraag is wat de Bijbel ons hierover zegt. Een zoektocht.

In Genesis 14 lezen we voor het eerst tienden. Nadat Abraham Lot had bevrijd en Kedor-Laomer en een aantal andere koningen had overwonnen, ontmoette hij Melchizedek, een priester van God. Melchizedek zegende Abraham en vervolgens schonk Abraham hem een tiende deel van de buit.
Sommigen baseren op dit gebeuren het geven van tienden. Ten onrechte, naar mijn mening. Je leest maar één keer dat Abraham een tiende geeft en niet van zijn inkomsten, maar van de buit.

In Genesis 28:22 klinken de woorden van Jakob: Van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven.
Je kunt je afvragen aan wie hij dat gegeven zal hebben. Er waren geen geestelijken, er was geen tempel. Misschien gaf hij het aan de armen en offerde hij een deel aan de Here. Opmerkelijk is wel dat het hier niet om een gebod van God gaat, maar om een eed van Jakob aan de Here. Evenmin kun je dus op deze tekst baseren dat je tienden aan de Here moet geven.

In Deuteronomium 14:22-26 staat:
22 Van heel de opbrengst van uw zaad, wat het veld jaar op jaar voortbrengt, moet u getrouw het tiende deel geven.
23 Voor het aangezicht van de HERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen, moet u de tienden van uw koren, van uw nieuwe wijn en van uw olie, en de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee eten, om de HERE, uw God, te leren vrezen, alle dagen.
24 Als de weg voor u te lang is, zodat u dat alles niet kunt meenemen, omdat de plaats die de HERE, uw God, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te vestigen, te ver bij u vandaan is, dan moet u, wanneer de HERE, uw God, u gezegend heeft,
25 het te gelde maken, het geld in een buidel meenemen en naar de plaats gaan die de HERE, uw God, zal uitkiezen.
26 Daar moet u dat geld besteden aan alles wat uw ziel verlangt: runderen en kleinvee, wijn en sterke drank, ja, alles wat uw ziel maar wenst. Dan kunt u daar eten voor het aangezicht van de HERE, uw God, en u verblijden, u en uw gezin.

Dit is een bijzonder gedeelte. Eerst wordt het volk opgedragen elk jaar het tiende deel van de opbrengst te geven, waarmee wordt bedoeld: tien procent van de winst van dat hele jaar. Dus één keer per jaar moet de winst worden bepaald, en van de winst moet dan tien procent worden afgestaan. Dat is heel wat anders dan tien procent van je maandelijkse bruto inkomen, zoals vandaag wel wordt gesteld.

Elke familie moest één keer per jaar naar de tempel in Jeruzalem. Dat was vaak een lange reis. Onderweg hadden ze ook voedsel en drinken nodig. In vers 24-26 wordt toestemming gegeven om een deel van die tien procent die ze af gaan staan, daarvoor te gebruiken. Ze aten en dronken dus van hun eigen tienden, zelfs wijn en sterke drank.

Deuteronomium 14:27-29:
27 Daarbij mag u de Leviet die binnen uw poorten is, niet in de steek laten. Hij heeft immers geen aandeel of erfelijk bezit samen met u.
28 Om de drie jaar moet u alle tienden van uw opbrengst van dat jaar brengen en opslaan binnen uw poorten.
29 Dan kan de Leviet komen – hij heeft immers geen aandeel of erfelijk bezit samen met u – en de vreemdeling, de wees en de weduwe die binnen uw poorten zijn, en kunnen zij eten en verzadigd worden; opdat de HERE, uw God, u zegent in al het werk dat u doet.

Eén keer per drie jaar waren de tienden bestemd voor de plaatselijke levieten en voor de armen in hun stad, voor ondersteuning en opleiding. Dat derde jaar ging er dus niets van de tienden naar de tempel. Deuteronomium 26:12 schrijft dit eveneens voor.

In 2 Kronieken 31 lezen we dat onder Hizkia het volk de tienden bracht naar de priesters en de levieten, zodat die zich konden wijden aan de wet van de Here.

Veel mensen die geloven dat het brengen van de tienden ook vandaag nog geldt voor de gelovigen uit de volken, wijzen op Maleachi 3: 8-11:
8 Zou een mens God beroven?
Werkelijk, u berooft Mij!
En dan zegt u: Waarvan beroven wij U?
Van de tienden en het hefoffer!
9 U bent door de vloek getroffen,
omdat u Mij berooft,
als volk in zijn geheel.
10 Breng al de tienden
naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is.
Beproef Mij toch hierin,
zegt de HERE van de legermachten,
of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen,

en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.
11 Ik zal ter wille van u de kaalvreter bestraffen,
zodat hij de vrucht van de aardbodem bij u niet te gronde richt,
en de wijnstok op het veld bij u niet zonder vrucht zal blijven,
zegt de HERE van de legermachten.

Wie het niet doet, zou God beroven. ‘Beproef de Here maar, test het maar uit en u zult zien dat de Here het zal zegenen.’

Is dit de betekenis van deze Bijbelverzen voor ons? Als u gaat lezen in Deuteronomium 12:28, Deuteronomium 28:1-6 en Leviticus 26 zult u zien dat de Here het volk Israel Zijn zegen toezegt als ze Zijn wetten en geboden houden.
Wie deze weg gaat, stelt zich onder de wet. Dan moet je de hele wet gaan houden, maar door het houden van de wet kan geen mens gered worden.

We gaan naar het Nieuwe Testament. De enige keer dat de tienden ter sprake komen, is in Mattheus 23:23 en 24:
23 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.
24 Blinde leiders, die de mug uitzift maar de kameel doorslikt.

De Here Jezus noemt hier de Schriftgeleerden en de Farizeeën huichelaars. Zij geven hun tienden, terwijl ze het belangrijkste van de wet nalaten. Het zijn blinde leiders, wel muggenziften over het geven van tienden, maar het geloof, de barmhartigheid en het recht nalaten.

In de vroege Kerk was het zeker geen regel om tienden te geven. Dat ontstond pas aan het einde van de zesde eeuw. Nergens in het Nieuwe Testament lees je dat de gelovigen hun tienden gaven. Geen enkele apostel vraagt om de tienden.
Dit houdt niet in dat we niet zullen geven aan het werk in Gods Koninkrijk, integendeel. Daarover straks meer.

Heel bekend zijn de woorden in 2 Korinthe 9:6 en 7:
6 En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.
7 Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.

Het gaat om de gesteldheid van ons hart in het geven. Geef niet met tegenzin.
Vers 7 zegt het zo mooi: God heeft de blijmoedige gever lief. Daar verheugt Hij Zich in.

Luister ook naar Spreuken 3:9 en 10:
9 Vereer de HERE met je bezit,
met de eerstelingen van heel je opbrengst,
10 dan zullen je schuren gevuld worden met overvloed
en je perskuipen overlopen van nieuwe wijn.

Geef het beste aan de Here. Daar zal Hij Zijn zegen over geven.

In 1 Korinthe 9:14 staat dat de Here met het oog op hen die het Evangelie verkondigen, heeft opgedragen dat zij van het Evangelie leven. Toch zegt Paulus dan in het volgende vers: Ik heb hiervan echter geen gebruik gemaakt.
Hij had hier om de tienden kunnen vragen, maar hij doet het niet, opdat de Korintiërs niet zouden kunnen zeggen dat hij hun het Evangelie bracht om er zelf beter van te worden.

Toch werd hij wel financieel ondersteund, door de gemeente van Filippi. Filippenzen 4:16 zegt: ‘Want ook in Thessalonica hebt u mij een- en andermaal iets gestuurd voor wat ik nodig had.
Dat levert vrucht op, namelijk op uw rekening, uw hemelse rekening, zegt hij in het volgende vers. En daarna nog in vers 19: Mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.

Het gaat er dus om dat we blijmoedig geven, en tegelijk niet bijhouden of we al tien procent hebben gegeven. Dat kan ook niet, als we Mattheus 6:1-4 serieus nemen.
1 Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
2 Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de synagogen en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al.
3 Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet,
4 zodat uw liefdegave in het verborgene zal zijn; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Wie zijn linkerhand niet laat weten wat zijn rechterhand doet (vers 4), houdt ook niet bij hoever hij of zij al is.

Het gaat niet om tien procent! Om hoeveel dan wel? Om alles! Honderd procent. Daar schrikt u misschien van. De Here wil ons leren om alles, heel ons leven, onze tijd, onze bezittingen, alles aan Hem te geven. Alles is immers van Hem. Haggaï 2:9 zegt het zo: ‘Van Mij is het zilver en van Mij is het goud, spreekt de HERE van de legermachten.’
In Job 41:2 lezen we: ‘Wat onder heel de hemel is, is van Mij.’

Lucas 14:33 zegt: Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn.
Denk ook eens aan de ontmoeting van de Here Jezus met die rijke jongeman. Deze man kwam bij de Here Jezus en zei dat hij alle geboden onderhield. Zeker gaf hij ook zijn tienden. En wat zegt de Here Jezus tegen hem als hij vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te beërven? Verkoop al wat u hebt en deel het uit onder de armen en u zult een schat hebben in de hemel. En kom dan en volg Mij (Lucas 18:22).

Door tienden te geven, kun je die 90 procent voor jezelf houden. De Here Jezus zegt echter: Verkoop alles wat u hebt. Laat het los. Geldzucht kan je afgod worden die je in zijn greep kan krijgen. ‘Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken’(1 Timotheüs 6:10).
Het zijn de welvaartspredikers die zeggen: ‘Zaai 10 procent van je inkomen in dit deel van Gods Koninkrijk. Het is als het ware Gods investeringsfonds. Het rendement zal groot zijn, Hij zal je rijk zegenen.’

Zo’n boodschap is manipulatie. Zo spreekt het Woord van God niet. Jazeker, Hij zegt Zijn zegen toe, maar dat is geen garantie voor voorspoed en welvaart. Maar wel de vrede van God, Zijn zegen, Zijn aanwezigheid, eeuwig leven. Dat is toch oneindig veel rijker!
‘Here, hier is mijn leven, mijn alles, het is voor U. Leidt U me maar hoe ik om mag gaan met wat U hebt gegeven en leert U me hoe ik blijmoedig mag geven.’

Bron: Dirk van Genderen

DANKBAARHEID

clip_image001

clip_image003

1 Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: 2 want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar……..2 Tim.3

Wanneer wij even kijken in het hedendaags leven, dan kunnen wij vaststellen dat opnieuw de Bijbel groot gelijk heeft. De Bijbel profeteert dat in de eindtijd “ondankbaarheid” een hoogtepunt zal treffen, net zoals wij zien dat records in het klimaat werden en worden vastgesteld.

Vele ongelovigen zullen nu opmerken dat dit altijd zo is geweest. Inderdaad ondankbaarheid is niet nieuws onder de zon, maar ongelovigen zijn profetisch blind. Doch vandaag stijgt die grote ondankbaarheid naar een toppunt, zoals God het liet opschrijven! God liegt niet!

Wij nemen echter de tijden, toen Jezus, de zoon van God op aarde wandelde en de mensen licht bracht in hun onwetendheid, en wilde aantonen dat Hij God was in de ogen van mensen!

12 En toen Hij een zeker dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatse mannen tegemoet, die op een afstand bleven staan. 13 En zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus,

Meester, heb medelijden met ons 14 En Hij zag hen aan en zeide tot hen: Gaat heen,

toont u aan de priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.

15 En een van hen keerde terug, toen hij zag, dat hij genezen was, met luider stem God verheerlijkende, 16 en hij wierp zich op zijn aangezicht voor zijn voeten

om Hem te danken. En dit was een Samaritaan. 17 En Jezus antwoordde en zeide: Zijn niet alle tien rein geworden? Waar zijn de negen anderen?18 Waren er dan geen anderen om terug te keren en God eer te geven, dan deze vreemdeling?

19 En Hij zeide tot hem: Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden. Luk.17

clip_image005In die tijd was melaatsheid een ongeneeslijke ziekte, net als de kanker vandaag. Iedereen welke slachtoffer is geworden van deze ziekte, wil graag genezen worden, en doet alles wat hij kan om genezing te vinden.

Zo riepen hier van op afstand tien melaatsen tot Jezus om verlost te worden van hun ziekte. Jezus was op weg door Samaria naar Galilea en kwam een dorp binnen!

Zo zijn er vandaag duizenden mensen welke bidden om complete of wonderlijke genezing tot Jezus. Jezus luistert wanneer mensen op Hem gaan roepen, ook vandaag!

Hier stellen wij vast dat deze tien zieken in zijn Woord geloofden, en Hem allemaal gehoorzaamden. Ze gelijken sterk op de tien maagden, die gingen ook op weg. Jezus gaf hen de zekerheid of garantie, dat ze in die tijd van opgaan naar de priesters al genezen zouden zijn, doch ze dienden wel op Hem te vertrouwen.

Het tonen aan de priesters, was toen om te bevestigen dat ze werkelijk werden genezen. Na wettig onderzoek konden zij terug in de maatschappij worden opgenomen. Ze hadden al in geen jaren nog hun familie kunnen zien, wat een blijdschap en gejubel bij de thuiskomst.

Les: Wanneer Jezus geneest, is lichamelijke genezing compleet, en mag de wetenschap onderzoek doen.

Die melaatsen zijn een beeld van zondaars, zoals ieder mens in die staat is geboren.Wie Hem gaat aanroepen, en de levensweg gaat bewandelen welke Hij aantoont, zal wonderen ervaren.

Wij menen dat Jezus voor hen een bevestiging wilde van hun reiniging, genezing!

Ze werden in korte tijd genezen, maar dienden stappen te zetten in geloof, bij het opgaan naar de priesters. Deze priesters functioneerden toen als artsen. En bij wie was er dan voldoende echt geloof in Jezus?

17 En Jezus antwoordde en zeide: Zijn niet alle tien rein geworden?

Waar zijn de negen anderen?

18 Waren er dan geen anderen om terug te keren en God eer te geven, dan deze vreemdeling?

Slechts één keerde terug, een Samaritaan, om te danken, negen waren zeer ondankbaar. Samaritanen en Joden stonden met verschillende gedachten aangaande hun geloof, en over de Bijbelboeken welke wel of niet werden gebruikt. Het lijkt er op, zoals christenen onder elkaar, elk met hun eigen denominatie of geloofsbelijdenis.

De andere negen melaatsen werden genezen, maar kwamen niet terug om de Heer te danken. Hun lichamelijk probleem was opgelost en Jezus al vlug vergeten, terug de wereld in, bij familie en oude vrienden!

Hier leren wij dat een wonderlijke genezing geen garantie is voor eeuwig behoud! Ze gelijken op christenen waarbij enkel lichamelijke genezing van belang is. Ze vinden de weg tot Jezus niet voor hun behoudenis!

Belangrijk was de opmerking welke Jezus maakte bij de Samaritaan!

Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden!

Melaatsheid staat in de Bijbel als symbool voor de zonde. De genezing had plaatsgevonden. De dankbare Samaritaan geloofde wel in de almacht van Jezus, en werd genezen. Hij herkende het teken! Het heil is uit de Joden!

Hij keerde terug naar Jezus, met grote dankbaarheid. En getuigde tegen iedereen van zijn wonderlijke genezing. Hij kon opnieuw gaan werken, wat een zegen!

Christenen welke met zekerheid weten dat ze door God werden gerechtvaardigd en vergeven, getuigen daarvan uit grote dankbaarheid, lichamelijk genezen of niet!

De dankbaarheid van de Samaritaan kwam uit zijn hart, was geen schijn, en zo leefde hij verder uit dankbaarheid tot Jezus.

Zo is het ook met iemand die vergeving heeft ontvangen door geloof in Jezus, en van zijn zondig denken werd genezen, hij blijft de rest van zijn leven God danken! Zijn dankbaarheid leeft verder dag aan dag.

Over de ondankbare negen Joden, welke enkel genezen wilden worden, horen wij verder niets meer….Ondankbaarheid aan God brengt onwetendheid en dwaasheid in het denken van de mens! (Rom.1:21) Zo zijn er christenen, welke wonderen in hun leven hebben ervaren, maar toch zijn afgevallen….Je hoort er niets meer van zoals deze negen! Zo dicht bij Jezus geweest en toch verloren!

Dankbaarheid aan Jezus Christus is bij iedere christen zichtbaar!

16 Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, een gemeenschap met het bloed van Christus? Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus? 1 Cor.10

clip_image007Een christen betoont zijn dankbaarheid, bij deelname aan het heilig avondmaal. Hier betoont een Bijbelgetrouw christen zijn dankbaarheid voor wat Jezus voor hem heeft gedaan op Golgotha. Paulus leerde ook de Corinthiers daarvoor dankbaar te zijn. Ook Paulus zelf dankt God voor zijn bediening, zijn apostelschap, welke hij ontving, ondanks gevangenschap, marteling en tenslotte onthoofding! Wat je ook mag doen in de gemeente, het is dankzij de Here, die gedankt mag worden voor die genade.

12 Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, 13 hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. 1.Tim.1

Een christen dankt voor zijn verhoorde gebeden, ook Jezus dankte!

40 Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat gij,indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult? 41 Zij namen dan de steen weg. En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zeide: Vader Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. 42 Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. 43 En na dit gezegd te hebben, riep Hij met luider stem: Lazarus, kom naar buiten! Joh.11

Ook hier geeft Jezus het goede voorbeeld, om te danken voor wat iemand heeft verkregen. Wij kunnen blijdschap ontvangen bij gebeden welke werden verhoord. Doch danken kan vlug worden vergeten, vergeten van danken is ondankbaarheid!

Een bekeringsgebed kan worden verhoord, en hoe dieper de zondaar was weggezonken in deze wereld, hoe dankbaarder hij is, wanneer hij weet dat God hem alles heeft vergeven door Christus!

clip_image009Bidden en danken, gaan hand in hand!

6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

Wij mogen de beloften die God ons doet, opeisen. “petition”. Wij mogen God op Zijn woord nemen, en door geloof Hem al danken. Wij mogen elk probleem bij Hem voorleggen, en uitzien. Het lijkt precies de omgekeerde wereld. Vragen en al danken voor wat God zal doen, inderdaad dat gaat ons petje te boven!

Biblespace

WOORDEN OF DADEN

clip_image001

 

 

clip_image002

 

12 Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, 13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. 14 Doet alles zonder morren of bedenkingen, 15 opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, Fil.2

Paulus Schreef naar de Filippenzen opdat ze hun behoudenis zouden bewerken. Het lijkt me een behoud door eigen werken. Dit kan toch niet de Bijbelse opvatting zijn. Wat bedoelde hij dan wel met het bewerken? Een betere vertaling schrijft: “uitwerken”! Paulus bedoelde het zoals in de Jacobusbrief: Niet alle hoorders van het evangelie zijn daarom ook daders!

19 Weet dit wel, mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn; Jac. 1

Snel om te horen

Wij weten dat het snel zijn om te horen iets spontaans was bij de kinderen. Wat we niet moesten horen, dat hoorde we wel. Wat we wel dienden te horen dat hoorden we niet. Het was de ingesteldheid welke een rol speelde.

Zo is het ook de bedoeling geweest van de apostel Paulus, dat onze ingesteldheid

Tegenover het evangelie positief diende te blijven, bijzonder om te leren.

Wij moeten het woord beleven! Ons ganse leven wordt beïnvloed door wat Gods zegt.

Voorbeeld:

Onrustigheid in het hart van een christen is een teken van klein geloof. Wie tot geloof is gekomen is tot rust gekomen.

28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; Matth.11

Een christen is iemand die snel is geweest om te horen.

Het is het verlangen dat ieder mens tot geloof komt. Snel om de woorden van Jezus te aanvaarden.

Het is belangrijk om te weten hoe men in blijdschap kan leven, met een geweldige toekomst!

2 Toen bracht de priester Ezra de wet voor de gemeente, zowel mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de zevende maand.

3 En hij las daaruit voor op het plein voor de Waterpoort van dat het licht werd tot de namiddag in tegenwoordigheid van de mannen en de vrouwen en van hen die het konden begrijpen. Het gehele volk hoorde aandachtig naar het boek der wet.

Nehemia 8

Het is heel belangrijk om snel te horen. Wij lezen dat zelfs hen die het konden begrijpen er ook al bij mochten! Kinderen vanaf een leeftijd van ongeveer twaalf jaar kunnen al heel wat begrijpen. De kinderen van de joden lezen en schrijven vanaf 5 jaar!

Langzaam om te spreken

Wij moeten ons spreken onder controle kunnen houden. Voor wij iets zeggen moeten wij goed overleggen wat wij zullen zeggen. Dit is niet altijd gemakkelijk.

De Here geeft ons de raad om verdraagzaam te zijn.

Wij kunnen soms heel vlug ondoordachtzaam spreken.

Mattheüs 12:36 Maar Ik zeg u: Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels,

Woorden kunnen kwetsen als een dolk.

3 ¶ Wie zijn mond in toom houdt, bewaart zijn leven; wie zijn lippen openspert, hem wacht het verderf. Spreuken 13

Spreuken 12:18 Er zijn er, wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan.

Hart en mond zijn nauw met elkaar verbonden. Daarom moeten wij erop letten elkaar niet te kwetsen. Je kunt onbewust kwetsen maar ook bewust.

De satan wil ruzie onder christenen en maakt misbruik van de zwakte van de mensen. Er kunnen zo problemen ontstaan die niet nodig zijn.

Spreuken 21:23 Wie zijn mond en tong in bedwang houdt, vrijwaart zich van problemen.

Voorkomen is beter dan genezen.

Bidden is ook spreken.

1 Behoed uw voet, als gij naar Gods huis gaat; immers, naderen om te horen is beter dan het offeren der dwazen, want die weten niet, dat zij kwaad doen.

2 Wees niet overijld met uw mond, en uw hart haaste zich niet om een woord voor Gods aangezicht uit te spreken; want God is in de hemel en gij zijt op de aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn. Prediker 5

Wij moeten ook waakzaam zijn in ons gebed. Wanneer wij bidden moeten wij ook doordacht iets bidden.

Ons gebed moet zijn als parfum voor God. Het moet aangenaam zijn. Wanneer wij iets rieken dat niet aangenaam is, dan draaien wij ons het hoofd. Maar goede parfum trekt onze aandacht.

LANGZAAM TOT TOORN

Spreuken 14:17 Wie spoedig toornig is, begaat dwaasheid, en een man met slinkse streken wordt gehaat.

Het spreken kan oplopen tot ruzies, ja tot vechtpartijen. Ook Petrus was niet zoals het hoorde in kwestie van verdraagzaamheid en geduld. Hij sloeg het rechteroor van Malchus af bij de gevangenneming van Jezus.

Petrus handelde eerst en dacht te laat na. Wij kunnen soms stappen zetten, en onbedacht beslissen omdat we kwaad zijn geworden.

Opvliegendheid is zonde, niet de woede zelf.

Maar iemand kan zijn toorn op geniepige wijze uitwerken, met slinkse streken.

God zegt die dat doet word gehaat nog meer dan een opvliegend mens.

Het kwaad worden is een menselijk gegeven, God komt zelfs tot toorn.

Hier kunnen wij toch leren dat Jezus onze dwaasheden zoals van Petrus volledig kan herstellen.

Hij herstelde wat Petrus vernietigde. Hij deed dit op wonderlijke wijze.

Hebben ook al eens gedaan zoals Petrus?

Spreuken 29:11 De dwaas laat zijn ganse toorn de vrije loop, maar de wijze houdt die in en doet hem bedaren.

Er is een duidelijk verschil tussen de gelovige en de ongelovige of de dwaas.

Dit is een kwestie van zijn behoud bewerken.

Iedere christen die een inspanning doet om de raad van God op te volgen, zal zegen ontvangen en kwaad voorkomen.

http://biblespace.org/.

BEN JE DOOF?

DOOFHEID

DOOFHEID

clip_image003Als wij zien welke invloed er op een mens wordt gemaakt via zijn zintuigen dan staan wij verbaasd dat mensen gaan reageren zoals ze hebben gezien,gehoord of gelezen.Bijbelgetrouwe christenen moeten kunnen onderscheiden wat goed voor ons is en wat slecht voor ons is. ( Ps.34:14) ( Spreuk. 11:27) 1Th 5:21 maar toetst alles en behoudt het goede. Zo moeten wij waakzaam zijn en ons niet laten beïnvloeden zoals de massa, of de jungle van  het internet! Massamanipulatie is er vandaag meer dan ooit, denk aan de media, met veel gemanipuleerde en gecensureerde berichtgeving!

Ex 23:2 Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen, noch in een rechtsgeding getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen.

Aan de hand van de volgende schets, kunnen wij zien op welke speciale wijze Gods woord een invloed op de mens kan maken, en als de mens deze aanneemt als de waarheid, hij een totaal nieuwe schepping kan worden, en een nieuw leven kan beginnen, ja er is hoop voor iedereen, die wil horen!

Mt 11:15 Wie oren heeft, die hore!

Ps 94:9 Zou Hij, die het oor plantte, niet horen? die het oog vormde, niet zien?

7 En de Here zeide: Ik heb terdege gezien de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Exodus 3

Wat hoort God allemaal ?

Voor een mens onbegrijpelijk dat God alles hoort, van iedereen, Hij is almachtig!

Wij kunnen maar naar een of twee mensen tegelijk luisteren, maar drie is al te veel. Het eerste wat God wil horen van de mens is dat hij God gelijk geeft, en naar Hem wil luisteren, dat is een gewoon zeggen tot God dat hij berouw heeft om te hebben geleefd zonder rekening te houden met God. Zo’n oprecht gebed verandert de mens, dan kan God zich in hem openbaren, en zo onstaat een wederbegoorte of de doop met de H.Geest. Vele mensen horen over God, maar daarom zijn ze niet gered, maar na de wederbegoorte beginnen ze God te begrijpen ! Dit begrijpen is zeer afhankelijk van het doen, en te luisteren naar de woorden van Jezus, die Geest en leven zijn.

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij,Joh.10

1 Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; Psalm 1

De vertaling met “goddelozen” is minder goed, in de grondtekst staat inmiddels “boosdoeners”. Een groot verschil, uw geneesheer kan goddeloos zijn, maar is geen reden om niet naar hem te luisteren!

1 Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; 2 maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort. Jesaja 59

Zolang iemand niet bekeerd is, kan God zijn gebed niet verhoren, tenzij de mens oprecht tot Jezus roept met berouw en geloof! De zonde van de mens brengt scheiding en afstand tussen hem en zijn Schepper. Op deze wereld wordt veel gebeden , en ieder richt zich naar een god, maar er is maar één ware weg : Jezus ! Geloof in het offer van Jezus , Zijn genade neemt de scheiding weg, en pas dan is de hemelse gebedslijn hersteld. Er is maar één God, die van Israël!

16 Komt, hoort, en ik wil vertellen, gij allen die God vreest, wat Hij gedaan heeft aan mijn ziel. 17 Nauwelijks had ik met mijn mond tot Hem geroepen, of er was een lofzang onder mijn tong. 18 Had ik onrecht beoogd in mijn hart, dan zou de Here niet hebben gehoord. 19 Voorwaar, God heeft gehoord, Hij heeft gelet op mijn luid gebed.

20 Geprezen zij God, die mijn gebed niet afwees, noch mij zijn goedertierenheid onthield.

Ook als de wedergeborene onrechtmatig denkt of verkeerd bidt zal hij niet worden verhoord. Wij kunnen zeggen er is geen contact, geen verbinding ! Een GSM welke niet is opgeladen, of geschorst is, maakt ook helemaal geen verbinding! God zoekt bidders in geest en in waarheid. Ons gebed moet altijd in overeenstemming zijn met Gods woord ( de Bijbel ). Bidt niet om de Lotto te winnen!

31 Wij weten, dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig, en doet hij zijn wil, die verhoort Hij. Joh 9

ALLES WAT WIJ HOREN MOETEN WIJ TOETSEN AAN DE BIJBEL !

1 Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.

2 Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3 en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. 1Joh4

 

clip_image009

 

 

 

Niet alles wat wij horen is de waarheid. Er is in onze dagen bijzonder veel bijgeloof, verwarring, schijnwonderen, veel dwalingen leringen van boze geesten, en afwijkingen van Gods Woord. Hoe moet je dit allemaal onderscheiden? Mensen die niet belijden dat de H.Geest in de mensen kan komen wonen zijn valse leraars. Ook als men niet gelooft dat Jezus werkelijk de zoon van God is. Hou het rechte spoor !

DOOFHEID ?

De Bijbel leert ons over twee soorten van doofheid :

 

 Het niet kunnen horen

 Het niet willen horen.

 

NIET KUNNEN HOREN

Enkele aspecten van de lichamelijke doofheid, wat zegt God daarover ? 14 Een dove zult gij niet vloeken en voor een blinde zult gij geen struikelblok leggen, maar gij zult voor uw God vrezen: Ik ben de Here. Lev.19

Wij mogen niet lasterend spreken over een dove in zijn bijzijn, in de mening dat hij het toch niet hoort. Het vloeken begrijpt men hier als misbruik maken en met verachting behandelen. Hier gaat het over een lichamelijk letsel, dat misschien operatief kan genezen worden.

25 En toen Jezus zag, dat de schare samenstroomde, bestrafte Hij de onreine geest en zeide tot hem: Gij, stomme en dove geest, Ik beveel u: ga van hem uit en kom niet meer in hem. 26 En hij ging uit onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen. En hij werd als een dode, zodat men algemeen zeide, dat hij gestorven was. Doch Jezus vatte zijn hand, richtte hem op, en hij stond op. Mc.9

Hieruit mogen wij ook duidelijk besluiten dat doofheid kan veroorzaakt worden door demonen. Dit soort doofheid is slechts te genezen door bevrijding in Jezus naam. Al lijkt in de ogen van mensen de medische wereld almachtig, hier zijn ze nog steeds machteloos.

NIET WILLEN HOREN

8 Laat u tuchtigen, Jeruzalem, opdat Ik Mij niet van u losrukke, opdat Ik u niet make tot een woestenij, een onbewoond land! 9 Zo zegt de Here der heerscharen: Lees, lees het overblijfsel van Israel als een wijnstok na; keer uw hand als een wijngaardenier tot de ranken!Jer.6

10 Tot wie moet ik spreken en betuigen, dat zij horen? Zie, hun oor is onbesneden, zodat zij niet kunnen luisteren; zie, het woord des Heren is hun tot een smaad, zij hebben daarin geen behagen.

Hier hebben wij een voorbeeld van Gods volk dat NIET WILDE HOREN. Ze beschimpen, bespotten en verachten de Bijbel. Dit is ook zo vandaag, vele mensen hebben ook geen enkel verlangen om te luisteren naar wat God zegt. Het oor is niet geopend (onbesneden). Het oor wordt geopend bij het aanvaarden en geloven van Gods Woord, en na belijdenis van zonden.

9 Wie zijn oor afwendt van het horen der wet, diens gebed zelfs is een gruwel. Spr.28 Hierboven de tekst van de meest beklagenswaardige doven. Zij die geen oren hebben om te luisteren naar God en toch bidden. Bv :  Een christen die het gezag van de Bijbel vervangt door het gezag van een mens! (Paus genoemd) Het is weliswaar door gebrek aan kennis, dat zij ten gronde gaan zegt de profeet Hosea, hier vinden wij dat God de wil van de mens blijft eerbiedigen. Met gruwel bedoelt God een zeer zware zonde of afgoderij !

En 14 aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; 15 want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en met hun oren niet horen, en met hun hart niet verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.

Mattheus 13

De profeet Jesaja diende het  oordeel aan te kondigen tegen het volk Israël. Terwijl Jezus de wonderen en de tekenen deed voor hun ogen begrepen zij niet dat dit een vervulling was van hetgeen geschreven stond. Ze wilden niet begrijpen of ervan horen dat God onder hen woonde ! Dat hun Messias was gekomen! Ook zijn er heidenen die niet willen horen dat Jezus de Zoon van God is, en goddelijk is, en geen schepsel! Het vet worden van het hart betekent dat zij niet meer te bereiken waren en gevoelloos bleven voor wat God hen wilde tonen.

27 de Here zal u onder de natien verstrooien en gij zult met een klein getal overblijven onder de volken, bij wie de Here u brengen zal; 28 dan zult gij daar goden dienen: werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen noch eten noch ruiken.Deut.4

29 En dan zult gij daar de Here, uw God, zoeken en Hem vinden, wanneer gij naar Hem vraagt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

Vele mensen bidden naar dove goden! BV. Boedha is dood, en doof, Maria is dood en doof, enz. Gods volk werd onder de heidenen verstrooid. Heidenen zijn alle volkeren buiten Israël.

1 Ik heb de Here lief, want Hij hoort mijn stem, mijn smekingen. 2 Want Hij heeft zijn oor tot mij geneigd, daarom zal ik mijn leven lang tot Hem roepen.

Psalm 116

R.GAYTANT