JEZUS EN GERECHTIGHEID

JEZUS EN GERECHTIGHEID

 

clip_image002

 

Het lijkt voor ons niet altijd zo duidelijk wat er met dit begrip werd bedoeld. Mattheüs 13:11  Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven

In het evangelie toont Jezus dit aan door middel van gelijkenissen. En deze gelijkenissen geven ons een beeld en een gelegenheid om na te denken over wat dit allemaal zal inhouden, wanneer wij bij de Here zullen aankomen.

God doet een oproep om Zijn koninkrijk en Zijn gerechtigheid te zoeken en te vinden!

Mattheüs 6:33  Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

Niet iedereen komt in de hemel:

Mattheüs 7:21  Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.

 

Mattheus 20

 

1 ¶  Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een heer des huizes, die des morgens vroeg arbeiders voor zijn wijngaard ging huren.

2  Toen hij het met de arbeiders eens geworden was voor een schelling’s daags zond hij hen in zijn wijngaard.

3  En omstreeks het derde uur ging hij naar buiten en zag nog anderen werkloos op de markt staan,

4  en hij zeide tot hen: Gaat ook gij in de wijngaard en wat billijk is zal ik u geven. En zij gingen.

5  Omstreeks het zesde en het negende uur ging hij weer naar buiten en handelde evenzo.

6  Toen hij omstreeks het elfde uur naar buiten ging, vond hij nog anderen staan en zeide tot hen: Waarom staat gij hier de gehele dag werkloos? {}

7  Zij zeiden tot hem: Omdat niemand ons gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij in de wijngaard.

8  Toen de avond viel, zeide de heer van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders en betaal het loon uit, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten. {}

9  Toen zij, die omstreeks het elfde uur gehuurd waren, kwamen, ontvingen zij ieder een schelling.

10  En toen de eersten kwamen, meenden dezen, dat zij meer zouden ontvangen. En zij ontvingen eveneens ieder een schelling. 11  Toen zij die ontvingen, morden zij tegen de heer des huizes,

12  en zij zeiden: Deze laatsten hebben een uur gewerkt en gij hebt hen met ons gelijkgesteld, die een zware dag en de hitte hebben doorstaan. 13  Maar hij antwoordde een van hen en zeide: Vriend, ik doe u geen onrecht. Zijt gij het niet met mij eens geworden voor een schelling? 14  Neem het uwe en ga heen; ik wil deze laatsten hetzelfde geven als u. 15  Staat het mij niet vrij met het mijne te doen, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben? 16  Alzo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.

Vers 1-2

 

Deze Heer is God. Hij zoekt medewerkers, voor Zijn werk, zijn wijngaard, de wereld. Hij zoekt mensen die de vruchten willen helpen zaaien en oogsten. Deze wereld moet en kan veranderen. Er is natuurlijk veel werk aan, en dat zien wij ook in dit gedeelte, waarbij tot viermaal toe naar arbeiders werd gezocht. God heeft een plan met deze wereld, de oogst voor Zijn nieuwe wereld.

Doch wij zien dat er mensen zijn die deze wereld op hun eigen manier willen veranderen en verbeteren. Doch God heeft daarvoor een speciaal plan. Hij zoekt mensen die geloven in het plan van God, niet iedereen denkt er zo over.

Zij die in Gods dienst willen komen, dienen geen diploma voor te leggen. Naar ouderdom werd er ook niet gevraagd. God zocht wel ijverige mensen en kwam met een goede normale overeenkomst van 1 penning per dag. De oogst moest binnen, en dat was belangrijk.

De oogst dat zijn alle mensen die tot geloof zijn gekomen, welke zullen opstaan en opgenomen worden. De nalezing zal plaats vinden gedurende de oordeelstijd, de Apocalyps.

 

Vers 3-7

 

De Here gaat tot viermaal gaan zoeken naar arbeiders. Om 9u om 12u om 15u en om 17u !

Wij kunnen denken waarom niet genoeg aannemen in de morgen? Doch wellicht kwamen eerst de jongeren aan de beurt en dan de ouderen. Het werken in de wijngaard was niet gemakkelijk, doch lastig onder de zon. Wat bijzonder is, is dat de Heer nog mensen zoekt om nog een uur te willen werken.

Zo zien wij dat vele mensen worden uitgenodigd om in God zijn dienst te willen werken, dit is tot geloof komen in Jezus.

Het is een vergelijking en we zien dat er ook mensen zijn die vroeg tot geloof komen en een gans leven werkzaam zijn, we zien dat er latere leeftijd geroepen zijn en zelfs mensen die slechts nog één uur in dienst staan.

De oogst moest binnen het was avond en de nacht kwam.

Johannes 9:4  Wij moeten werken de werken desgenen, die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan.

Dit laatste komt eraan!

Vers 8-10

 

De dag is ten einde, en dan kwam het mooiste moment, de betaling voor de arbeid. Iedereen is altijd tevreden als zijn inkomen op de bankrekening komt.

Doch ook wanneer Jezus terugkomt met loon, dan zal dit de gelukkigste dag van ons leven worden zo denken wij.

Openbaring 11:18  en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven.

Johannes zag dit in de hemel.

 

Openbaring 22:12  Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is.

 

 

Wij mogen gelukkig zijn dat wij mochten werken in de wijngaard van de Heer. Wanneer wij de Bijbel hebben gehoord, dan hebben wij de stem van Jezus gehoord, die uitnodigde om in zijn wijngaard te werken. Wat opmerkelijk is in deze gelijkenis, is dat de eersten die geroepen werden een afspraak hadden, een arbeidsovereenkomst van 1 penning per dag.

Al de anderen die achteraf kwamen, wisten niet hoeveel ze zouden krijgen, maar ze stelden hun vertrouwen op de Heer dat hij rechtvaardig zou zijn, ze namen hem op zijn woord.

Zo deden wij ook, wij leven van loon, maar weten niet goed wat dit zal zijn, wanneer wij bij de Heer zullen aankomen. Is het loon eeuwig leven?

 

Uitzonderlijk.

De Heer betaald iedereen die voor hem werkte evenveel. De Heer was iedereen gunstig, lees genadig. Ook degenen die slechts een uur hadden gewerkt. Wij moeten ook weten dat dit een gelijkenis is die de Here gebruikt om ons duidelijk te maken wat belangrijk is.

 

Vers 11

 

Er kwam protest van hen die de hele dag hadden gewerkt. Ze hoorden van de anderen dat dezen evenveel hadden ontvangen van de Heer. Je zou kunnen denken inderdaad is dat niet rechtvaardig. Doch dit moeten wij even analyseren.

Het denken van deze eersten, strookte niet met de handelwijze en het denken van hun Heer waarbij ze werkten. Ze dachten volgens de wet, de arbeidwetten.

Het was hier een zaak van gerechtigheid.

Zij die protesteerden dachten dat ze gelijk hadden. Doch de Heer wijst erop dat hij zijn verbintenissen is nagekomen. Hij gaf meer dan de arbeidswet!

Het probleem stelde zich hier dat men begon te vergelijken met anderen. Wanneer wij dit gaan doen, dan lopen wij altijd het gevaar teleurgesteld te zullen zijn, want in deze wereld is onrecht de koning. Vergelijken is een negatief gegeven.

Een ander probleem, Ze hadden nog niet begrepen dat de Heer al de anderen gunstig was gezind. Wij moeten hier lezen “genadig” was geweest.

Beter het was onverdiende genade.

Daarom is het duidelijk dat de eersten die geroepen werden Israël was. Ze wilden niet horen van de genadeleer van Jezus Christus! Ze stonden en op de wet die ze toch niet konden volbrengen!

Het is niet op grond van werken dat wij behouden zijn, maar op basis van genade.

Er kwam een jaloersheid in het hart van de eersten. Ze stonden op hun eigen gerechtigheid, denk aan de oudste zoon in het verhaal van de verloren zoon.

Wie op zijn eigen gerechtigheid staat is dwaas.

Vertaling het boek

3 De dwaasheid van een mens zal hem opbreken; waarna hij de HERE de schuld daarvan geeft.  Spreuken 19

 

De mens maakt zichzelf ongelukkig, wanneer hij jaloers wordt op anderen die het beter stellen. Zulke mensen ballen soms de vuisten naar God. Ze willen God geen gelijk geven, maar Hem de schuld geven.

We stellen vast dat meer en meer mensen opstandig worden tegenover God. Ze leven zoals ze zelf alles willen bepalen. Ze zoeken een eigen god, en geven hem een eigen naam. Bv. Allah.

 

9  En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.

10  En de vijfde goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn rijk werd verduisterd, en zij kauwden op hun tong van pijn, {}

11  en zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken. Openbar.16

 

 

Vers 13-15

 

Wij vinden dat Jezus hier drie eigenschappen van de eigenaar laat zien, die een beeld zijn van God.

 

Hij is rechtvaardig tegenover de arbeiders.

Hij mag zelf beschikken over wat hij bezit.

Hij was genadig en goedgunstig, ze kregen allemaal evenveel.

Als christenen zijn wij allemaal geroepen in dienst van Jezus; Ons loon dat wij zullen ontvangen is niet in functie van onze prestaties, maar wel op basis van onverdiende genade!

 

Vers 16.

De eersten zijn de joden en de laatsten zijn de heidenen. Zo is het ook de heidenen namen het evangelie aan, en de joden zullen het op het laatst aannemen.

 

 

8  Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;

9  niet uit werken, opdat niemand roeme. Efeze.