Tagarchief: GOD

NAAM BOVEN ALLE NAAM

DE NAAM YESHUA – HASHEM YESHUA

clip_image001

 

Een van de meest opvallende kenmerken van een Messiasbelijdend >rdm=tyb Beit Midrash [leerhuis] is het consequente gebruik van de Hebreeuwse namen van de Bijbelse personen in plaats van hun Griekse varianten, want vertalingen kan men ze nauwelijks noemen. Elizabeth (Eleisabet) en Jacobus (IakwboV) zijn beslist geen Griekse vertalingen van ib>yla Elisheva en bqiy Ya’aqov maar veeleer vergrieksingen daarvan. Hetzelfde is het ook geval met de naam Johannes (IwauhV) die eigenlijk ]nxvy Yochanan zou moeten zijn. De Griekse schrijfwijze van Hebreeuwse namen was meestal niet gebaseerd op een vertaling, maar was veelal een impressionistische weergave van wat men méénde te horen. In veel gevallen ging de juiste betekenis van de oorspronkelijke namen, die deel uitmaken van de Joodse cultuur en identiteit, in de Griekse versie verloren en doortranscriberen naar het Nederlands louter op grond van de Griekse verbastering maakte de Joodse namen in onze christelijke Bijbels vrijwel onherkenbaar. En juist de diepere betekenis van een naam speelt sinds van ouds in het Joodse denken een uitermate belangrijke rol, want reeds in a lavm> Sh’mu’el alef [1 Samuël] 25:25 werd er gezegd: “Zoals iemand heet, zo is hij!” De eigennaam geeft de persoon aan en is een deel hiervan. G’d heeft in Zijn heilsplan niets aan het toeval overgelaten en dat geldt zeer zeker ook voor de keuze van de namen. Deze bijbelstudie is derhalve vooral bedoeld om een ieder ervan bewust te maken, dat wij met het uitspreken (of juist niet uitspreken) van namen héél zorgvuldig moeten leren omgaan. Neem als het meest in het oog springende voorbeeld de naam Jezus (IhsouV) eens. Weet u hoe Zijn familie en vrienden Hem in de dagelijkse omgang noemden toen Hij in Nazareth opgroeide, of onder welke naam Hij destijds door de overpriesters en schriftgeleerden in Jeruzalem werd aangeklaagd voor de religieuze rechtbank? Het was pertinent niet Jezus! En toch zijn veel christenen daarin erg hardleers. De bijbelvertalers probéérden niet eens om de oorspronkelijke Hebreeuwse uitspraak van de “naam boven alle naam” enigszins te benaderen maar gaven consequent de vergriekste vorm daarvan, IhsouV Iesous, weer op verschillende manieren, afhankelijk van de denominatie en de taal waarin men de Bijbel leest. Spaanse lezers bijvoorbeeld komen Jesús [spreek: Gesoes] tegen. De Italianen spellen Gesù [spreek: Dzjeezoe] en in het Engels zegt men zoals algemeen bekend Jesus [Dzjieses]. De Duitsers gebruiken eveneens de spelling Jesus, maar spreken het uit als Jeesoes. In het Latijn schrijft men de naam Jezus afwisselend als Iesus, Iesu, en Iesum, afhankelijk van de naamvallen. Dat is ook in het Duits het geval: Jesus Christus, Jesu Christi en Jesum Christum. Hetzelfde geldt ook voor alle andere namen in de Bijbel. Men doet geen enkele poging om de oorspronkelijke uitspraak na te bootsen. Maar wat is er zo moeilijk aan om Chava te zeggen in plaats van Eva, en waarom kan men de naam Moshe niet over de lippen krijgen als men het over Mozes heeft, terwijl men geen enkele moeite heeft met het uitspreken van de zelfde naam in verband met de voormalige Israëlische minister van defensie Moshe Dayan? Dat het uitspreken van een Hebreeuwse naam moeilijker zou zijn dan de Griekse variant daarvan wijs ik derhalve als argument van de hand, want zelfs geleerden die met de oorspronkelijke uitspraak van deze namen op de hoogte zijn, gebruiken bij voorkeur de Griekse en niet de Hebreeuwse namen, wanneer zij het hebben over Bijbelse personen. Volstrekte onzin is volgens mij ook het veel gehoorde argument: “Waarom zou ik Jezus op z’n Hebreeuws Yeshua moeten noemen? Ik ben toch geen Jood?” – Wel, een Griek bent u ook niet, dus waarom gebruikt u dan wel een Griekse naam? Bovendien was Yeshua zelf wél een Jood, dus wat is er op tegen om Hem bij zijn eigen naam te noemen? Interessant in dit verband is ook de manier hoe de vertalers omgaan met de personen in de Bijbel, die dezelfde naam dragen als onze Mashiach.

Naamgenoten van Yeshua

Nemen we als voorbeeld één van diens voorouders in het geslachtsregister, die in Lucas 3:29 in het Grieks Ihsou Iesou wordt genoemd en in het Latein Iesu. In de Leidse Vertaling staat dan ook Jezus, maar de Statenvertaling heeft er Joses van gemaakt en in onze NBG-vertaling lezen wij tenslotte Jozua, maar in de Hebreeuwse versie van dezelfde tekst is het uiteraard iv>y Yeshua. Maar ook in TeNaCH [het Oude Testament] komen wij de Hebreeuwse naam Yeshua diverse keren tegen. Zo wordt er bijvoorbeeld in arzi Ez’ra [Ezra] 2:2 alsook in hymxn Nechem‘ya [Nehemia] 7:7 en 12:1 gesproken over de ]hvk Kohen [priester] qdjvy=]b iv>y Yeshua Ben Yotzadaq [Jesua, de zoon van Josadak], die samen met lbbrz Z’rubavel [Zerubbabel] in het jaar 537 vóór de gewone jaartelling uit de ballingschap terugkeerde. Hij leidde de wederopbouw van het altaar (arzi Ez’ra [Ezra] 3:2) en van de tempel (arzi Ez’ra [Ezra] 3:8, 4:3 en 5:2). Na alle eerder genoemde versies (Jezus, Joses en Jozua) komt de hier genoemde Jesua het meest in de buurt van Yeshua. De logische vraag is dan: als de vertalers dus wel in staat blijken te zijn de oorspronkelijke naam Yeshua in de vorm van Jesua enigszins te benaderen, waarom doen ze dat dan wel bij een gewone aardse priester, maar niet bij onze hemelse Hogepriester? Of wil men Hem soms bewust van Zijn volk Israël loskoppelen?

In Mijn Naam…

Bij Zijn afscheid, vlak voordat Hij ten hemel gevaren was, zei de xy>m Mashiach [Messias] tegen Zijn mydymlt Talmidim [discipelen]: “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in Mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marcus 16:17-18). – “In Mijn naam…” Welke naam zou hier wel bedoeld zijn? Jezus??? Ik denk van niet! Als ú het over úw naam hebt, welke naam zult u dan bedoelen? De naam die u van uw ouders hebt gekregen en die dan ook officieel geregistreerd staat, of gebruikt u de naam, die anderen aan u hebben gegeven? Dat kan dus een bijnaam zijn of een verbastering van uw naam omdat die misschien moeilijk is uit te spreken of zelfs een scheldnaam. Welnu, ik ga ervan uit, dat een ieder de naam voor zichzelf opeist, die legitiem is en elke verbastering daarvan afwijst. Als u tegen iemand die Monique heet Mona of Moontje zegt, zult u gegarandeerd te horen krijgen: “Zo heet ik niet!”. Een Marokkaanse collega van mij heet Sulayman, maar iedereen noemt hem gewoon Simon want dat is makkelijker. En toch heet hij niet zo. Een Hindoestaanse collega heet Chander, maar iedereen noemt hem Sander. Dat lijkt er op, klinkt Hollands, maar zo heet hij niet. Maar om terug te komen op de vraag, welke naam de Mashiach bedoeld zal hebben toen Hij zei: ”In Mijn naam…” zullen wij eerst een andere vraag moeten beantwoorden: Wie heeft Hem Zijn naam überhaupt gegeven? Waren het Zijn aardse ouders zoals normaal gebruikelijk is? Het antwoord vinden wij in vhyttm Matityahu [Matthéüs] 1:21, waarin een engel als boodschapper van de Eeuwige tegen [cvy Yosef [Jozef] over ,yrm Miryam [Maria] zegt: “Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam iv>y Yeshua [spreek: Jesjoea] geven want Hij is het die Zijn volk zal redden van hun zonden”. Hier hoort dus eigenlijk Yeshua te staan ongeacht of de engel nou Hebreeuws of Aramees gesproken heeft, want die naam is in beide talen hetzelfde, maar in elk geval niet Jezus! Het zou namelijk wel erg naïef zijn om te denken dat een engel als boodschapper van de G’d van Israël tegen een Israëliet uit het huis van David in het Grieks gesproken zou hebben! Bovendien zou het in het Grieks ook nergens op slaan, want de diepere betekenis van de Hebreeuwse naam iv>y Yeshua is namelijk “Redder”. Dat is in het Grieks niet het geval. In die taal is “Redder” namelijk SwthraV Sotiras en “Verlosser” is LutrwthV Litrotis. Beide woorden lijken in de verste verte niet op IhsouV Iesous, waarvan de Nederlandse variant Jezus is afgeleid. Neen, de enig legitieme naam, die “Redder” betekent, is iv>y Yeshua! Hierbij ligt de klemtoon op de u. Maar als men de klemtoon plaatst op de a, dan wordt het hiv>y Yeshu’a hetgeen “redding” betekent. Interessant is daarom de woordspeling in de bovengenoemde tekst: “Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam Redder geven, want Hij is het, die Zijn volk zal redden van hun zonden.” – In het Hebreeuws is dit:

.,hytauxm vmi9ta iy>vy avh yk iv>y vm>9ta tarqv ]b tdly ayhv

“V’hi y’leded Ben v’qarat et-sh’mo Yeshua ki hu yoshia et-amo mechatoteihem”.

Het werkwoord redden is hier iy>vy yoshia, dat dus duidelijk in verband met de naam iv>y Yeshua wordt gebruikt. In het Grieks missen wij deze link. Onze in Nederland zeer bekende Joodse zuster Rebecca de Graaf-van Gelder heeft eens over de naamgeving van de Mashiach het volgende geschreven: “Die vergriekste naam is een eigen leven gaan leiden en hierdoor is de identiteit van Israëls Messias verloren gegaan, zodat men steeds moet uitleggen: ‘Ja, maar Jezus was een Jood’. Zo’n 2000 jaren hebben de kerken dit (zeker voor Israël) verduisterd. Men heeft van Hem en Zijn volgelingen een christen, christenen gemaakt. Wat denkt u van die Joodse herders daar in de velden van Efrata, bij de aankondiging van de geboorte van de Messias, dat de engel gezegd zou hebben: ‘Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk (Israël) wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Here, in de stad Davids’. Die eenvoudige herders verstonden geen Grieks neem ik aan. Ook komt het mij vreemd voor dat vanuit de geopende hemel Grieks gesproken is. In alle geval hebben de herders de taal uit de hemel verstaan, want ze zijn meteen gaan kijken en hebben gevonden waarvan de engel hen vertelde: zij gingen het Woord zien!” Tot zover tante Rebecca. Wat voor de herders gold, is ook voor Yosef [Jozef] van toepassing: ook hij als eenvoudige timmerman zal volgens mij geen Grieks hebben gesproken en zo zal de boodschapper van de Eeuwige beslist niet de naam Jezus genoemd hebben zoals in de christelijke bijbels staat, maar Zijn echte Hebreeuwse naam iv>y Yeshua! Dezelfde engel maakte deze naam ook aan Miryam [Maria] bekend, zoals wij in Lucas 1:31 lezen: “En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren en gij zult Hem de naam Yeshua geven”.

.iv>y vm> tarqv]b tdlyv hrh ;nhv

“V’hinach hara v’yaladet Ben v’qarat sh’mo Yeshua.” – Wanneer vond de naamgeving plaats? Hier in Europa is het de gewoonte, dat dit reeds bij de geboorte van een baby gedaan wordt i.v.m. de geboortekaartjes en bij de rooms-katholieken bij de doop, vandaar dat men spreekt van ‘doopnaam’. Bij de Joden krijgt een jongetje zijn naam echter bij de hlym=tyrb B’rit-mila, [besnijdenis], die acht dagen na de geboorte plaats vindt. Bij de ceremoniële orde van de hlym=tyrb B’rit-mila [besnijdenis] wordt door de lhvm Mohel [besnijder] het volgende gebed uitgesproken: “Behoud dit kind voor zijn vader en zijn moeder. Zijn naam zal in Israël zijn: N.N., de zoon van N.N. Moge de vader zich verheugen over zijn eigen kind en moge zijn moeder zich verblijden over de vrucht van haar schoot”. Zo was het ook met Yeshua. Ook Hij kreeg Zijn naam pas bij de hlym=tyrb B’rit-mila: “En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam iv>y Yeshua, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen” (Lucas 2:21). Vanaf het begin heeft de Eeuwige dus al de naam Yeshua voorbestemd voor Zijn Zoon, niet een Griekse variant daarvan, en uitsluitend door de naam Yeshua kunnen wij behouden worden, zoals Keifa haShaliach [de apostel Petrus] in tvlipm Mif’alot [Handelingen] 4:12 duidelijk zegt: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden!” – Als wij er van uitgaan dat de engel geen Grieks sprak in zijn boodschap aan Yosef [Jozef] en Miryam [Maria] en dus de oorspronkelijke Hebreeuwse naam Yeshua noemde, dan sluit bovengenoemde tekst dus elke andere naam uit. Helaas zijn er tegenwoordig maar weinigen in de christelijke wereld, die de naam Yeshua kennen, laat staan dagelijks gebruiken, behalve dan de Messiasbelijdende gelovigen. Maar in de eerste hrv>b B’sora [het eerste Evangelie] lezen wij, dat ook de ,yvg Goyim [heidenen ofwel niet-joden] de naam Yeshua behoren te kennen: “En op Zijn naam zullen de heidenen hopen” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 12:21). Het kennen en gebruiken van Zijn echte naam heeft uiteraard ook onaangename gevolgen voor ons, want de vijand vindt dat natuurlijk niet leuk. Daarom wilde Yeshua ons reeds daar op voorbereiden, toen Hij zei: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om Mijns Naams wil (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 24:9). Welke naam hier op de eerste plaats wordt bedoeld, blijkt heel duidelijk in het land van de Mashiach zelf, want zolang de staat Israël bestaat hebben daar de christenen, die de naam “Jezus” belijden en verkondigen, nooit noemenswaardige problemen gehad met religieuze Joden. Maar sinds er in toenemende mate Joodse mensen tot bekering komen, die de naam “Yeshua” belijden, is het hek van de dam! Vooral de orthodoxe Joden reageren heel agressief en vijandig op de aanwezigheid van de Messiasbelijdende Joodse gemeenten, terwijl de “gewone” christelijke kerken min of meer onaangetast blijven. In Israël maakt het dus wel degelijk iets uit of je nu de ene of de andere naam van onze Zaligmaker gebruikt! Het is dus zeker waar, wat Yeshua zei ten opzichte van het belijden van Zijn naam, maar Hij voegt er nog een belangrijke zin aan toe om ons te bemoedigen om vooral daarmee door te gaan: “En gij zult door allen gehaat worden om Mijns Naams wil; maar wie volhardt tot het einde die zal behouden worden” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 10:22). Natuurlijk hangt onze behoudenis niet uitsluitend af van het al dan niet kennen van Zijn naam. Gelukkig niet! Onze G’d is immers een Vader die van Zijn kinderen houdt en Hij is genadig om óók de gebeden te verhoren die in de naam van “Jezus” worden uitgesproken. Maar let wel: iedereen vindt het fijn om bij zijn eigen naam genoemd te worden. Dat geldt óók voor Yeshua!

Noodoplossing

Ik ben het volgende van mening: indien het Nieuwe Verbond in de plaats van het Oude zou zijn gekomen, wat dikwijls wordt beweerd, en als de christelijke Kerk als G’ds volk in de plaats van Israël zou zijn gekomen, dan was onze Verlosser niet in Israël geboren, en zeker niet in de stad van David, maar in Griekenland, Rome of elders. En als de Eeuwige had gewild dat Zijn Zoon een Griekse naam zou dragen en onder die naam wereldwijd bekend gemaakt zou worden, dan was Hij wel als Griek of Romein op aarde gekomen en niet als Jood uit het geslacht van David! Er werd eens aan mij gevraagd: “Als het G’ds bedoeling was dat Zijn Zoon uitsluitend bij Zijn Hebreeuwse naam Yeshua zou worden genoemd, hoe is het dan te verklaren dat Paulus in zijn brieven, die hij toch echt wel in het Grieks heeft geschreven en niet in het Hebreeuws, consequent de Griekse naam IhsouV Iesous gebruikte en niet de Hebreeuwse naam iv>y Yeshua? Die brieven maken toch ook deel uit van G’ds Woord en als Paulus er geen moeite mee had om de Griekse naam Jezus te gebruiken, dan zou dit voor ons toch ook geen probleem mogen zijn?” Inderdaad, Paulus had werkelijk geen enkele moeite met het schrijven van Iesous (IhsouV) in zijn Griekse brieven, maar het probleem is, dat hij daarentegen wel de grootste moeite had om de naam Yeshua in Griekse letters op papier te krijgen. Sterker nog: het was en is zelfs volstrekt onmogelijk! Paulus kon niet eens zijn eigen Hebreeuwse naam lva> Sha’ul in het Grieks schrijven, omdat de letter w Shin in het Griekse alfabet helemaal niet bestaat! Het wordt dus behelpen met een vage benadering. Als er geen w Shin is, moeten we het maar doen met de s Sin, en dat is in het Grieks dus de sSigma (S bij het begin, s in het midden en V aan het einde van een woord of naam). Zo is de gehelleniseerde vorm van Sha’ul dan ook Saoul Saoul of Sauloz Saulos. Hetzelfde geldt ook voor de w Shin in iv>y Yeshua. Daar komt nog bij dat de i Ayin oorspronkelijk een keelklank was die men nauwelijks kon horen, en zo veranderde iv>y Yeshua [spreek: Jesjoea] in Ihsou Iesou [spreek: Jesoe]. Afhankelijk van de naamval komt daar nog een sluit-“s” bij: Ihsouz Iesous [spreek: Jesoes]. Zo ontstond dus de naam Jezus als noodoplossing, want in het Grieks was het dus maar behelpen! Dat het maar behelpen was en geen officiële naam blijkt uit de onmogelijke Grieks/Hebreeuwse constructie van de naam Barjezus in Handelingen 13:6 Daar staat in het Grieks Barihsouz Bariesous. Dat betekent “zoon van Jezus”. In het Hebreeuws staat er inderdaad: iv>y=rb Bar-Yeshua want rb Bar is namelijk geen Grieks woord, maar een Hebreeuws woord en betekent “zoon”. Als die naam echt helemaal op z’n Grieks geschreven was zou er moeten staan: uioz tou Ihsouz Huios tou Iesous. Toch dat staat er niet, maar daarvoor wel een merkwaardig mengsel. Daaruit blijkt, dat de naam Bar-Yeshua hier weliswaar met Griekse letters geschreven is, maar niet in het Grieks vertaald. Het schrijven van Iesous wil dus niet zeggen dat die naam voortaan ook een officiële status zou krijgen. De Grieken hadden geen keus, maar zoals ik reeds opmerkte, zijn wij geen Grieken en Nederlanders kunnen de w Shin in tegenstelling tot de Grieken moeiteloos uitspreken en door middel van de combinatie “sj” of “sh” ook schrijven, dus wat houdt ons nog tegen om de naam Yeshua zo uit te spreken als het oorspronkelijk ook bedoeld was?

De Naam boven alle naam

Het is dus van groot belang voor ons om de naam Yeshua te kennen en om te weten, dat deze Hebreeuwse naam door de Eeuwige zelf aan Zijn Zoon is gegeven. In Filippenzen 2:9-11 lezen wij: “Daarom heeft G’d Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Yeshua zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Yeshua haMashiach is Heer, tot eer van G’d, de Vader!” – Hier wordt er gesproken over de naam boven alle naam, dus naam in enkelvoud. Niet Jezus én Yeshua én Isa, zoals Hij in de Qur’an [Koran] heet. Slechts één naam wordt genoemd: Yeshua! Dàt en niets anders zegt Keifa [Petrus] dus zoals reeds eerder geciteerd: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven. waardoor wij moeten behouden worden!” (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 4:12).

Hellenistische invloeden

Voorstanders van de vergriekste vorm van de naam Yeshua beroepen zich op de sterke hellenistische invloeden binnen het toenmalige Jodendom en de Septuaginta, de eerste Griekse vertaling van TeNaCH, waarin deze naam reeds wordt weergegeven als Ihsouz Iesous, dus Jezus. En zo was Jezus onder de hellenistische Joden een heel gebruikelijke naam, en ook Jezus Christus zou daarin geen uitzondering vormen. Maar dat doet Hij wél, want als zoon van een eenvoudige timmerman uit Galilea was Hij helemaal geen hellenistische Jood, maar een rasechte Israëli, en Hij had dan ook niets te maken met de Septuaginta! Deze Griekse vertaling van de Hebreeuwse Geschriften ontstond omstreeks 280 vóór de gewone jaartelling uit de behoefte voor de eredienst van de Joden in de diaspora van de hellenistische wereld, die vervreemd waren van de taal van hun voorvaderen. Maar zowel Yeshua alsook Zijn Talmidim [discipelen], de Sh’lichim [apostelen] en drie van de vier evangelisten waren absoluut niet vervreemd van hun moedertaal, maar spraken het Aramees in hun dagelijkse omgang en het Hebreeuws in de eredienst! Bovendien bezat de Septuaginta als vertaling geen openbaringskarakter en in haar bestaan als kopie van het origineel bleef zij binnen het Jodendom slechts ondergeschikt aan de oorspronkelijke Hebreeuwse canon. Het christendom bracht daar verandering in door de canonisatie van de nieuwtestamentische Griekse geschriften en daardoor dus ook van de Septuaginta. Haar overname door de christenen was de diepste ingreep in de geschiedenis van de Septuaginta. In het Jodendom werd dit de reden tot een nieuwe bezinning op de relatie tussen de oorspronkelijke openbaring en de vertaling en een verscherping van opvattingen die oorspronkelijk reeds onder de Joden aanwezig waren. Hun houding tot deze Griekse vertaling van de Heilige Schrift werd mede bepaald door de diepe kloof die er bestond tussen de hellenistische en palestijnse Joden. De hellenistische Joden onderscheidden zich van hun volksgenoten principieel wat betreft hun geestelijke structuur (Grieks denken), taal (Grieks praten), politieke overtuiging (bekleden van openbare functies bij de heidenen) en hun culturele opvattingen (in sterk gehelleniseerde kringen bezocht men theaters, droeg Griekse kleding en men gebruikte Griekse of gehelleniseerde namen). De brede kloof tussen beide Joodse volksgroepen wordt tegenwoordig vaak over het hoofd gezien of men plaatst hem binnen het kader van de christelijke opvattingen omtrent de tegenstellingen tussen Jodendom en christendom, oudtestamentisch en nieuwtestamentisch, waarbij de hellenistische Joden uiteraard aan de “goede kant” staan. Vandaar dus het consequente gebruik van Griekse of Latijnse namen als Jezus, Petrus, Paulus, Jacobus en Johannes in plaats van Yeshua, Keifa, Sha’ul, Ya’aqov en Yochanan. Deze opvatting komt bijzonder duidelijk naar voren in de misvatting dat de vermeende naamsverandering van Sha’ul iets te maken zou hebben met zijn bekering. Wie kent niet de veel gebruikte uitspraak: “Van Saulus werd een Paulus” als iemand zijn leven positief heeft veranderd. Dus toen Sha’ul nog een religieuze Jood was heette hij Saulus, en toen was hij een slecht mens. Maar toen hij een christen werd, dus een goed mens, noemde hij zich Paulus en deed afstand van zijn Joodse naam. Deze verandering van slecht naar goed, van Jood naar christen, van de Hebreeuwse naam naar de Romeinse naam was één van de voedingsbodems voor christelijk antisemitisme en het berust in het geheel niet op waarheid. In tegenstelling tot Joden die de Bijbel woord voor woord uitpluizen, zijn christenen vaak gewend om over een heleboel dingen heen te lezen, zo ook wat Paulus betreft. Er staat nergens dat zijn naam ooit veranderd is, laat staan dat die naamsverandering iets te maken zou hebben met zijn bekering en nieuw leven. Hij heette namelijk vanaf zijn geboorte tot zijn dood aan toe zowel lva> Sha’ul voor de Joden alsook Paulus voor de Romeinen en Pauloz Paulos voor de Grieken. Als Romeins staatsburger genoot hij namelijk het voorrecht om twee namen te mogen dragen. Zijn familie leefde in twee werelden en stond met de ene voet in de Griekse en met de andere voet in de Joodse cultuur. Van zijn ouders kreeg hij derhalve zowel de Hebreeuwse naam Sha’ul, hetgeen betekent: “Hij om wie gebeden is” alsook de Latijnse naam Paulus, hetgeen “de kleine” betekent. Er is dus geen sprake van, dat hij na zijn bekering zijn Joodse naam zou hebben afgelegd. Leest u het zelf maar: in tvlipm Mif’alot [Handelingen] 9 lezen we over de bekering van Saulus, en in de hoofdstukken 11 en 13 op zijn zendingsreizen naar Fenicië, Cyprus en Antiochië, heet hij nog steeds Saulus terwijl hij al lang bekeerd was. In Handelingen 13:9 in de vertaling van “Het Boek” wordt het zelfs nadrukkelijk vermeldt, dat hij reeds zijn hele leven lang beide namen naast elkaar had: “Saulus, die toen al Paulus werd genoemd…”. In de NBG-vertaling lezen wij: “Doch Saulus, anders gezegd Paulus…”, maar de statenvertaling“ is zelfs nog duidelijker: “Doch Saulus, die ook Paulus genaamd is…”. Ook in het Engels staat er: “Then Saul, who also is called Paul…”. U ziet dat veel christelijke opvattingen niet berusten op bijbelse waarheden, maar op persoonlijke interpretaties, die een eigen leven zijn gaan leiden. Zo ook het gebruik van Griekse namen voor Joodse mensen. Sha’ul zou het niet in zijn hoofd gehaald hebben om in de omgang met zijn eigen Joodse volksgenoten de Romeinse naam Paulus te gebruiken. En Shim’on, door Yeshua ook Keifa genoemd, die een eenvoudige visser was en derhalve geen woord Grieks sprak, wist niet eens, dat hij later onder de Romeinse naam Petrus wereldwijd bekend zou worden. Weet u, Europeanen kunnen zich over het algemeen moeilijk verplaatsen in de gevoelens van een gekoloniseerd volk jegens de kolonisatoren, omdat zij gedurende de koloniale geschiedenis meestal zelf de kolonisatoren waren! Daarom ben ik genoodzaakt om terug te grijpen op de jongste geschiedenis. Tijdens de Duitse bezetting in ‘40-‘45 waren er ook talrijke Nederlanders, die pro-Duits waren, maar vertegenwoordigden zij het Nederlandse volk? Natuurlijk niet! En datzelfde geldt dus ook voor de hellenistische Joden. Het Grieks was voor de Joden, die hun taal en cultuur trouw gebleven waren (óók in de diaspora) toch de taal van de vijand, en zo werden de hellenistische Joden dan ook vaak gezien als overlopers. Zo is het gebruik van Griekse namen het grootste struikelblok bij de poging van christenen om Joden met het Evangelie te bereiken. Wil men de kloof tussen Jodendom (al dan niet Messiasbelijdend) en christendom overbruggen, zou men toch ook binnen de kerken op zijn minst op de hoogte moeten zijn van de oorspronkelijke Hebreeuwse namen en sowieso in de omgang met Joden dan ook toepassen.

Joodse opvatting van namen:

Een veelgehoorde kreet in de westerse wereld is tegenwoordig helaas: “What’s in a name?” In Nederland zegt men: “Als het beestje maar een naam heeft”. Een naam is tegenwoordig dus van ondergeschikt belang. Ouders letten bij de naamgeving voornamelijk op de leuke klank van een naam. Een naam moet gewoon lekker klinken zegt men. Een modeverschijnsel is ook, dat men kinderen vernoemt naar pop-, sport- of filmsterren. Sommige ouders geven hun kinderen zelfs fantasienamen, die ze zelf verzonnen hebben. Bijna niemand let nog op de betekenis van een naam. Heel anders is het in het Jodendom! Het Joodse denken hecht bijzonder veel waarde aan de naamgeving. Reeds de namen van het Joodse volk zélf en haar taal hebben een speciale betekenis: de Israëlieten worden ook Ivrim ,yrbi [Hebreeën] genoemd en hun taal heet Ivrit tyrbi [Hebreeuws]. De stam van deze worden is ayin i vet b en resh r hetgeen ever rbi ofwel “overkant” of “de andere kant” betekent. De Ivrim [Hebreeën] stonden “aan de andere kant” in oppositie tegenover de heidense afgodencultuur. Zij proclameerden het zuivere monotheïsme in een hun vijandig gezinde wereld. In feite is dat nog steeds zo. Maar het verschil met toen is, dat er nu ook miljoenen gelovigen uit de volken naast hun Joodse broeders en zusters “aan de andere kant” staan (of behoren te staan), en dat maakt eigenlijk ook hun tot Ivrim. We zien dus, dat de naamgeving in het Jodendom van groot belang is. Om dat te begrijpen, moeten wij ons steeds voor de geest houden dat, volgens de Joodse opvatting, een naam de persoon zelf vertegenwoordigt en er een natuurlijk geheel mee vormt. De naam is niet alleen uitdrukking van het wezen, maar is er ook mee geladen. Dit hangt samen met de manier waarop de oosterling denkt: reeds de gedachten en de plannen van de menselijke geest staan veel dichter bij de werkelijkheid dan in de westerse manier van denken het geval is. We komen het in B’rit haChadasha h>dxh tyrb [het z.g. Nieuwe Testament] tegen, als Yeshua toorn jegens een broeder gelijk stelt met moord en het kijken naar een vrouw gelijk stelt met echtbreuk. Dat geldt voor de gedachte, maar nog meer voor het gesproken woord. Er gaat een kracht van uit die gestalte geeft aan de werkelijkheid. De naam is dus onvervreemdbaar eigen aan een persoon, een plaats of een voorwerp. Rabbi Eliahu Dessler stelt, dat een pasgeboren kind niet toevallig een naam krijgt. De naam die de ouders in gedachten hebben, geldt als een n’vua ketana, een kleine profetie, omdat in de naam het wezen van het nieuwe mensje tot uitdrukking komt. Bewijzen voor deze stelling vinden we zowel in de TeNaCH alsook in B’rit haChadasha, het z.g. Oude- en Nieuwe Testament. Het begint reeds in ty>arb B’reshit [Genesis] met ,da Adam hetgeen simpelweg mens betekent. Het Hebreeuwse woord ,da Adam [mens] laat zich echter gemakkelijk met Adama h,da [aarde] associëren, hetgeen verwijst naar het feit, dat Adam van aarde is gemaakt. Over de naamgeving van hvx Chava [Eva] lezen we in ty>arb B’reshit [Genesis] 3:20 het volgende: “En de mens noemde zijn vrouw Chava [de leven gevende], omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”. U ziet dat ook hier de verbastering Eva totaal zonder betekenis is terwijl het Hebreeuwse origineel Chava hvx duidelijk verband houdt met yx Chai (leven). We gaan verder met Genesis 4:1, waarin staat: “De mens nu had gemeenschap met Chava, en zij werd zwanger en baarde ]yq Qa’in [Kaïn]; en zij zeide: Ik heb met de hulp van Adonai een man verkregen”. Deze uitspraak van Chava slaat op de naam die ze aan het kind heeft gegeven, want ]yq Qa’in betekent: “de verworvene”. De naam van haar tweede kind geeft reeds bij zijn geboorte aan, dat hij geen lang leven had te verwachten, want in vers 2 lezen wij, dat ze hem lbh Hevel [Abel] heeft genoemd, dat is “de vergankelijke”. Hij werd door zijn broer vermoord. Hier gaat de stelling dat de naamgeving een kleine profetie is, beslist heel letterlijk op. Onze opvatting, dat bij een vergrieksing van Joodse namen daarentegen de diepere betekenis daarvan verloren gaat, zien wij duidelijk bevestigd bij de naam Elizabeth (Eleisabet). Het Hebreeuwse origineel ib>yla Elisheva betekent “mijn G’d is volmaakt”. la El betekent “G’d”, yla Eli is “mijn G’d” en ib> Sheva betekent “volmaakt”. Typisch Joods is hierbij het feit, dat ib> Sheva tevens ook de Hebreeuwse naam van het getal “zeven” is, en zoals u weet is de zeven het getal van de volmaaktheid! De combinatie “El” en “Sheva”, dus “G’d” en “volmaaktheid” missen wij in de Griekse versie Elizabeth!

De namen van de stamvaders:

Het typisch Joodse verschijnsel, dat er bij de naamgeving meteen een uitspraak over de betekenis daarvan wordt gedaan vinden we o.a. bij de stamvaders van Israël: “En Lea werd zwanger, baarde een zoon, en gaf hem de naam ]bvar R’uven [zie: een zoon!], want, zo zeide zij, voorwaar, de Eeuwige heeft mijn ellende aangezien; voorwaar nu zal mijn man mij liefhebben. En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zeide: Voorwaar, de Eeuwige heeft gehoord, dat ik niet bemind ben, en heeft mij ook deze geschonken; en zij gaf hem de naam ]vim> Shim’on [de verhoorde]. Wederom werd zij zwanger, baarde een zoon, en zeide: Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen gebaard heb; daarom gaf ze hem de naam yvl Levi [de zich aansluitende]. En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zeide: Nu zal ik de Eeuwige loven; daarom gaf zij hem de naam hdvhy Y’huda (hij die de Eeuwige looft). Toen hield zij op met baren.” (ty>arb B’reshit [Genesis 29:32-35]. “Toen zeide Rachel: G’d heeft mij recht verschaft, ook heeft Hij mij verhoord en mij een zoon gegeven; daarom gaf zij hem de naam ]d Dan [rechter]. Wederom werd Bil’ha, de slavin van Rachel, zwanger en baarde Ya’aqov een tweede zoon. Toen zeide Rachel: Op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zuster geworsteld, ook heb ik overmocht; en zij gaf hem de naam yltpn Naf’tali [lvtpn Naf’tul = conflict].” (30:6-8). “En Zil’pa, de slavin van Lea baarde Ya’aqov een zoon. Toen zeide Lea: Het geluk is gekomen, en zij gaf hem de naam dg Gad [trots, groot]. En Zil’pa, de slavin van Lea, baarde Ya’aqov een tweede zoon. Toen zeide Lea: Ik gelukkige! Voorzeker zullen de jongedochters mij gelukkig prijzen; en zij gaf hem de naam r>a Asher [gelukzaligheid].” (30:10-13). “En G’d hoorde naar Lea, zij werd zwanger en baarde Ya’aqov een vijfde zoon. Toen zeide Lea: G’d heeft mij mijn loon gegeven, omdat ik mijn slavin aan mijn man gegeven heb; en zij gaf hem de naam rk>>y Yisas’char [G’d geeft loon]. Wederom werd Lea zwanger en baarde Ya’aqov een zesde zoon. Toen zeide Lea: G’d heeft mij een schoon geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik hem zes zonen gebaard heb; en zij gaf hem de naam ]vlbz Z’vulon [de vorstelijke].” (30:17-20). “Toen gedacht G’d Rachel, en G’d verhoorde haar; Hij opende haar schoot, en zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zeide zij: G’d heeft mijn smart weggenomen; en zij gaf hem de naam [cvy Yosef [de Eeuwige heeft toegevoegd], zeggende: Moge de Eeuwige mij er nog een andere zoon bijvoegen.” (30:22-24). “En voordat er een jaar van hongersnood kwam, werden Yosef twee zonen geboren, die Ash’nat, de dochter van Potifera, de priester van On, hem baarde. Yosef gaf aan de eerstgeborene de naam h>nm M’nashe [Hij die doet vergeten], want zeide hij: G’d heeft mij al mijn moeite doen vergeten, en ook het gehele huis mijns vaders. En aan de tweede gaf hij de naam ,yrpi Efrayim [de vruchtbare], want zeide hij: G’d heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land mijner ellende” (41:50-52). Aan de hand van deze opsomming wordt duidelijk dat elke Joodse naam een diepere betekenis heeft.

De naam in de Joodse traditie:

Een Jood leeft in zijn naam en leeft er in voort. Hij sterft gerust in de zekerheid, dat zijn naam voort zal leven in zijn nageslacht of tenminste in een duurzaam grafmonument. De grootste ramp die iemand kan treffen, is, dat zijn naam wordt uitgeroeid, dat hij geen nageslacht heeft. Dat verklaart ook, waarom de zorg voor het nageslacht zo een centrale plaats inneemt in de Bijbel. Om de naam te laten voortleven, worden Joodse kinderen doorgaans naar overleden familieleden vernoemd. Een ander aanknopingspunt voor een naam vormt het tijdstip van de geboorte. Een kind, dat op tb> Shabat geboren is, wordt dikwijls ytb> Shab’tai genoemd. Maar een Purim-kind heet uiteraard rtca Ester of ykdrm Mordechai en een Chanuka-kind wordt meestal naar vhyttm Matityahu vernoemd, de leider van de Maccabeeën in de opstand tegen de Hellenisten. Een kind, dat op Yom Kipur [Grote Verzoendag] wordt geboren, heet meestal ,ymxr Rachamim [barmhartigheid]. Volgens de >rdm Midrash (verzameling van verklaringen van Torateksten) heeft ieder mens drie namen: de naam die hij krijgt van zijn ouders, de naam waaronder hij bekend staat bij derden en als belangrijkste de naam die hij zich door zijn daden heeft verworven. Dit laatste vinden wij in yl>m Mishlei [Spreuken] 22:1, waarin wij aldus lezen: “Een goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom”. Ook het boek tlhq Qohelet [Prediker] haakt hierop in: “Een goede naam is beter dan goede olie” (7:1).

Namen van de Allerhoogste:

Over de naam van G’d volgt later een aparte bijbelstudie. Maar in dit kader wil ik mij nu beperken tot enkele van de vele namen, die gebruikt worden om Zijn echte naam te omzeilen. De bekendste is natuurlijk ynvda Adonai [Heer]. In B’reshit [Genesis] 17:1 wordt Hij yd> la El-Shadai [de Almachtige] genoemd. In Lucas 1:32 kennen wij Hem als ]vylih haElyon [de Allerhoogste], in Marcus 5:7 als ]vyli la El-Elyon [de allerhoogste G’d], in Marcus 14:61 daarentegen als !rbmh haM’vorach [de Gezegende]. In Matthéüs 26:64 noemt men Hem hrvbgh haG’vura [de Macht] en in Yochanan Alef [1 Johannes] 2:20 wordt Hij >vdqh haQadosh [de Heilige] genoemd. Een van de tegenwoordig meest gebruikte namen voor de Eeuwige vinden wij in Yochanan Gimel [3 Johannes] 1:7, namelijk: ,>h haShem [de Naam]. En met de naam boven alle naam wil ik deze bijbelstudie afsluiten, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden: Yeshua!

NAAM BOVEN ALLE NAAM

DE NAAM YESHUA – HASHEM YESHUA

clip_image001

 

Een van de meest opvallende kenmerken van een Messiasbelijdend >rdm=tyb Beit Midrash [leerhuis] is het consequente gebruik van de Hebreeuwse namen van de Bijbelse personen in plaats van hun Griekse varianten, want vertalingen kan men ze nauwelijks noemen. Elizabeth (Eleisabet) en Jacobus (IakwboV) zijn beslist geen Griekse vertalingen van ib>yla Elisheva en bqiy Ya’aqov maar veeleer vergrieksingen daarvan. Hetzelfde is het ook geval met de naam Johannes (IwauhV) die eigenlijk ]nxvy Yochanan zou moeten zijn. De Griekse schrijfwijze van Hebreeuwse namen was meestal niet gebaseerd op een vertaling, maar was veelal een impressionistische weergave van wat men méénde te horen. In veel gevallen ging de juiste betekenis van de oorspronkelijke namen, die deel uitmaken van de Joodse cultuur en identiteit, in de Griekse versie verloren en doortranscriberen naar het Nederlands louter op grond van de Griekse verbastering maakte de Joodse namen in onze christelijke Bijbels vrijwel onherkenbaar. En juist de diepere betekenis van een naam speelt sinds van ouds in het Joodse denken een uitermate belangrijke rol, want reeds in a lavm> Sh’mu’el alef [1 Samuël] 25:25 werd er gezegd: “Zoals iemand heet, zo is hij!” De eigennaam geeft de persoon aan en is een deel hiervan. G’d heeft in Zijn heilsplan niets aan het toeval overgelaten en dat geldt zeer zeker ook voor de keuze van de namen. Deze bijbelstudie is derhalve vooral bedoeld om een ieder ervan bewust te maken, dat wij met het uitspreken (of juist niet uitspreken) van namen héél zorgvuldig moeten leren omgaan. Neem als het meest in het oog springende voorbeeld de naam Jezus (IhsouV) eens. Weet u hoe Zijn familie en vrienden Hem in de dagelijkse omgang noemden toen Hij in Nazareth opgroeide, of onder welke naam Hij destijds door de overpriesters en schriftgeleerden in Jeruzalem werd aangeklaagd voor de religieuze rechtbank? Het was pertinent niet Jezus! En toch zijn veel christenen daarin erg hardleers. De bijbelvertalers probéérden niet eens om de oorspronkelijke Hebreeuwse uitspraak van de “naam boven alle naam” enigszins te benaderen maar gaven consequent de vergriekste vorm daarvan, IhsouV Iesous, weer op verschillende manieren, afhankelijk van de denominatie en de taal waarin men de Bijbel leest. Spaanse lezers bijvoorbeeld komen Jesús [spreek: Gesoes] tegen. De Italianen spellen Gesù [spreek: Dzjeezoe] en in het Engels zegt men zoals algemeen bekend Jesus [Dzjieses]. De Duitsers gebruiken eveneens de spelling Jesus, maar spreken het uit als Jeesoes. In het Latijn schrijft men de naam Jezus afwisselend als Iesus, Iesu, en Iesum, afhankelijk van de naamvallen. Dat is ook in het Duits het geval: Jesus Christus, Jesu Christi en Jesum Christum. Hetzelfde geldt ook voor alle andere namen in de Bijbel. Men doet geen enkele poging om de oorspronkelijke uitspraak na te bootsen. Maar wat is er zo moeilijk aan om Chava te zeggen in plaats van Eva, en waarom kan men de naam Moshe niet over de lippen krijgen als men het over Mozes heeft, terwijl men geen enkele moeite heeft met het uitspreken van de zelfde naam in verband met de voormalige Israëlische minister van defensie Moshe Dayan? Dat het uitspreken van een Hebreeuwse naam moeilijker zou zijn dan de Griekse variant daarvan wijs ik derhalve als argument van de hand, want zelfs geleerden die met de oorspronkelijke uitspraak van deze namen op de hoogte zijn, gebruiken bij voorkeur de Griekse en niet de Hebreeuwse namen, wanneer zij het hebben over Bijbelse personen. Volstrekte onzin is volgens mij ook het veel gehoorde argument: “Waarom zou ik Jezus op z’n Hebreeuws Yeshua moeten noemen? Ik ben toch geen Jood?” – Wel, een Griek bent u ook niet, dus waarom gebruikt u dan wel een Griekse naam? Bovendien was Yeshua zelf wél een Jood, dus wat is er op tegen om Hem bij zijn eigen naam te noemen? Interessant in dit verband is ook de manier hoe de vertalers omgaan met de personen in de Bijbel, die dezelfde naam dragen als onze Mashiach.

Naamgenoten van Yeshua

Nemen we als voorbeeld één van diens voorouders in het geslachtsregister, die in Lucas 3:29 in het Grieks Ihsou Iesou wordt genoemd en in het Latein Iesu. In de Leidse Vertaling staat dan ook Jezus, maar de Statenvertaling heeft er Joses van gemaakt en in onze NBG-vertaling lezen wij tenslotte Jozua, maar in de Hebreeuwse versie van dezelfde tekst is het uiteraard iv>y Yeshua. Maar ook in TeNaCH [het Oude Testament] komen wij de Hebreeuwse naam Yeshua diverse keren tegen. Zo wordt er bijvoorbeeld in arzi Ez’ra [Ezra] 2:2 alsook in hymxn Nechem‘ya [Nehemia] 7:7 en 12:1 gesproken over de ]hvk Kohen [priester] qdjvy=]b iv>y Yeshua Ben Yotzadaq [Jesua, de zoon van Josadak], die samen met lbbrz Z’rubavel [Zerubbabel] in het jaar 537 vóór de gewone jaartelling uit de ballingschap terugkeerde. Hij leidde de wederopbouw van het altaar (arzi Ez’ra [Ezra] 3:2) en van de tempel (arzi Ez’ra [Ezra] 3:8, 4:3 en 5:2). Na alle eerder genoemde versies (Jezus, Joses en Jozua) komt de hier genoemde Jesua het meest in de buurt van Yeshua. De logische vraag is dan: als de vertalers dus wel in staat blijken te zijn de oorspronkelijke naam Yeshua in de vorm van Jesua enigszins te benaderen, waarom doen ze dat dan wel bij een gewone aardse priester, maar niet bij onze hemelse Hogepriester? Of wil men Hem soms bewust van Zijn volk Israël loskoppelen?

In Mijn Naam…

Bij Zijn afscheid, vlak voordat Hij ten hemel gevaren was, zei de xy>m Mashiach [Messias] tegen Zijn mydymlt Talmidim [discipelen]: “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in Mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marcus 16:17-18). – “In Mijn naam…” Welke naam zou hier wel bedoeld zijn? Jezus??? Ik denk van niet! Als ú het over úw naam hebt, welke naam zult u dan bedoelen? De naam die u van uw ouders hebt gekregen en die dan ook officieel geregistreerd staat, of gebruikt u de naam, die anderen aan u hebben gegeven? Dat kan dus een bijnaam zijn of een verbastering van uw naam omdat die misschien moeilijk is uit te spreken of zelfs een scheldnaam. Welnu, ik ga ervan uit, dat een ieder de naam voor zichzelf opeist, die legitiem is en elke verbastering daarvan afwijst. Als u tegen iemand die Monique heet Mona of Moontje zegt, zult u gegarandeerd te horen krijgen: “Zo heet ik niet!”. Een Marokkaanse collega van mij heet Sulayman, maar iedereen noemt hem gewoon Simon want dat is makkelijker. En toch heet hij niet zo. Een Hindoestaanse collega heet Chander, maar iedereen noemt hem Sander. Dat lijkt er op, klinkt Hollands, maar zo heet hij niet. Maar om terug te komen op de vraag, welke naam de Mashiach bedoeld zal hebben toen Hij zei: ”In Mijn naam…” zullen wij eerst een andere vraag moeten beantwoorden: Wie heeft Hem Zijn naam überhaupt gegeven? Waren het Zijn aardse ouders zoals normaal gebruikelijk is? Het antwoord vinden wij in vhyttm Matityahu [Matthéüs] 1:21, waarin een engel als boodschapper van de Eeuwige tegen [cvy Yosef [Jozef] over ,yrm Miryam [Maria] zegt: “Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam iv>y Yeshua [spreek: Jesjoea] geven want Hij is het die Zijn volk zal redden van hun zonden”. Hier hoort dus eigenlijk Yeshua te staan ongeacht of de engel nou Hebreeuws of Aramees gesproken heeft, want die naam is in beide talen hetzelfde, maar in elk geval niet Jezus! Het zou namelijk wel erg naïef zijn om te denken dat een engel als boodschapper van de G’d van Israël tegen een Israëliet uit het huis van David in het Grieks gesproken zou hebben! Bovendien zou het in het Grieks ook nergens op slaan, want de diepere betekenis van de Hebreeuwse naam iv>y Yeshua is namelijk “Redder”. Dat is in het Grieks niet het geval. In die taal is “Redder” namelijk SwthraV Sotiras en “Verlosser” is LutrwthV Litrotis. Beide woorden lijken in de verste verte niet op IhsouV Iesous, waarvan de Nederlandse variant Jezus is afgeleid. Neen, de enig legitieme naam, die “Redder” betekent, is iv>y Yeshua! Hierbij ligt de klemtoon op de u. Maar als men de klemtoon plaatst op de a, dan wordt het hiv>y Yeshu’a hetgeen “redding” betekent. Interessant is daarom de woordspeling in de bovengenoemde tekst: “Zij zal een Zoon baren en gij zult Hem de naam Redder geven, want Hij is het, die Zijn volk zal redden van hun zonden.” – In het Hebreeuws is dit:

.,hytauxm vmi9ta iy>vy avh yk iv>y vm>9ta tarqv ]b tdly ayhv

“V’hi y’leded Ben v’qarat et-sh’mo Yeshua ki hu yoshia et-amo mechatoteihem”.

Het werkwoord redden is hier iy>vy yoshia, dat dus duidelijk in verband met de naam iv>y Yeshua wordt gebruikt. In het Grieks missen wij deze link. Onze in Nederland zeer bekende Joodse zuster Rebecca de Graaf-van Gelder heeft eens over de naamgeving van de Mashiach het volgende geschreven: “Die vergriekste naam is een eigen leven gaan leiden en hierdoor is de identiteit van Israëls Messias verloren gegaan, zodat men steeds moet uitleggen: ‘Ja, maar Jezus was een Jood’. Zo’n 2000 jaren hebben de kerken dit (zeker voor Israël) verduisterd. Men heeft van Hem en Zijn volgelingen een christen, christenen gemaakt. Wat denkt u van die Joodse herders daar in de velden van Efrata, bij de aankondiging van de geboorte van de Messias, dat de engel gezegd zou hebben: ‘Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk (Israël) wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Here, in de stad Davids’. Die eenvoudige herders verstonden geen Grieks neem ik aan. Ook komt het mij vreemd voor dat vanuit de geopende hemel Grieks gesproken is. In alle geval hebben de herders de taal uit de hemel verstaan, want ze zijn meteen gaan kijken en hebben gevonden waarvan de engel hen vertelde: zij gingen het Woord zien!” Tot zover tante Rebecca. Wat voor de herders gold, is ook voor Yosef [Jozef] van toepassing: ook hij als eenvoudige timmerman zal volgens mij geen Grieks hebben gesproken en zo zal de boodschapper van de Eeuwige beslist niet de naam Jezus genoemd hebben zoals in de christelijke bijbels staat, maar Zijn echte Hebreeuwse naam iv>y Yeshua! Dezelfde engel maakte deze naam ook aan Miryam [Maria] bekend, zoals wij in Lucas 1:31 lezen: “En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren en gij zult Hem de naam Yeshua geven”.

.iv>y vm> tarqv]b tdlyv hrh ;nhv

“V’hinach hara v’yaladet Ben v’qarat sh’mo Yeshua.” – Wanneer vond de naamgeving plaats? Hier in Europa is het de gewoonte, dat dit reeds bij de geboorte van een baby gedaan wordt i.v.m. de geboortekaartjes en bij de rooms-katholieken bij de doop, vandaar dat men spreekt van ‘doopnaam’. Bij de Joden krijgt een jongetje zijn naam echter bij de hlym=tyrb B’rit-mila, [besnijdenis], die acht dagen na de geboorte plaats vindt. Bij de ceremoniële orde van de hlym=tyrb B’rit-mila [besnijdenis] wordt door de lhvm Mohel [besnijder] het volgende gebed uitgesproken: “Behoud dit kind voor zijn vader en zijn moeder. Zijn naam zal in Israël zijn: N.N., de zoon van N.N. Moge de vader zich verheugen over zijn eigen kind en moge zijn moeder zich verblijden over de vrucht van haar schoot”. Zo was het ook met Yeshua. Ook Hij kreeg Zijn naam pas bij de hlym=tyrb B’rit-mila: “En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam iv>y Yeshua, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen” (Lucas 2:21). Vanaf het begin heeft de Eeuwige dus al de naam Yeshua voorbestemd voor Zijn Zoon, niet een Griekse variant daarvan, en uitsluitend door de naam Yeshua kunnen wij behouden worden, zoals Keifa haShaliach [de apostel Petrus] in tvlipm Mif’alot [Handelingen] 4:12 duidelijk zegt: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden!” – Als wij er van uitgaan dat de engel geen Grieks sprak in zijn boodschap aan Yosef [Jozef] en Miryam [Maria] en dus de oorspronkelijke Hebreeuwse naam Yeshua noemde, dan sluit bovengenoemde tekst dus elke andere naam uit. Helaas zijn er tegenwoordig maar weinigen in de christelijke wereld, die de naam Yeshua kennen, laat staan dagelijks gebruiken, behalve dan de Messiasbelijdende gelovigen. Maar in de eerste hrv>b B’sora [het eerste Evangelie] lezen wij, dat ook de ,yvg Goyim [heidenen ofwel niet-joden] de naam Yeshua behoren te kennen: “En op Zijn naam zullen de heidenen hopen” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 12:21). Het kennen en gebruiken van Zijn echte naam heeft uiteraard ook onaangename gevolgen voor ons, want de vijand vindt dat natuurlijk niet leuk. Daarom wilde Yeshua ons reeds daar op voorbereiden, toen Hij zei: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om Mijns Naams wil (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 24:9). Welke naam hier op de eerste plaats wordt bedoeld, blijkt heel duidelijk in het land van de Mashiach zelf, want zolang de staat Israël bestaat hebben daar de christenen, die de naam “Jezus” belijden en verkondigen, nooit noemenswaardige problemen gehad met religieuze Joden. Maar sinds er in toenemende mate Joodse mensen tot bekering komen, die de naam “Yeshua” belijden, is het hek van de dam! Vooral de orthodoxe Joden reageren heel agressief en vijandig op de aanwezigheid van de Messiasbelijdende Joodse gemeenten, terwijl de “gewone” christelijke kerken min of meer onaangetast blijven. In Israël maakt het dus wel degelijk iets uit of je nu de ene of de andere naam van onze Zaligmaker gebruikt! Het is dus zeker waar, wat Yeshua zei ten opzichte van het belijden van Zijn naam, maar Hij voegt er nog een belangrijke zin aan toe om ons te bemoedigen om vooral daarmee door te gaan: “En gij zult door allen gehaat worden om Mijns Naams wil; maar wie volhardt tot het einde die zal behouden worden” (vhyttm Matit’yahu [Matthéüs] 10:22). Natuurlijk hangt onze behoudenis niet uitsluitend af van het al dan niet kennen van Zijn naam. Gelukkig niet! Onze G’d is immers een Vader die van Zijn kinderen houdt en Hij is genadig om óók de gebeden te verhoren die in de naam van “Jezus” worden uitgesproken. Maar let wel: iedereen vindt het fijn om bij zijn eigen naam genoemd te worden. Dat geldt óók voor Yeshua!

Noodoplossing

Ik ben het volgende van mening: indien het Nieuwe Verbond in de plaats van het Oude zou zijn gekomen, wat dikwijls wordt beweerd, en als de christelijke Kerk als G’ds volk in de plaats van Israël zou zijn gekomen, dan was onze Verlosser niet in Israël geboren, en zeker niet in de stad van David, maar in Griekenland, Rome of elders. En als de Eeuwige had gewild dat Zijn Zoon een Griekse naam zou dragen en onder die naam wereldwijd bekend gemaakt zou worden, dan was Hij wel als Griek of Romein op aarde gekomen en niet als Jood uit het geslacht van David! Er werd eens aan mij gevraagd: “Als het G’ds bedoeling was dat Zijn Zoon uitsluitend bij Zijn Hebreeuwse naam Yeshua zou worden genoemd, hoe is het dan te verklaren dat Paulus in zijn brieven, die hij toch echt wel in het Grieks heeft geschreven en niet in het Hebreeuws, consequent de Griekse naam IhsouV Iesous gebruikte en niet de Hebreeuwse naam iv>y Yeshua? Die brieven maken toch ook deel uit van G’ds Woord en als Paulus er geen moeite mee had om de Griekse naam Jezus te gebruiken, dan zou dit voor ons toch ook geen probleem mogen zijn?” Inderdaad, Paulus had werkelijk geen enkele moeite met het schrijven van Iesous (IhsouV) in zijn Griekse brieven, maar het probleem is, dat hij daarentegen wel de grootste moeite had om de naam Yeshua in Griekse letters op papier te krijgen. Sterker nog: het was en is zelfs volstrekt onmogelijk! Paulus kon niet eens zijn eigen Hebreeuwse naam lva> Sha’ul in het Grieks schrijven, omdat de letter w Shin in het Griekse alfabet helemaal niet bestaat! Het wordt dus behelpen met een vage benadering. Als er geen w Shin is, moeten we het maar doen met de s Sin, en dat is in het Grieks dus de sSigma (S bij het begin, s in het midden en V aan het einde van een woord of naam). Zo is de gehelleniseerde vorm van Sha’ul dan ook Saoul Saoul of Sauloz Saulos. Hetzelfde geldt ook voor de w Shin in iv>y Yeshua. Daar komt nog bij dat de i Ayin oorspronkelijk een keelklank was die men nauwelijks kon horen, en zo veranderde iv>y Yeshua [spreek: Jesjoea] in Ihsou Iesou [spreek: Jesoe]. Afhankelijk van de naamval komt daar nog een sluit-“s” bij: Ihsouz Iesous [spreek: Jesoes]. Zo ontstond dus de naam Jezus als noodoplossing, want in het Grieks was het dus maar behelpen! Dat het maar behelpen was en geen officiële naam blijkt uit de onmogelijke Grieks/Hebreeuwse constructie van de naam Barjezus in Handelingen 13:6 Daar staat in het Grieks Barihsouz Bariesous. Dat betekent “zoon van Jezus”. In het Hebreeuws staat er inderdaad: iv>y=rb Bar-Yeshua want rb Bar is namelijk geen Grieks woord, maar een Hebreeuws woord en betekent “zoon”. Als die naam echt helemaal op z’n Grieks geschreven was zou er moeten staan: uioz tou Ihsouz Huios tou Iesous. Toch dat staat er niet, maar daarvoor wel een merkwaardig mengsel. Daaruit blijkt, dat de naam Bar-Yeshua hier weliswaar met Griekse letters geschreven is, maar niet in het Grieks vertaald. Het schrijven van Iesous wil dus niet zeggen dat die naam voortaan ook een officiële status zou krijgen. De Grieken hadden geen keus, maar zoals ik reeds opmerkte, zijn wij geen Grieken en Nederlanders kunnen de w Shin in tegenstelling tot de Grieken moeiteloos uitspreken en door middel van de combinatie “sj” of “sh” ook schrijven, dus wat houdt ons nog tegen om de naam Yeshua zo uit te spreken als het oorspronkelijk ook bedoeld was?

De Naam boven alle naam

Het is dus van groot belang voor ons om de naam Yeshua te kennen en om te weten, dat deze Hebreeuwse naam door de Eeuwige zelf aan Zijn Zoon is gegeven. In Filippenzen 2:9-11 lezen wij: “Daarom heeft G’d Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Yeshua zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Yeshua haMashiach is Heer, tot eer van G’d, de Vader!” – Hier wordt er gesproken over de naam boven alle naam, dus naam in enkelvoud. Niet Jezus én Yeshua én Isa, zoals Hij in de Qur’an [Koran] heet. Slechts één naam wordt genoemd: Yeshua! Dàt en niets anders zegt Keifa [Petrus] dus zoals reeds eerder geciteerd: “En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven. waardoor wij moeten behouden worden!” (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 4:12).

Hellenistische invloeden

Voorstanders van de vergriekste vorm van de naam Yeshua beroepen zich op de sterke hellenistische invloeden binnen het toenmalige Jodendom en de Septuaginta, de eerste Griekse vertaling van TeNaCH, waarin deze naam reeds wordt weergegeven als Ihsouz Iesous, dus Jezus. En zo was Jezus onder de hellenistische Joden een heel gebruikelijke naam, en ook Jezus Christus zou daarin geen uitzondering vormen. Maar dat doet Hij wél, want als zoon van een eenvoudige timmerman uit Galilea was Hij helemaal geen hellenistische Jood, maar een rasechte Israëli, en Hij had dan ook niets te maken met de Septuaginta! Deze Griekse vertaling van de Hebreeuwse Geschriften ontstond omstreeks 280 vóór de gewone jaartelling uit de behoefte voor de eredienst van de Joden in de diaspora van de hellenistische wereld, die vervreemd waren van de taal van hun voorvaderen. Maar zowel Yeshua alsook Zijn Talmidim [discipelen], de Sh’lichim [apostelen] en drie van de vier evangelisten waren absoluut niet vervreemd van hun moedertaal, maar spraken het Aramees in hun dagelijkse omgang en het Hebreeuws in de eredienst! Bovendien bezat de Septuaginta als vertaling geen openbaringskarakter en in haar bestaan als kopie van het origineel bleef zij binnen het Jodendom slechts ondergeschikt aan de oorspronkelijke Hebreeuwse canon. Het christendom bracht daar verandering in door de canonisatie van de nieuwtestamentische Griekse geschriften en daardoor dus ook van de Septuaginta. Haar overname door de christenen was de diepste ingreep in de geschiedenis van de Septuaginta. In het Jodendom werd dit de reden tot een nieuwe bezinning op de relatie tussen de oorspronkelijke openbaring en de vertaling en een verscherping van opvattingen die oorspronkelijk reeds onder de Joden aanwezig waren. Hun houding tot deze Griekse vertaling van de Heilige Schrift werd mede bepaald door de diepe kloof die er bestond tussen de hellenistische en palestijnse Joden. De hellenistische Joden onderscheidden zich van hun volksgenoten principieel wat betreft hun geestelijke structuur (Grieks denken), taal (Grieks praten), politieke overtuiging (bekleden van openbare functies bij de heidenen) en hun culturele opvattingen (in sterk gehelleniseerde kringen bezocht men theaters, droeg Griekse kleding en men gebruikte Griekse of gehelleniseerde namen). De brede kloof tussen beide Joodse volksgroepen wordt tegenwoordig vaak over het hoofd gezien of men plaatst hem binnen het kader van de christelijke opvattingen omtrent de tegenstellingen tussen Jodendom en christendom, oudtestamentisch en nieuwtestamentisch, waarbij de hellenistische Joden uiteraard aan de “goede kant” staan. Vandaar dus het consequente gebruik van Griekse of Latijnse namen als Jezus, Petrus, Paulus, Jacobus en Johannes in plaats van Yeshua, Keifa, Sha’ul, Ya’aqov en Yochanan. Deze opvatting komt bijzonder duidelijk naar voren in de misvatting dat de vermeende naamsverandering van Sha’ul iets te maken zou hebben met zijn bekering. Wie kent niet de veel gebruikte uitspraak: “Van Saulus werd een Paulus” als iemand zijn leven positief heeft veranderd. Dus toen Sha’ul nog een religieuze Jood was heette hij Saulus, en toen was hij een slecht mens. Maar toen hij een christen werd, dus een goed mens, noemde hij zich Paulus en deed afstand van zijn Joodse naam. Deze verandering van slecht naar goed, van Jood naar christen, van de Hebreeuwse naam naar de Romeinse naam was één van de voedingsbodems voor christelijk antisemitisme en het berust in het geheel niet op waarheid. In tegenstelling tot Joden die de Bijbel woord voor woord uitpluizen, zijn christenen vaak gewend om over een heleboel dingen heen te lezen, zo ook wat Paulus betreft. Er staat nergens dat zijn naam ooit veranderd is, laat staan dat die naamsverandering iets te maken zou hebben met zijn bekering en nieuw leven. Hij heette namelijk vanaf zijn geboorte tot zijn dood aan toe zowel lva> Sha’ul voor de Joden alsook Paulus voor de Romeinen en Pauloz Paulos voor de Grieken. Als Romeins staatsburger genoot hij namelijk het voorrecht om twee namen te mogen dragen. Zijn familie leefde in twee werelden en stond met de ene voet in de Griekse en met de andere voet in de Joodse cultuur. Van zijn ouders kreeg hij derhalve zowel de Hebreeuwse naam Sha’ul, hetgeen betekent: “Hij om wie gebeden is” alsook de Latijnse naam Paulus, hetgeen “de kleine” betekent. Er is dus geen sprake van, dat hij na zijn bekering zijn Joodse naam zou hebben afgelegd. Leest u het zelf maar: in tvlipm Mif’alot [Handelingen] 9 lezen we over de bekering van Saulus, en in de hoofdstukken 11 en 13 op zijn zendingsreizen naar Fenicië, Cyprus en Antiochië, heet hij nog steeds Saulus terwijl hij al lang bekeerd was. In Handelingen 13:9 in de vertaling van “Het Boek” wordt het zelfs nadrukkelijk vermeldt, dat hij reeds zijn hele leven lang beide namen naast elkaar had: “Saulus, die toen al Paulus werd genoemd…”. In de NBG-vertaling lezen wij: “Doch Saulus, anders gezegd Paulus…”, maar de statenvertaling“ is zelfs nog duidelijker: “Doch Saulus, die ook Paulus genaamd is…”. Ook in het Engels staat er: “Then Saul, who also is called Paul…”. U ziet dat veel christelijke opvattingen niet berusten op bijbelse waarheden, maar op persoonlijke interpretaties, die een eigen leven zijn gaan leiden. Zo ook het gebruik van Griekse namen voor Joodse mensen. Sha’ul zou het niet in zijn hoofd gehaald hebben om in de omgang met zijn eigen Joodse volksgenoten de Romeinse naam Paulus te gebruiken. En Shim’on, door Yeshua ook Keifa genoemd, die een eenvoudige visser was en derhalve geen woord Grieks sprak, wist niet eens, dat hij later onder de Romeinse naam Petrus wereldwijd bekend zou worden. Weet u, Europeanen kunnen zich over het algemeen moeilijk verplaatsen in de gevoelens van een gekoloniseerd volk jegens de kolonisatoren, omdat zij gedurende de koloniale geschiedenis meestal zelf de kolonisatoren waren! Daarom ben ik genoodzaakt om terug te grijpen op de jongste geschiedenis. Tijdens de Duitse bezetting in ‘40-‘45 waren er ook talrijke Nederlanders, die pro-Duits waren, maar vertegenwoordigden zij het Nederlandse volk? Natuurlijk niet! En datzelfde geldt dus ook voor de hellenistische Joden. Het Grieks was voor de Joden, die hun taal en cultuur trouw gebleven waren (óók in de diaspora) toch de taal van de vijand, en zo werden de hellenistische Joden dan ook vaak gezien als overlopers. Zo is het gebruik van Griekse namen het grootste struikelblok bij de poging van christenen om Joden met het Evangelie te bereiken. Wil men de kloof tussen Jodendom (al dan niet Messiasbelijdend) en christendom overbruggen, zou men toch ook binnen de kerken op zijn minst op de hoogte moeten zijn van de oorspronkelijke Hebreeuwse namen en sowieso in de omgang met Joden dan ook toepassen.

Joodse opvatting van namen:

Een veelgehoorde kreet in de westerse wereld is tegenwoordig helaas: “What’s in a name?” In Nederland zegt men: “Als het beestje maar een naam heeft”. Een naam is tegenwoordig dus van ondergeschikt belang. Ouders letten bij de naamgeving voornamelijk op de leuke klank van een naam. Een naam moet gewoon lekker klinken zegt men. Een modeverschijnsel is ook, dat men kinderen vernoemt naar pop-, sport- of filmsterren. Sommige ouders geven hun kinderen zelfs fantasienamen, die ze zelf verzonnen hebben. Bijna niemand let nog op de betekenis van een naam. Heel anders is het in het Jodendom! Het Joodse denken hecht bijzonder veel waarde aan de naamgeving. Reeds de namen van het Joodse volk zélf en haar taal hebben een speciale betekenis: de Israëlieten worden ook Ivrim ,yrbi [Hebreeën] genoemd en hun taal heet Ivrit tyrbi [Hebreeuws]. De stam van deze worden is ayin i vet b en resh r hetgeen ever rbi ofwel “overkant” of “de andere kant” betekent. De Ivrim [Hebreeën] stonden “aan de andere kant” in oppositie tegenover de heidense afgodencultuur. Zij proclameerden het zuivere monotheïsme in een hun vijandig gezinde wereld. In feite is dat nog steeds zo. Maar het verschil met toen is, dat er nu ook miljoenen gelovigen uit de volken naast hun Joodse broeders en zusters “aan de andere kant” staan (of behoren te staan), en dat maakt eigenlijk ook hun tot Ivrim. We zien dus, dat de naamgeving in het Jodendom van groot belang is. Om dat te begrijpen, moeten wij ons steeds voor de geest houden dat, volgens de Joodse opvatting, een naam de persoon zelf vertegenwoordigt en er een natuurlijk geheel mee vormt. De naam is niet alleen uitdrukking van het wezen, maar is er ook mee geladen. Dit hangt samen met de manier waarop de oosterling denkt: reeds de gedachten en de plannen van de menselijke geest staan veel dichter bij de werkelijkheid dan in de westerse manier van denken het geval is. We komen het in B’rit haChadasha h>dxh tyrb [het z.g. Nieuwe Testament] tegen, als Yeshua toorn jegens een broeder gelijk stelt met moord en het kijken naar een vrouw gelijk stelt met echtbreuk. Dat geldt voor de gedachte, maar nog meer voor het gesproken woord. Er gaat een kracht van uit die gestalte geeft aan de werkelijkheid. De naam is dus onvervreemdbaar eigen aan een persoon, een plaats of een voorwerp. Rabbi Eliahu Dessler stelt, dat een pasgeboren kind niet toevallig een naam krijgt. De naam die de ouders in gedachten hebben, geldt als een n’vua ketana, een kleine profetie, omdat in de naam het wezen van het nieuwe mensje tot uitdrukking komt. Bewijzen voor deze stelling vinden we zowel in de TeNaCH alsook in B’rit haChadasha, het z.g. Oude- en Nieuwe Testament. Het begint reeds in ty>arb B’reshit [Genesis] met ,da Adam hetgeen simpelweg mens betekent. Het Hebreeuwse woord ,da Adam [mens] laat zich echter gemakkelijk met Adama h,da [aarde] associëren, hetgeen verwijst naar het feit, dat Adam van aarde is gemaakt. Over de naamgeving van hvx Chava [Eva] lezen we in ty>arb B’reshit [Genesis] 3:20 het volgende: “En de mens noemde zijn vrouw Chava [de leven gevende], omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”. U ziet dat ook hier de verbastering Eva totaal zonder betekenis is terwijl het Hebreeuwse origineel Chava hvx duidelijk verband houdt met yx Chai (leven). We gaan verder met Genesis 4:1, waarin staat: “De mens nu had gemeenschap met Chava, en zij werd zwanger en baarde ]yq Qa’in [Kaïn]; en zij zeide: Ik heb met de hulp van Adonai een man verkregen”. Deze uitspraak van Chava slaat op de naam die ze aan het kind heeft gegeven, want ]yq Qa’in betekent: “de verworvene”. De naam van haar tweede kind geeft reeds bij zijn geboorte aan, dat hij geen lang leven had te verwachten, want in vers 2 lezen wij, dat ze hem lbh Hevel [Abel] heeft genoemd, dat is “de vergankelijke”. Hij werd door zijn broer vermoord. Hier gaat de stelling dat de naamgeving een kleine profetie is, beslist heel letterlijk op. Onze opvatting, dat bij een vergrieksing van Joodse namen daarentegen de diepere betekenis daarvan verloren gaat, zien wij duidelijk bevestigd bij de naam Elizabeth (Eleisabet). Het Hebreeuwse origineel ib>yla Elisheva betekent “mijn G’d is volmaakt”. la El betekent “G’d”, yla Eli is “mijn G’d” en ib> Sheva betekent “volmaakt”. Typisch Joods is hierbij het feit, dat ib> Sheva tevens ook de Hebreeuwse naam van het getal “zeven” is, en zoals u weet is de zeven het getal van de volmaaktheid! De combinatie “El” en “Sheva”, dus “G’d” en “volmaaktheid” missen wij in de Griekse versie Elizabeth!

De namen van de stamvaders:

Het typisch Joodse verschijnsel, dat er bij de naamgeving meteen een uitspraak over de betekenis daarvan wordt gedaan vinden we o.a. bij de stamvaders van Israël: “En Lea werd zwanger, baarde een zoon, en gaf hem de naam ]bvar R’uven [zie: een zoon!], want, zo zeide zij, voorwaar, de Eeuwige heeft mijn ellende aangezien; voorwaar nu zal mijn man mij liefhebben. En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zeide: Voorwaar, de Eeuwige heeft gehoord, dat ik niet bemind ben, en heeft mij ook deze geschonken; en zij gaf hem de naam ]vim> Shim’on [de verhoorde]. Wederom werd zij zwanger, baarde een zoon, en zeide: Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen gebaard heb; daarom gaf ze hem de naam yvl Levi [de zich aansluitende]. En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zeide: Nu zal ik de Eeuwige loven; daarom gaf zij hem de naam hdvhy Y’huda (hij die de Eeuwige looft). Toen hield zij op met baren.” (ty>arb B’reshit [Genesis 29:32-35]. “Toen zeide Rachel: G’d heeft mij recht verschaft, ook heeft Hij mij verhoord en mij een zoon gegeven; daarom gaf zij hem de naam ]d Dan [rechter]. Wederom werd Bil’ha, de slavin van Rachel, zwanger en baarde Ya’aqov een tweede zoon. Toen zeide Rachel: Op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zuster geworsteld, ook heb ik overmocht; en zij gaf hem de naam yltpn Naf’tali [lvtpn Naf’tul = conflict].” (30:6-8). “En Zil’pa, de slavin van Lea baarde Ya’aqov een zoon. Toen zeide Lea: Het geluk is gekomen, en zij gaf hem de naam dg Gad [trots, groot]. En Zil’pa, de slavin van Lea, baarde Ya’aqov een tweede zoon. Toen zeide Lea: Ik gelukkige! Voorzeker zullen de jongedochters mij gelukkig prijzen; en zij gaf hem de naam r>a Asher [gelukzaligheid].” (30:10-13). “En G’d hoorde naar Lea, zij werd zwanger en baarde Ya’aqov een vijfde zoon. Toen zeide Lea: G’d heeft mij mijn loon gegeven, omdat ik mijn slavin aan mijn man gegeven heb; en zij gaf hem de naam rk>>y Yisas’char [G’d geeft loon]. Wederom werd Lea zwanger en baarde Ya’aqov een zesde zoon. Toen zeide Lea: G’d heeft mij een schoon geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik hem zes zonen gebaard heb; en zij gaf hem de naam ]vlbz Z’vulon [de vorstelijke].” (30:17-20). “Toen gedacht G’d Rachel, en G’d verhoorde haar; Hij opende haar schoot, en zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zeide zij: G’d heeft mijn smart weggenomen; en zij gaf hem de naam [cvy Yosef [de Eeuwige heeft toegevoegd], zeggende: Moge de Eeuwige mij er nog een andere zoon bijvoegen.” (30:22-24). “En voordat er een jaar van hongersnood kwam, werden Yosef twee zonen geboren, die Ash’nat, de dochter van Potifera, de priester van On, hem baarde. Yosef gaf aan de eerstgeborene de naam h>nm M’nashe [Hij die doet vergeten], want zeide hij: G’d heeft mij al mijn moeite doen vergeten, en ook het gehele huis mijns vaders. En aan de tweede gaf hij de naam ,yrpi Efrayim [de vruchtbare], want zeide hij: G’d heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land mijner ellende” (41:50-52). Aan de hand van deze opsomming wordt duidelijk dat elke Joodse naam een diepere betekenis heeft.

De naam in de Joodse traditie:

Een Jood leeft in zijn naam en leeft er in voort. Hij sterft gerust in de zekerheid, dat zijn naam voort zal leven in zijn nageslacht of tenminste in een duurzaam grafmonument. De grootste ramp die iemand kan treffen, is, dat zijn naam wordt uitgeroeid, dat hij geen nageslacht heeft. Dat verklaart ook, waarom de zorg voor het nageslacht zo een centrale plaats inneemt in de Bijbel. Om de naam te laten voortleven, worden Joodse kinderen doorgaans naar overleden familieleden vernoemd. Een ander aanknopingspunt voor een naam vormt het tijdstip van de geboorte. Een kind, dat op tb> Shabat geboren is, wordt dikwijls ytb> Shab’tai genoemd. Maar een Purim-kind heet uiteraard rtca Ester of ykdrm Mordechai en een Chanuka-kind wordt meestal naar vhyttm Matityahu vernoemd, de leider van de Maccabeeën in de opstand tegen de Hellenisten. Een kind, dat op Yom Kipur [Grote Verzoendag] wordt geboren, heet meestal ,ymxr Rachamim [barmhartigheid]. Volgens de >rdm Midrash (verzameling van verklaringen van Torateksten) heeft ieder mens drie namen: de naam die hij krijgt van zijn ouders, de naam waaronder hij bekend staat bij derden en als belangrijkste de naam die hij zich door zijn daden heeft verworven. Dit laatste vinden wij in yl>m Mishlei [Spreuken] 22:1, waarin wij aldus lezen: “Een goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom”. Ook het boek tlhq Qohelet [Prediker] haakt hierop in: “Een goede naam is beter dan goede olie” (7:1).

Namen van de Allerhoogste:

Over de naam van G’d volgt later een aparte bijbelstudie. Maar in dit kader wil ik mij nu beperken tot enkele van de vele namen, die gebruikt worden om Zijn echte naam te omzeilen. De bekendste is natuurlijk ynvda Adonai [Heer]. In B’reshit [Genesis] 17:1 wordt Hij yd> la El-Shadai [de Almachtige] genoemd. In Lucas 1:32 kennen wij Hem als ]vylih haElyon [de Allerhoogste], in Marcus 5:7 als ]vyli la El-Elyon [de allerhoogste G’d], in Marcus 14:61 daarentegen als !rbmh haM’vorach [de Gezegende]. In Matthéüs 26:64 noemt men Hem hrvbgh haG’vura [de Macht] en in Yochanan Alef [1 Johannes] 2:20 wordt Hij >vdqh haQadosh [de Heilige] genoemd. Een van de tegenwoordig meest gebruikte namen voor de Eeuwige vinden wij in Yochanan Gimel [3 Johannes] 1:7, namelijk: ,>h haShem [de Naam]. En met de naam boven alle naam wil ik deze bijbelstudie afsluiten, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden: Yeshua!

DE PROFEET ZEFANIA VERKLARINGEN

RONNY GAYTANT BIBLESPACE

GOD VERANDERDE MENSEN

via PINSTEREN VERANDERDE MENSEN

doopdienst-oostduinkerke

god verlangt naar u

PSALM 8 JHWH

JHWH

god wie is echt gelukkig vandaag ?

GOD IS AAN HET WERK VANDAAG

GOD SPRAK EENS

WIE IS GOD?

BIBLESPACE - RONNY GAYTANT- EVANGELIST - BIJBELONDERZOEK - OOSTDUINKERKE

clip_image001

clip_image001

Het lijkt voor de mens wel moeilijk te zijn een gedachte of een beeld te vormen van wie God wel eigenlijk is. Christenen en de Joden weten dat er maar één God is, de God van Israel is de enige ware God, Schepper van de hemel en de aarde.(Niet aarden!) Deze morgen willen we eens luisteren wat God wel zegt over Zichzelf, en daarom hebben wij de Bijbel nodig, dit is de enige betrouwbare bron, om iets te weten over het karakter van God. Andere geloofsboeken zijn onbetrouwbaar en onzeker. Wij willen ook wel eens weten wat God ook doet in de hemel. Wat iemand zegt en doet geeft ook te kennen wie iemand is. Wij vragen wel eens: Wat doet die of die? Dan kunnen wij een profiel vormen over die mens.

8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het…

View original post 1.492 woorden meer

god verlangt naar u!

GODS WIL IS WET

GODS WIL IS WET

BENT U ONVERSCHILLIG TEGENOVER GOD

ONVERSCHILLIGHEID VAN ESAU

GOD VERANDERDE MENSEN

via PINSTEREN VERANDERDE MENSEN

doopdienst-oostduinkerke

7 PSALM GOD IS RECHTVAARDIG

DE BRIL VAN GOD

EVEN KIJKEN DOOR GODS BRIL!

clip_image002

Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.Rom.8:28

Er gebeuren in ons leven vele dingen, waarvan wij ons afvragen waarom moet ik bepaalde dingen meemaken, ervaren, beleven, mijn hartenpijn, mijn verdriet. Zie ik dan ook nog de zegeningen? Wij kunnen enorm veel leren uit onze levenservaringen die wij opdoen in ons dagelijks leven.

Er is volgens God een duidelijk verschil tussen de levenservaringen van een wedergeboren Bijbelgelovige en een ongelovige, bijzonder in het verwerken van gebeurtenissen die een mens overkomen.

Is het levenslot van een mens te veranderen? JA, God doet het voor wie het wil!

Voorwaarden opdat alles een positief eindresultaat zou hebben

God wil alles laten medewerken voor de bestwil van een mens, op voorwaarde dat de mens wil luisteren naar god. Het zijn niet de dingen op zichzelf die meewerken, maar wel god die de gebeurtenissen en de omstandigheden laat medewerken in het voordeel en tot doel van zijn behoud;

Mensen die God liefhebben,

scherp zwaard

Ps.145:20 De HERE bewaart allen die Hem liefhebben, maar Hij verdelgt alle goddelozen.

Wie luistert, krijgt van God bescherming tegen het kwaad, en zal nooit de tweede dood ervaren!

Mattheüs 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.

Wie god liefheeft of dat zegt moet keuzes maken. Recht of onrecht. Geestelijke familie komt op de eerste plaats; zijn levensdoel is gewijzigd, hij leeft niet meer om rijk te worden, maar om rijk te worden in christus. Zij die geen rekening houden met houden zijn zijn vrienden niet meer!

Johannes 14:21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.

Wie luistert naar gods raadgevingen zit op de goede weg en zal zegen ervaren;

Die naar zijn voornemen geroepen zijn.

God heeft alles onder controle. Hij wist reeds lang tevoren wie er zijn uitnodiging zou aanvaarden!

Hij heeft die mensen gerechtvaardigd en gereinigd van zonde en bevrijd van de macht der zonde. God ziet ons zoals wij later zullen zijn in de hemel!

Mattheüs 22:14 Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Wie niet wil luisteren blijft zijn levenslot een noodlot.

1 Corinthiërs 7:24 Broeders, iedereen blijve voor God in die toestand, waarin hij werd geroepen.

Verschillende malen wijst Paulus erop dat de mensen niet dienen te veranderen van hun roeping in de wereld, qua beroep of besnijdenis of echtgeno(o)t(e)

Alles werkt mede ten goede, hoe moeilijk ook!

Voorbeeld:

Genesis 37:28 Toen Midjanitische mannen, kooplieden, voorbijgingen, trokken zij Jozef omhoog, haalden hem op uit de put en verkochten Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten; en dezen brachten Jozef naar Egypte.

Een levenservaring van jozef, door je eigen broeders aan je lot te worden overgelaten. Aan vreemden worden verkocht als slaaf, na dagenlang in een put te hebben gezeten is moeilijk, god bewerkt het ten goede!

In een vreemd land terechtkomen! Om depressief te worden en alle levensmoed te verliezen. Maar jozef vertrouwde op zijn god en was niet uit op wraak.

Een pijnlijke familiekwestie laat god medewerken ten goede als u gods geboden daarboven kiest!

Genesis 41:44 Ook zeide Farao tot Jozef: Ik ben Farao, maar zonder u zal niemand in het gehele land Egypte zijn hand of zijn voet opheffen.

Nadat Jozef eerst in de put dan onschuldig in de gevangenis terechtkwam omwille van de valse beschuldigingen van de vrouw van Potifar, komt hij uit de gevangenis door gods hulp, en wordt eerste minister van Egypte!

Wij kunnen ook in de put terechtkomen als jozef, en triestige dagen beleven ook andere beproevingen kunnen ons veel verdriet bezorgen. Het is in die dagen dat god ons geloof meet en ziet hoe groot ons vertrouwen is!

Denkt u niet, dat Jozef die ook maar een mens was niet triestig zal zijn geweest? Maar door zijn vertrouwen kon hij al die beproevingen verwerken en had met zekerheid een hoop dat het beter zou worden; Inderdaad het werd met Jozef veel beter dan hij zelf ooit kon denken.

Met enkel positief te denken komt er geen verandering in het leven van de mens. Wel komt er verandering door te vertrouwen op de here Jezus! Hij wijzigt vlug situaties ten goede.

Jozef kende in zijn leven eerst zijn tranen van verdriet en later zijn tranen van blijdschap.

Genesis 43:30 Toen haastte Jozef zich weg, want zijn hart ging in ontroering uit naar zijn broeder, en hij zocht gelegenheid om te wenen; hij trad een kamer binnen en weende daar.

Wat een tranen van blijdschap zullen er vloeien, wanneer de christenen Jezus zullen ontmoeten. Jozef is een beeld van Jezus, maar zijn broeders herkenden hem niet tot hij zich openbaarde aan hen. Hij redde hen van de hongerdood door graan te geven.

Alles werkt mede ten goede, tot dat ene moment dat wij deze aarde zullen verlaten. In een seconde tijd zal al het verdriet en lijden zijn vergeten die wij hier op aarde kenden. Deze dag staat voor de deur.

De goddeloze mag zien dat God met Zijn kinderen is!

17 Doe aan mij een teken ten goede, opdat mijn haters het zien en beschaamd staan, wanneer Gij, HERE, mij geholpen en getroost hebt. Psalm 86

Wanneer wij soms in de put kunnen zitten, dan zijn de spotters er soms vlug bij om te zeggen : zie je hoever ze zijn met hun god en hun geloof!

De psalmist toont in deze psalm een gebed.

Dit gebed is een vraag aan god om de goddeloze te tonen dat god toch met hen is, ondanks tegenslagen; Er werd een teken gevraagd om te tonen dat god met de gelovige is! Een gebed dat de wereld mag zien hoe god zijn kinderen bijstaat.

Wij moeten bidden dat de wereld kan zien dat god met ons is , ook in onze moeitevolle dagen van kommer en zorg.

Door een vies gezicht te laten zien komt niemand tot geloof.

ALLES WERKT MEDE TEN GOEDE VOOR HEN DIE HEM ZOEKEN….

22 Want ik had mij geschaamd van de koning een leger en ruiters te vragen om ons te beschermen tegen vijanden onderweg; wij hadden namelijk tot de koning gezegd: De hand van onze God is ten goede over allen die Hem zoeken, maar zijn macht en zijn toorn zijn tegen allen die Hem verlaten.

23 Dus vastten wij en smeekten onze God hierover, en Hij liet Zich door ons verbidden.

Ezra 8

Alles werkt mede ten goede voor hen die hem zoeken! Het zoeken van god ligt al in het gebed. Doch vooral gaat het om mensen die gods wil zoeken in de stappen van hun leven. WIE HEM VERLAAT BEGINT ALLES TEGEN TE WERKEN EN WERKT ALS EEN VLOEK;

Alles werkt mede ten goede en opgeschreven ten goede

15 En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij God, en ontkomen. {}

16 Dan spreken zij die de HERE vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste: De HERE bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de HERE vrezen en zijn naam in ere houden.

17 Zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de HERE der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal. En Ik zal hen sparen, zoals iemand zijn zoon spaart, die hem dient.

18 Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient.

1 Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de HERE der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten.

Maleachie 3

Zij die de Here vrezen of die hem liefhebben is hetzelfde.

EEN GEDENKBOEK TEN GOEDE; WAT VOOR EEN BOEK DAT ZOU ZIJN?

NIET ALLEEN DE MENSEN REGISTREREN MAAR OOK GOD LAAT DE NAMEN OPSCHRIJVEN VAN DE MENSEN DIE NAAR HEM LUISTEREN en toepassen;

God weet het geduld en verdraagzaamheid die wij hebben geoefend omwille van zijn naam. Alle dingen zullen worden opgetekend welke wij deden uit liefde tot Jezus.

Medewerken te goede, zelfs beproevingen maken ons machtig

2 Corinthiërs 12:10 Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.

De apostel Paulus had begrepen hoe in zijn leven alles medewerkte ten goede; zijn verdriet en zwakten leerden hem dat hij dan pas machtig was;

Dit gaat in tegen alle logica, Hij wist wanneer hij de problemen zelf niet aankon, dat hij dan bad en zijn god bovennatuurlijk werkzaam was in zijn leven. Dit is een kwestie van christelijke levenservaring.

Gods weg is de beste, altijd!

De weg naar de hemel is geen autostrade, wel een kruisweg tot zegen

GOD ROEPT U!

clip_image002

clip_image004

1. Weet u zeker dat u naar de hemel

gaat, indien u deze nacht sterft ?

2. Als God vraagt: Waarom zou Ik u in de

hemel binnenlaten ?

WAT zou u dan zeggen?

Ongelovige mensen zijn angstig voor de dood. Deze angst komt voort uit een onzeker weten EN TWIJFELEN! Er is slechts de hemel of de hel zo leert de bijbel. Het vagevuur bestaat niet God spreekt er nergens over. ( Hebr.2:15 ) Een Bijbels christen WEET ZEKER dat hij naar de hemel gaat, DOOR TE GELOVEN WAT GOD ZEGT !

DE HEMEL IS EEN GESCHENK VAN GOD VOOR DE MENSEN.

ROMEINEN 6:23

WANT HET LOON DAT DE ZONDE GEEFT IS DE DOOD, MAAR DE GENADE DIE GOD SCHENKT, IS HET EEUWIGE LEVEN IN CHRISTUS JEZUS, ONZE HERE.

1. DE ONGELOVIGE KAN MOEILIJK ONDERSCHEID MAKEN TUSSEN GOED EN KWAAD.

2. HET GEWETEN KAN WORDEN ONDERDRUKT.

3. DE ONGELOVIGE KENT HET GEVOLG VAN DE ZONDE NIET: DE DOOD EN DE TWEEDE DOOD !

EEN CHRISTEN KAN DOOR DE H.GEEST ONDERSCHEID MAKEN TUSSEN WAARHEID EN LEUGEN, DUISTERNIS EN LICHT. HIJ IS EEN NIEUWE SCHEPPING GEWORDEN.

DE VRUCHT VAN ONS GELOOF

DOOR DE STRIJD TEGEN DE

ZONDE!

Rom.6:22

Heiligmaking is strijd voeren tegen de zond die nog steeds in ons leven voorkomt !

Heiligen zijn mensen die God aanraakte en genadig is geweest, na spijt en bekering, om te werken voor Hem. Het zijn geen mensen die nooit zondigen, of heilig verklaard worden door een mens, welke godslastering is. Heiligen zijn mensen die door de levende God een unieke taak hebben ontvangen, zowel vrouw als man! Ze wijzen naar Jezus, die straks terugkomt, als koning der koningen!

Efeze 6 : 10 – 20

IEDER MENS IS EEN ZONDAAR

ROMEINEN 3: 23 – 24

Ieder mens is in zonde al

geboren. Slechts Christus zondigde niet !

Er moet vergeving zijn, en

Verlossing. Boete doen, zelfgeseling, of goed doen

helpt daar niets bij.

Er is slechts verlossing door JEZUS alleen. Judas zondigde door het geld boven Jezus lief te hebben. Doch hij had geen geloof dat Jezus het hem zou vergeven! Judas, eens zo dicht bij Jezus en toch nog verloren! Judas streed niet tegen zijn zonde: de geldzucht! De geldzucht, de wortel van alle kwaad!

GOD HOUDT VAN U EN WIL

U NIET STRAFFEN!

1 Joh. 4 : 16

Wij hebben Gods liefde begrepen

en aangenomen. Vele mensen

begrijpen Gods liefde niet.

Daarom moeten wij eens

een ballonnetje laten opgaan,

opdat u dit ook mag

ervaren!

HOE BEWEES GOD DAN ZIJN

LIEFDE?

clip_image006

Romeinen 5: 8-9

Liefde gaat verder dan sympathie, humanisme of

vriendschap. Jezus gaf Zijn leven, om ons te behouden van

Gods toorn. De toorn Gods staat voor de deur, allerlei oordelen.

Daarvoor zal openbaar worden, wie een christen is.

God zal deze mensen tegen deze wereldbrand beschermen en plots wegnemen!

Een christen geeft wederliefde aan Jezus, niet uit zichzelf,

hij heeft het van God ontvangen ( Rom. 5:5 )

Onze wederliefde is terug te vinden in onze offers voor het

<

p align=”center”>werk van de Heer, offers die de Heer zelf in ons bewerkt !

WAT DENKT GOD? WAT DENKT U?

WAT DENKT GOD? WAT DENKEN WIJ?

 

EEN GESPREK

 

 

 

Laten wij vandaag even stilstaan bij ons denken. Mensen onder elkander kunnen van gedachten wisselen. Er zijn zo veel verschillen van overtuigingen, opvattingen en mensen kunnen onderling grote verschillen hebben, discussies voeren. Gedachten die botsen kunnen uitlopen op ruzies, vechtpartijen, echtscheidingen, en zich ontwikkelen van revoluties tot zelfs oorlogen.

Eerst dienen wij ervan uit te gaan dat ieder mens in zonde geboren werd, met alle gevolgen vandien. (Rom.3:23) Het betekent niet meer in vrede te leven met zijn Schepper. Niet meer in staat om onfeilbaar te denken of te overleggen. Zondig denken laat zondig handelen, bewust of onbewust.Laten wij even luisteren naar wat God zelf zegt door de profeet Jesaja:

6 Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. 7 De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. 8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des HEREN.

9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.Jes.55

Het vinden van God in het leven van een mens, ligt in het feit dat een mens zich wil open stellen om te luisteren hoe God denkt over alles. De mens dient persoonlijk op zoek te gaan naar God. De profeet spreekt duidelijk dat God een barmhartig en een vergevend God is. Maar bijzonder dat God te vinden is, gedurende ons kort verblijf hier op aarde. Velen miljoenen mensen zijn gestorven zonder Hem te vinden, maar zochten ook niet, ze lieten zich meedrijven op de tradities. Het zondige denken van een mens is een handicap.

<

p align=”center”>Er is hoop, er is een herstel mogelijk in het zondig denken van de mens.

Er is een groot verschil tussen het denken van de mens en het denken van God. Het denken en spreken van God is onfeilbaar, een hemelsbreed verschil met het denken en spreken van de mens.

De zonde verbrak elk rechtstreeks het contact met de Schepper van hemel en aarde, het zesde zintuig van de mens verdween. God gaf een mogelijkheid tot herstel, Zijn woord. De mens zoekt, maar vindt misleidingen. Er is maar één weg tot God: Jezus! Joh 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

De satan creëert nepwegen, wegen die doodlopen, en wegen die God heeft verboden: Waarzeggers, charlatans, occultisten en valse evangelisten!

Enkel herstel voor hen die Jezus Christus willen volgen.

Jezus bad voor al zijn discipelen en al zijn volgelingen:

17 Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid.Joh.17:17

Het heiligen is gebeurd bij de wedergeboorte. God kan de mens, die wil, veranderen, en zijn denken opnieuw gezond maken. Mensen die willen gezond denken zijn deze mensen waarover men zong bij de geboorte van Christus.

Lu 2:14 Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.

Mensen “des welbehagens” zijn mensen die willen luisteren en vrede willen sluiten met God. Het zijn mensen die God persoonlijk willen leren kennen.

2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.Rom.12.

Onze gedachten zijn bij God bekend!

God kent het menselijk denken en zegt daarvan het volgende:

11 De HERE kent de gedachten der mensen: ijdelheid zijn zij.Ps.94

IJdelheid is vruchteloosheid en nutteloosheid. Het menselijke denken kan op zichzelf zijn doel niet bereiken.

Het lijkt te varen op zee zonder kompas! Men vaart van links naar rechts, op en neer, om toch maar de haven van geluk te kunnen bereiken. Tenslotte wordt zo iemands leven een Titanic! God wil ieder mens Zijn kompas geven, Zijn woord, de Bijbel. Daarom is de Bijbel nog steeds de grote bestseller vandaag en morgen.

Jezus kende de gedachten van de mensen!

Jezus bewees het op aarde dat Hij het denken van de mensen kende en doorzag.

Voor Hem was niets verborgen.

2 En daar Jezus hun geloof zag, zeide Hij tot de verlamde: Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven. 3 En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Deze lastert God. 4 En daar Jezus hun overleggingen kende, zeide Hij: Waarom overlegt gij kwaad in uw hart? 5 Want wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden worden vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?Mt.9

De geest van de mens kan zijn geheugen doorzoeken, die geest kreeg hij van God.

Al zijn geheimen, alle leugens welke hij geloofde, al zijn verdriet of geluk welke hij heeft gehad, kan hij zich herinneren.

Jezus kent ieder mens, en weet alles, over ieder mens, niets is voor Hem verborgen. Jezus heeft de sleutel van uw hart, en weet hoe gij over Hem denkt.

1Co 4:5 Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken.

Hoe kan men het menselijke denken zuiveren?

1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

2 Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.Ps.1

Waar vindt men het ware geluk? Hier kunnen wij lezen dat mensen die luisteren naar Gods raad, gelukkige mensen zijn. Ze hebben er plezier in, na te denken over wat God zegt in de Bijbel. Wie in de Bijbel leest, luistert naar God. Nergens anders kan men Gods denken naspeuren.

Wanneer men zijn handen vuil maakt, kan men ze wassen met zeep en water. Wanneer men zijn geest en gedachten bevuilt kunnen wij ons denken zuiveren door te mediteren over Gods Woord. Wij kunnen ons in staat stellen heel scherp onderscheid te maken tussen goed en kwaad met een Bijbelse bril.

(Efe.5:26).

Spr 3:5 Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet.

Heb 4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten;

Ons denken is het mikpunt van de satan!

Het zuiveren van onze gedachten is niet zo gemakkelijk als het wassen van je handen! In de gedachtewereld speelt de satan zijn rol.

Hij wil het mogelijke herstel, die Jezus bracht, verhinderen, en gaat de mens beïnvloeden met allerlei gedachten, die de mens opnieuw tot zonde verleiden. Gedachten als de evolutietheorie promoten, en vele gedachten die ingaan tegen Gods woord. Hij gaat zoeken de Bijbel te verbieden. Deze gedachten moeten wij “krijgsgevangen” maken in de naam van Jezus. (2 Kor.10)

Hij kan gedachten geven die leiden tot uitvindingen, met zondige doeleinden om de schepping te vernietigen. Bv: De uitvinding van het atoom, eerste vrucht: een bom!

Graag wil ik sluiten met volgend vers uit de spreuken:

Spr 4:5 Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden mijns monds.

GOD IS AAN HET WERK VANDAAG

GOD IS VANDAAG AAN HET WERK

exodus 2014

Bijbelgetrouwe christenen dienen heel waakzaam te zijn en het profetische woord beter gaan lezen en overleggen. (Sela) God spreekt alleen tot hen die een luisterend oor hebben en de nodige tijd nemen! Jezus verwees zijn discipelen naar de schriften, en legde de teksten uit, .zo leerde Hij hen de profetische gave te ontwikkelen! Opb 2:29 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

2 Petrus 1:19 En wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten.

Wij moeten letten op wat onze Vader aan het doen is. Als kinderen hun vader observeren, dan willen zij meestal begrijpen wat en waarom hij iets doet. Daarom komen ook zoveel verschillende vragen uit een kindermond.Ook wij moeten ons meer vragen gaan stellen bij de dingen die wij vandaag wereldwijd zien gebeuren. Betrouwbare antwoorden kunnen wij slechts alleen vinden in de Bijbel, Zijn woord. Deze morgen willen wij spreken over wat onze Vader in Hemel aan het doen is op aarde, bijzonder ten opzichte van zijn volk Israël en hun vijanden, ten opzichte van zijn gemeente die hij straks van deze wereld zal wegnemen, voor Zijn oordelen hier losbarsten. Vandaag betekent het begrip evacueren : naar een veiliger plaats brengen. De opname is een wereldwijde evacuatie van gestorven en levende christenen!

Noach predikte over een komende zondvloed, iets wat de wereld nog nooit had gezien! De zondvloed kwam over de ganse wereld! Vandaag kondigen de wedergeboren christenen aan, dat ze zullen worden geëvacueerd voor al de oordelen Gods over deze aarde in de komende jaren zullen komen. Men lachte met Noach de prediker der gerechtigheid, tot God de mond van de spotter stopte met veel water.

Onze vader is bezig met het verzamelen van allerlei mensen om zijn woord in vervulling te laten gaan.

Ø Het verzamelen van zijn volk Israel, sinds 1948.

Ø Een bijeenbrengen van een volk uit de heidenen, de gemeente van Christus.

Ø Een vergaderen van Israëls vijanden om te strijden tegen Israël.(Ps.83)

Ø Daarna de wederkomst van Christus om te regeren over de ganse aarde in vrede.

HET VERZAMELEN VAN ISRAËL

Micha 2

12 Voorzeker zal Ik u, o Jakob, in uw geheel bijeenbrengen, voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël. Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in een kooi, als een kudde in het midden der weide. Het zal er gonzen van mensen.

Hier vinden wij dat Gods zijn volk niet heeft verworpen, zoals men de wereld wil laten geloven. Nog steeds wil men laten geloven dat de Babelse kerk van Rome in de plaats van Israel is gekomen, en God Zijn volk heeft verworpen. Het is goed om eens aandachtig te zijn bij deze woorden. Wij lezen dat God zijn volk “geheel” zal samenbrengen .

Ezechiël 11:17 daarom spreek: zo zegt de Here Here: Ik zal u vergaderen uit de volken en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israel geven;

Vandaag stellen wij vast dat er nog vele joden zijn, die nog niet verzameld zijn in Israël. Velen zijn al terug uit Rusland en andere landen. Ook het politieke Amerika is vandaag stil aan het veranderen van visie tegenover Israël. Joden en christenen komen daar steeds meer in een slecht daglicht, en onder druk door manipulatie en antichristelijke wetten van de overheid. Ook in België vinden wij nog het Joodse volk. Ook zien wij dat er staat : ” Het zal er gonzen van mensen “ .

Dit is niet verwonderlijk wanneer wij  vaststellen dat Israël niet zo groot is, en er nog veel volk moet bijkomen, dan zal het er gonzen als bij de bijen.

Ik zal u het land Israël geven. (Ez.11:17)

Vandaag is er al veel gesproken over het teruggeven van land, dit in verband met de doodlopende vredesbesprekingen. Momenteel beginnen de gemoederen verhitten, het teruggeven van land ten noorden van Israël n.l. de Golanhoogten. (Basan). Men wil het land delen in twee staten, in feite wil men Israël vernietigen. Een “Palestina” dat nooit als land heeft bestaan! Palestina is een naam door de Engelsen gegeven onder hun mandaat. Als God hun dit land heeft gegeven , hoe durven Israëls leiders Gods land verdelen? Amerika voert een dwangpolitiek, tegenover Israël, en strijden onrechtstreeks tegen de ene levende God, JHWH!

1 Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, 2 zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israel, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, Joel 3

clip_image004.jpg

Israël kreeg het land van God, wie neemt het hen af? Wie durft strijden tegen zijn Schepper? Wij denken dat God zijn profetisch woord snel zal uitvoeren. Vandaag wordt Syrië en straks Damascus een puinhoop en onbewoonbaar. Zal Israël gedwongen worden nucleair op te treden tegen zijn vijanden beschreven in Psalm 83? Israël heeft een doeltreffend plan. Premier Netanyahu wil geen twee staten, God ook niet, dit kan een reden zijn dat hij werd herverkozen. (2015) De tijd is nog niet rijp voor verdeling van het land, maar zal het nog lang duren?

HET VERZAMELEN VAN ISRAELS VIJANDEN

8 Daarom, wacht op Mij, luidt het woord des Heren, ten dage dat Ik zal opstaan tot de buit; want mijn vonnis is, volken te vergaderen, koninkrijken te verzamelen, over hen mijn gramschap uit te gieten, heel mijn brandende toorn, want door het vuur van mijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden. ( NBG) Sefania 3

aarde-in-brand.jpg

God is aan het werk, namelijk de heidense legers die zullen optrekken tegen zijn volk. Wij moeten vaststellen dat ook onze westerse legers zich verzamelen en allianties maken. Europa stelt zich vandaag vijandig op tegenover een democratisch Israël. Israël wordt stelselmatig in een kwaad daglicht gebracht via een gecontroleerde media. Vandaag kunnen wij vaststellen dat die heidense legers, reeds in de buurt staan van Israël. God heeft ze daar verzameld voor een vonnis, een oordeel! De Russische beer wordt gedwongen op te trekken naar Israël. (Ezech.38) Wat is hiervan de oorzaak? Wellicht eerst de aanval of oorlog beschreven in Psalm 83! God is aan het werk, de profeten lieten het ons weten, eer het straks geschied. Er is slechts redding in Jezus Christus, ook voor de Jood!

Zacharia 12

3 Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.

Het lijkt of de ganse wereld opnieuw in opstand komt tegenover het land en volk Israël. (Ps.83).Demonische krachten zijn zich aan het bundelen om Gods volk naar Israël te dwingen, en dit onder de vorm allerlei leugens en terroristische aanslagen. Op die manier valt het niet op dat men dit gebruikt om Gods volk naar hun land te brengen. In Rusland krijgt Gods volk, Israël, opnieuw de schuld van de economische problemen. In Amerika krijgen ze de schuld voor de huidige financiële crisis, die zich wereldwijd laat voelen. Europa kan niet zonder de moslim-olie, en zoekt eerder vriendschap met Israëls vijanden.

In Zacharia lezen wij dat Jeruzalem het grote struikelblok zal worden in de vredesbesprekingen die al jaren bezig zijn. Het Jeruzalem zal de oorzaak worden van een nooit geziene oorlog in het M.O. waarbij alle legers zullen worden betrokken, en velen zullen sneuvelen. Een antichristelijke wereldleider zal een schijnvrede tekenen voor zeven jaar. Dit kan na de vervulling van Psalm 83.Het Pausbezoek aan Israël deze maand, (2009) met al zijn bijbedoelingen als valse profeet, kan de druk op Israël verhogen, en de spanning in deze regio onhoudbaar maken.

GODS ZOON KWAM EN WILDE ZIJN VOLK VERZAMELEN

EN VREDE GEVEN

Ook Jezus sprak van de verstrooiing en het verzamelen van zijn volk.

37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. 38 Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. 39 Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren! Mattheus 23

Dit is hier een beeld over de liefde die Jezus heeft voor zijn volk, als de gezondene van zijn Vader. God wil zijn volk beschermen onder zijn machtige vleugels. Hadden ze maar willen luisteren. Zo is het nog steeds, wanneer ook wij niet willen luisteren naar Gods woord, zitten wij zonder enige bescherming.

Let op Israël, wat achteraf is overkomen, de tempel vernietigd, de verstrooiing, een gruwelijke Holocaust. Israël is ons gesteld als een voorbeeld. Het niet willen luisteren naar God, en het strijden tegen de God van Israël, brengt ieder mens in veel verdriet. Ongehoorzaamheid zal ook vele bittere tranen laten lopen in Europa!!

DE ONZICHTBARE VERGADERING

13 En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jakobus het woord en zeide: Mannen broeders, hoort naar mij! 14 Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. 15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: 16 Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, Handelingen 15

biblespace-vlaanderen.jpg

Wij leven vandaag in een tijd waarbij God de laatste bekeerlingen over de ganse wereld aan het verzamelen is, de genadetijd is bijna voorbij. De opname is ook een verzameling, welke zal gebeuren bij het horen van de laatste bazuinstoot, welke een signaal is tot verzamelen. Deze bazuin heeft niets te maken met de zevende oordeelsbazuin. “Dove” christenen zullen achterblijven, dit zijn zij die “lauw” zijn en tot de grote achterblijvende Laodicea gemeente zullen behoren.

Let op Jacobus!

Hij bevestigde de woorden van Petrus met te wijzen naar de profeten! Dat leerde hij van Jezus!